Boven de Atlantische Oceaan waait Ciara al met honderd meter per seconde

Zware storm Zondag trekt de storm Ciara over Nederland. Hoe is ze ontstaan, en heeft Ciara iets met de klimaatverandering te maken?

Extra bulten zand ter bescherming van strandtenten voordat de storm Ciara Nederland bereikt.
Extra bulten zand ter bescherming van strandtenten voordat de storm Ciara Nederland bereikt. Foto Remko de Waal / ANP

IJmuiden, Vlieland, Hoek van Holland. Daar meet het KNMI bij een zware storm meestal de hoogste windsnelheden en de zwaarste windstoten. Grote kans dus dat het zondagmiddag en -avond, als storm Ciara over trekt, ook zo zal zijn.

Maar hoe ontstaat zo’n storm? En krijgen we er in de toekomst meer? Vier vragen over stormen zoals Ciara.

1 Hoe is Ciara ontstaan?

„Al meer dan een week geleden werden er boven Canada weersomstandigheden gezien waarvan de computermodellen voorspelden: dat zou weleens tot een flinke storm rond de Noordzee kunnen leiden”, zegt meteoroloog Jos Diepeveen van het KNMI. Het weer voor Europa, legt hij uit, wordt berekend vanuit het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts in het Britse Reading, waar een van de sterkste supercomputers ter wereld draait.

Een zware storm ontstaat door een complexe combinatie van factoren, zegt hij, maar het begint bij ongeveer de zestigste breedtegraad – Nederland ligt daar vlak onder. Daar botsen warme lucht uit het zuiden en koude lucht uit het noorden op elkaar. In reactie gaat lucht zich verplaatsen van het gebied met hoge druk (de koude lucht) naar een gebied met lage druk – om overal een gelijke druk te krijgen. In de winter gaat die luchtverplaatsing veel sneller, omdat dan het temperatuurverschil tussen de Noordpool en de evenaar doorgaans groter is dan in de zomer. In combinatie met de draaiing van de aarde leidt dit tot een sterke westelijke wind, de straalstroom. Dit speelt zich af op een hoogte van negen tot tien kilometer. „Op de Atlantische Oceaan gaat die straalstroom momenteel met een snelheid van honderd meter per seconde”, zegt Diepeveen. Dat is omgerekend 360 km/u.

De straalstroom kan invloed hebben op lucht dichter bij het aardoppervlak, zegt Diepeveen. Op lagere hoogtes heb je als gevolg van temperatuurverschillen ook luchtwervelingen, meestal veel zwakker dan in de straalstroom. „Maar de straalstroom kan hiermee interfereren”, zegt Diepeveen. Het kan ertoe leiden dat er aan de grond lucht weggezogen wordt, en er een groot lagedrukgebied ontstaat. „Als gevolg daarvan ontstaat er dan weer een heel sterke wind, die als een gek dat verschil in druk wil opheffen.”

In het geval van Ciara speelt ook nog mee, zegt Diepeveen, dat er bij IJsland al een stabiel lagedrukgebied ligt, dat de kans op stormen bij ons sowieso al groter maakt. „Dat gebied noemen we het moederlaag. Wat er aan het aardoppervlak aan wind bij komt door de straalstroom noemen we de randstoring, zeg maar een soort kindje.”

2 Hoe verloopt de storm?

Ciara bevond zich zaterdagnamiddag halverwege de Atlantische Oceaan, vertelt Diepeveen. Zondagochtend zal de storm het gebied tussen Ierland en Schotland bereiken, om daarna wat af te buigen richting het Noorse Bergen. „Daarna gaat-ie langs de Noorse kust verder naar het noorden.” Dat is het hart van de storm, maar eromheen, bijvoorbeeld in Nederland, is de invloed ook nog heel groot. „Het is een enorm systeem. We noemen het een grammofoonplaat.”

Het Met Office – het Britse KNMI – heeft vrijdag gewaarschuwd dat zaterdag de kracht van de winden al flink zal toenemen over Noord-Ierland, Schotland, Noord-Engeland en Wales. Om vervolgens in de vroege zondagochtend over de rest van het Verenigd Koninkrijk te razen. Het gaat gepaard met heftige regen. Aan de kust voorspelt het bureau windstoten van 80 mph (miles per hour), omgerekend zo’n 130 km/u, en landinwaarts van 50 tot 60 mph (80 tot 97 km/u). Landinwaarts liggen de snelheden over het algemeen lager, doordat de winden door wrijving met bossen, woningen, wolkenkrabbers aan energie verliezen.

Voor Nederland heeft het KNMI zaterdag in een update gemeld dat het hele land vanaf zondagochtend en de eerste helft van de middag te maken krijgt met zware windstoten, van 75 tot 100 km/u. „Vanaf de tweede helft van de middag neemt de wind verder toe en komen er in het noordwesten zeer zware windstoten voor, van 100-120 km/u. Verder landinwaarts zijn pas in de avond zeer zware windstoten van 100-120 km/u mogelijk, vooral tijdens de passage van een lijn met actieve buien.” Daarvoor is code oranje van kracht. Ook in België, Frankrijk, Duitsland en Denemarken is er gewaarschuwd voor zware storm in de loop van zondag.

3 Krijgen we door klimaatverandering meer zware stormen in de toekomst?

Op zijn website meldt het KNMI dat de klimaatmodellen geen toename voorspellen in winterstormen. De waarnemingen laten boven het binnenland juist een afname zien. Als mogelijke oorzaak noemt het KNMI „de verruwing van het landschap” – meer gebouwen en bossen, waardoor de wind wordt afgeremd.

4 Wanneer krijgen we de eerste storm met een door Nederland ingebrachte naam?

Nederland is sinds september vorig jaar aangesloten bij het Europese systeem dat namen geeft aan stormen. Nederland zit daarbij in het blok van Ierland en het Verenigd Koninkrijk. „We hebben vanuit het KNMI namen ingebracht die iets met ons of de meteorologie te maken hebben”, zegt Diepeveen, die in de commissie zat die namen heeft geselecteerd.

Lees ook: Storm op komst en het is een meisje

Jan’ slaat bijvoorbeeld op de bevlogen weerman Jan Pelleboer en op de historisch geograaf Jan Buisman, die het imposante, meerdelige standaardwerk over de geschiedenis van het Nederlandse weer aan het schrijven is, onder de naam Duizend jaar weer, wind, en water in de Lage Landen. En ‘Kitty’, zegt Diepeveen, was een Joodse secretaresse die bij het KNMI in de bibliotheek werkte, en in de Tweede Wereldoorlog is omgekomen. De eerste storm met een door Nederland ingediende naam is Francis. Dat slaat op de Ier Francis Beaufort, die in 1805 de schaal voor de windkracht opstelde. Maar voordat het zover is, moeten eerst de stormen Dennis en Ellen zijn overgewaaid. En er kunnen nog andere stormen tussendoor komen. Want hoewel de meeste stormen voor Nederland uit het westen komen, ontstaan ze soms in het zuiden, zegt Diepeveen. En België, Frankrijk, Spanje en Portugal hebben hun eigen blok, met hun eigen stormnamen. „Als bijvoorbeeld storm Miguel vanuit het zuiden bij ons komt, dan gaan we daar niet een eigen naam aan geven, maar nemen we hun naam over.”

Correctie (10 februari 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd abusievelijk de term ‘westwaarts’ gehanteerd waar ‘westelijk’ werd bedoeld. Dat is hierboven aangepast.