Recensie

Recensie Theater

Het Holland Dance Festival mist het ‘wow’-gevoel van geweldige dansprestaties

Dans Het Italiaanse Aterballetto verraste tijdens het Holland Dance Festival met een stevig eigentijds programma, maar toch blijft een enigszins belegen indruk hangen. Er mogen wel wat opwindender gezelschappen worden uitgenodigd.

Scène uit de voorstelling ‘O’ van Philippe Kratz.
Scène uit de voorstelling ‘O’ van Philippe Kratz. Holland Dance Festival

Het Holland Dance Festival werd dit weekend afgesloten met de terugkeer van Jirí Kylián op het seizoensrepertoire van het Nederlands Dans Theater. Een verademing voor het publiek van NDT, dat het vijf jaar zonder het werk van deze veelzijdige topkunstenaar moest stellen als gevolg van het moratorium dat de choreograaf instelde.

Ook het Italiaanse Aterballetto presenteerde een mooie voorstelling, nu eens zonder het altijd ietwat tuttige werk van de voormalig artistiek leider Mauro Bigonzetti. Dat knapt op: met choreografieën van Hofesh Shechter, Philippe Kratz en Johan Inger zette de groep uit Reggio Emilia een stevig eigentijds programma neer. Bliss moet inderdaad, zoals de titel suggereert, een heerlijkheid zijn voor het ensemble, dat op delen uit Keith Jarretts beroemde Köln Concert swingend en soepel beweegt, speels de ruimte bezettend met grote halen en vegen van armen en benen, afgewisseld met inventieve details, schijnbaar spontaan, alsof ze met Jarrett mee improviseren.

Tegendraadse bewegingshonger

Het staat ze goed, net als de heftige, zwaardere lichaamstaal van Shechter, waarin altijd een zekere mate van agressie doorschemert. De Italiaanse dansers zijn in het – binnen Shechters oeuvre vrij inwisselbare – Wolf lichtvoetiger dan de dansers van Shechters gezelschap, maar zijn danstaal kan dat hebben. O van Kratz fungeert als een plezierige entr’acte. Het duet schetst in heldere lijnen de ‘ontmoeting’ van twee humanoïde robots, gelukkig niet met schokkerige bewegingen, maar met nieuwsgierige, soms tegendraadse bewegingshonger.

Met Who we are in the dark laat Peggy Baker Dance Projects (voor het eerst in Nederland) de veelzijdigheid van nachtelijke stemmingen zien, en daarmee de complexiteit van de menselijke ziel. In allerlei cirkel- en draaivormen rollen en schuiven de acht dansers over de vloer, in een choreografie vol organische, vloeiende vormen die angst, verwarring, leed, seksualiteit en intimiteit verbeelden. Op zichzelf sfeerrijk, zij het een tikje ouderwets ogend, en mede door de murw-makende vioolklanken van Sarah Neufeld aan de lange kant.

De voorstelling van de Amerikaanse Axis Dance Company demonstreert hoeveel stappen al zijn gezet in de ‘inclusiedans’, maar zeker óók hoeveel er nog te doen valt. De drie choreografieën voor rolstoeldansers en ‘valide’ dansers zijn nog voorzichtig, met name voor de rolstoelers. Eerder waren in een preview van Jasper van Luijks inclusieve eersteling Sum of Us al veel gewaagder vormen te zien.

Wereldwijde danselite

Inclusie, een speerpunt van Holland Dance, betekent ook: méér ouderen op het danstoneel. Al jaren wordt onder de noemer Good (old) Times een voorstelling met oudere dansers gepresenteerd. Dit jaar bouwde aanstormend choreografe Junadry Leocaria, afkomstig uit de urbandans, een licht melancholisch, maanovergoten feestje met dertien 60-plussers. Ze krijgen allen, met of zonder danservaring, solomomenten. Trots, verleidelijk of een beetje verlegen. Leocaria put deels uit vogue- en ballroomdanstaal, en dat past wonderwel.

Met een gemiddelde zaalbezetting van 80 procent was het een geslaagde festivaleditie. Toch blijft een enigszins belegen indruk hangen: als Holland Dance Festival het ‘wow’-gevoel van geweldige dansprestaties wil overbrengen, mogen er wel wat opwindender gezelschappen worden uitgenodigd. Dit jaar vertegenwoordigde de Batsheva Dance Company die wereldwijde danselite samen met Nederlands Dans Theater. En dat is al het hele jaar door te zien.