Recensie

Recensie Muziek

Hallo aarde, hier Den Haag: bezwerende buitenbeentjes op Grauzone

Pop Op het tweedaagse experimentele festival Grauzone lieten de legenden het afweten, maar wisten onstuimige jonge honden uit te blinken.

Lee Ranaldo op het tweedaagse experimentele festival ‘Grauzone’.
Lee Ranaldo op het tweedaagse experimentele festival ‘Grauzone’. Frank Provoost

Een man met spierwitte haren strijkt als een stukadoor met zijn gitaar over de muur. Waar net sereen gezoem klonk, galmt nu dreigende feedback. Verderop kijken met verf bekladde torso’s (één met gigantisch kruis op de rug) zwijgend toe en bungelen futuristische, met schroevendraaiers toegetakelde gitaren aan lange kabels uit het plafond. In de hoek staat een halve burcht, gebouwd van strobalen. Een hooggehakte serveerster in latex jurk schenkt gratis cava en biedt druiven aan.

Hallo aarde, hier Den Haag. Dit is Grauzone, het tweedaagse festival in en rondom poppodium het Paard waar de ondergrondse, psychedelische en experimentele stromingen worden gevierd: van noise tot new wave en van post-punk tot krautrock. In het extreem diverse programma is behalve duisternis nog één grote gemene deler te vinden: het moet bezweren.

Dat deden vooral de buitenbeentjes. De Turkse muzikant Özgür Baba bijvoorbeeld, die zaterdag met minimalistisch getokkel op zijn cura, een driesnarige luit, en intense klaagzangen de zaal in het Koorenhuis stil kreeg. Jozef van Wissen deed een dag eerder iets soortgelijks, maar dan met een snaar of dertig meer. Als een geduldige monnik liet de Groninger zijn mystieke luitmantra’s door oneindig laagland stromen.

Eindeloos gepiel

Gek genoeg lieten juist de legenden het afweten op Grauzone. Krautrock-pionier Damo Suzuki (van de Duitse heldenband Can) stond weliswaar vol overgave te spacen, maar zijn ondoorgrondelijke geprevel zweefde een paar dimensies over alle hoofden heen. Slechts een kwart van de grote zaal hield dat vol. Ook noise-peetvader Thurston Moore zag de zaal leegstromen. Zijn improvisaties misten de dynamiek die ze bij Sonic Youth wel hadden: het bleef nu eindeloos gepiel.

Voormalige strijdmakker Lee Ranaldo deed dat beter: hij was de stukadoor die vrijdag in galerie Grey Space gitaarherrie uit de muur wist te vegen. Zaterdag stond hij er opnieuw, maar nu met ’s werelds eerste punknoise-Jostiband: het Wild Classical Music Ensemble uit België. Om tussendoor te kunnen uitrazen stond er voor één bandlid een enorme boksbal klaar: die kon hij na het overweldigende applaus therapeutisch afrossen.

Even agressief waren de Ierse en Britse postpunkers van The Murder Capital en Shame. De schijnbaar onschuldige kostschooljongetjes ontpopten zich tot gevaarlijke podiummonsters. Shame speelde onstuimiger en rommeliger (met een salto’s springende bassist). The Murder Capital blonk uit in meesterlijke onheilslyriek (,,Failing this, let’s dance and cry, so we remember why we die”) en theatrale arrogantie waar de vonken vanaf vlogen.