Opinie

Circus Baudet

Tommy Wieringa

Het stabiele genie Thierry Baudet is een verklaard bewonderaar van Vladimir Poetin, maar mist diens gogme. Trollen, weet Poetin, moet je overlaten aan trollen, zelf blijf je beter op afstand, een onbewogen beweger; je wilt met zulke praktijken niet direct worden geassocieerd. Daar heb je je mensen voor.

Baudet, in zijn onmetelijke ijdelheid die niet van domheid te onderscheiden is, trolt daarentegen graag zelf, meestal ’s avonds met een borrel op. In Circus Baudet is hij alles zelf: directeur, clown en zeeleeuw die voor zijn eigen kunstjes klapt. Zijn tweet over de vier zogenaamde Marokkanen die twee zogenaamde vriendinnen van hem lastigvielen, had alle kenmerken van het soort berichten dat Poetins trollenfabriek in Sint-Petersburg bij honderdduizenden de wereld instuurt.

Baudets bericht was in al z’n eenvoud racistisch en boosaardig, maar onthulde in bredere zin zijn identitaire agenda: angst voor omvolking, het streven naar een homogeen wit Europa en restauratieve nostalgie. In het manifest van de Génération Identitaire staat te lezen: „Wij willen niet dat Mehmed en Mustafa Europeanen worden. Europa is alleen voor de Europeanen.”

Vorig jaar mei verspreidde Baudet een filmpje waarin migranten uitsluitend werden voorgesteld als moordenaars en verkrachters. Het origineel was afkomstig van de site van de Identitäre Bewegung Österreich, Baudet haalde zijn versie van de Nederlandse antisemitische site Fenixx. Dat zijn zo zijn bronnen, daar betrekt hij zijn desinformatie. „Oef. Kippenvel. En zo waar”, schreef hij erbij. Aan het eind van het filmpje zien we Jetten, Klaver en Rutte breed lachend in beeld, met daaroverheen de tekst „Ich habe es gewusst”. De associatie met de Holocaust was niet bij hem opgekomen, zei Baudet met zijn mombakkes van vermoorde onschuld, zoals hij ook het verwijt van racisme na zijn dronkemanstweet afgelopen week absurd noemt. Zelfs een racist wordt liever geen racist genoemd. Voor zijn devotees, gewend aan de ficties van de leider en het leven bezijden de waarheid, telt zijn misser niet: het hád kunnen gebeuren, dat is voldoende.

In Dit is geen propaganda; avonturen in de oorlog tegen de realiteit, een onderzoek naar de informatieoorlog en het leven in dit tijdperk van na de waarheid, schrijft de Brit Peter Pomerantsev bevlogen over het belang van feiten. Feiten kunnen onaangenaam zijn, schrijft hij, maar ze zijn wel nuttig. „In de politiek zijn feiten vereist om te laten zien dat je streeft naar een rationeel idee omtrent vooruitgang: dit zijn je doelen, zo bewijzen we dat we die bereiken, op deze manier verbeteren ze jullie bestaan. De behoefte aan feiten berust op de notie van een toekomst op basis van bewijsmateriaal.”

Omdat feiten soms hinderlijke dingen zijn, vervolgt hij, „geeft het een soort puberale vreugde om je te bevrijden van hun betekenis, om een dikke middelvinger op te steken naar de harde realiteit. Mensen als Poetin of Trump beleven er juist veel plezier aan dat ze zich niet meer door de feiten beperkt hoeven te voelen.”

Gretig kopieert hun neefje Baudet hun slechte gewoonten. Hij liegt zoals hij ademhaalt, en is daarmee een volmaakt kind van zijn tijd. Zijn bekering tot leugen en desinformatie onderscheidt hem van Geert Wilders en Pim Fortuyn, beiden in zekere zin representanten van de oude politiek met haar traditionele links-rechts tegenstellingen. Die politiek is Baudet ontstegen – niet langer kijken we naar een botsing van standpunten maar naar empirie tegenover spektakel, het streven naar waarheid versus politiek illusionisme.

Zelfs Theo Hiddema, altijd bereid de boreale oprispingen van zijn voorman met een kwinkslag te relativeren, kreeg de Marokkanentweet niet goed weggelachen. Veel FVD’ers hebben een blinde vlek voor de donkere kamers in Baudets denken. Bij enkelen zal het stilaan zijn gaan dagen dat ze een alliantie zijn aangegaan met een agenda van steeds openlijker illiberalisme, racisme en misogynie. De twijfelaars wordt een uitweg gewezen door Étienne de La Boétie, de jonggestorven hartsvriend van Michel de Montaigne, die in een beroemd essay over tirannie schreef: „Ik wil niet eens dat jullie hem omstoten of doen wankelen, maar alleen dat jullie hem niet meer steunen.”

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.