Zo veilig zijn die snijvaste pakken voor shorttrackers niet

Jasper Brunsmann Shorttracker Jasper Brunsmann kwam in november hard ten val. Zijn speciale schaatspak kon hem niet beschermen. Hoe snijvast zijn die pakken precies?

Shorttracker Jasper Brunsmann revalideert nadat hij vorig jaar een zware knieblessure opliep bij schaatsongeluk.
Shorttracker Jasper Brunsmann revalideert nadat hij vorig jaar een zware knieblessure opliep bij schaatsongeluk. Foto Kees van de Veen

Jasper Brunsmann strompelt over een plein in Heerenveen. Zijn TeamNL-jas open. De 20-jarige shorttracker, vorig jaar Nederlands kampioen op de 500 meter, draagt twee kettinkjes over zijn oranje trui. Een koperkleurig veertje aan een zwart touwtje, een cadeau van ploeggenoot Dylan Hoogerwerf. Het zilverkleurige maantje kreeg hij van zijn zus.

Bij elke stap zet hij zijn linkerbeen voorzichtig neer, zijn knie buigt nauwelijks. Met een glimlach probeert hij de pijn te onderdrukken. Soms voelt hij een scherpe steek, dan grijpt hij met een hand naar zijn bovenbeen. Mentaal zit hij er helemaal doorheen, zegt hij. Maar hij wil daar niet te veel van laten doorschemeren. „Ik probeer positief te blijven. Een nuchtere Fries, hè.”

Bijna drie maanden geleden ging het mis. Tijdens de finale van de eerste KNSB-cup van het seizoen in Utrecht, op ijsbaan Vechtsebanen. „We reden dicht op elkaar, wel vier mensen op een vierkante meter.” Een paar rondes voor het einde kiest hij de aanval door buitenom te versnellen. Op dat moment krijgt Sven Roes een licht duwtje in de rug. „Dat gebeurde vlak voor mij”, vertelt Brunsmann als hij plaats heeft genomen aan een tafel in een grand café. „Hij nam me direct mee in zijn val, ik kon geen kant op.”

Om bij een valpartij de klap zo goed mogelijk op te vangen, leren shorttrackers hun rug naar de boarding te keren. Dat doet ook Roes, die met twee vlijmscherpe ijzers in de lucht richting de omheining tolt. Brunsmann glijdt erachteraan. Als Roes met zijn rug tegen de met kussens beklede boarding beukt, wordt hij een paar meter teruggeworpen. Zijn ijzers wijzen naar het midden van de baan. Brunsmann glijdt op hem in.

De klap beneemt hem de adem. „Ik ging op mijn knieën zitten om meer lucht binnen te krijgen”, herinnert hij zich. „Toen voelde ik mijn knie, alsof ik die hard had gestoten. Een paar seconden later zakte ik in foetushouding in elkaar. Ik keek naar mijn been. Die lag helemaal open, alles stak eruit. Bot, knieschijf, pezen, alles. Ik kon niet meer denken, niet eens meer beseffen dat het mijn knie was.”

Het schaatspak van Brunsmann na het ongeluk. Foto Kees van de Veen

Hij is er slecht aan toe. Het snijvaste shorttrackpak dat hij draagt, heeft hem niet kunnen beschermen. De ijzers van Roes doorboren twee pezen, twee spieren en het kniekapsel, en er breekt een stukje van zijn dijbeen af. Het ijs kleurt donkerrood. „Ik kneep hard in mijn been om het bloeden een beetje te stoppen. Mijn hele lichaam begon te trillen van de adrenaline. Het gaf zo’n kick, een heel bijzonder gevoel. Het klinkt misschien gek, maar ik heb me nog nooit zo levend gevoeld als toen.”

Ziekenhuis in en uit

Dit had zijn jaar moeten worden. Stiekem durfde hij al een beetje te dromen van grote wedstrijden, zoals de EK, WK of de wereldbekerwedstrijden van dit weekend in Dresden, Duitsland. In plaats daarvan volgt een periode van onzekerheid. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Artsen geven voor zijn blessure een onbekende hersteltijd. Niemand kan hem vertellen of hij ooit nog een rondje zal kunnen schaatsen. Had het snijvaste pak waar hij altijd op vertrouwde dit kunnen voorkomen? Hoe snijvast is zo’n schaatspak eigenlijk? En wat als de boarding van hogere kwaliteit was geweest en Roes niet in tegengestelde richting was teruggeworpen?

Schaatspakkenmaker Bert van der Tuuk ontwikkelde enkele jaren geleden een nieuw shorttrackpak van Dyneema, een supersterk garen waar ook kogelwerende vesten en scheepstouw van wordt gemaakt. Ook het pak van Brunsmann was van zijn hand. Hoe kon het gebeuren dat zo’n geavanceerd pak werd doorkliefd? „Dat is ongelukkig. Het ijzer ging zelfs dwars door de extra verstevigde stof op zijn knieën heen. Als de krachten zo groot zijn, kan dat blijkbaar gebeuren”, zegt Van der Tuuk.

De pakken waarmee shorttrackers de baan op mogen, worden door de internationale schaatsbond ISU getest op snijvastheid. Minimaal moeten ze voldoen aan level 2 van de Europese, door de industrie gehanteerde snij- en scheurbestendigheidsnorm EN 388. De pakken van Van der Tuuk, waarin alle shorttrackers van de Nederlandse ploeg rijden, voldoen met level 3 ruim aan die norm. Toch zou hij zijn pakken nog veiliger willen maken, hij vindt de regels van de ISU „nog niet ver genoeg” gaan. „Hoe veilig kunnen we shorttrack maken? Dat is de vraag die mij elke dag weer bezighoudt. Je gaat straks gewoon een keer meemaken dat er iemand doodbloedt in een pak.”

De knie van Jasper Brunsmann na het ongeluk. Foto Kees van de Veen

Van der Tuuk denkt dat het mogelijk is om een snijvast pak te fabriceren dat nog veiliger is. „We kunnen een pak maken waarin sporters nooit meer een blessure oplopen, maar dan kan je er niet meer in schaatsen doordat alle elasticiteit is verdwenen.” Het gaat dus om een compromis tussen veiligheid en elasticiteit. Bij de ontwikkeling van veiligere pakken, kan hij rekenen op weerstand van de sporters. „We staan vaak tegenover elkaar. Dat wij voor hun veiligheid willen opkomen, daar hebben schaatsers helemaal geen belang bij. Dat is niet zo gek, want sporters nemen veel risico’s met hun gezondheid om maar te kunnen winnen.”

In vergelijking met een jaar of tien geleden is de shorttracksport veiliger geworden, stelt Van der Tuuk vast. „Toen reden ze nog rond in een lycra pakje zonder snijvaste delen. Dat er toen geen doden zijn gevallen, is mij een raadsel.”

Twee edities verder

Bjorn de Laat is onderzoeker bij schaatsbond KNSB en verantwoordelijk voor het pak waarin Jasper Brunsmann ten val kwam. Toen De Laat zes jaar geleden begon bij de KNSB, reden shorttrackers rond in zwaardere en minder snijvaste pakken. „We zijn twee edities verder en hebben grote stappen gezet. Het pak is veiliger geworden, het sluit beter aan op het lichaam en het is lichter. Maar we kunnen niet zeggen dat we klaar zijn.”

Daarmee doelt De Laat op de outfits waarin de shorttrackers van de Nederlandse ploeg tijdens de belangrijkste wedstrijden rijden. Die zijn niet helemaal van snijvast materiaal, maar van rubber met snijvaste delen op plekken waar grote slagaders lopen. „Die pakken zijn minder veilig dan het pak waar Jasper Brunsmann in reed. Voorafgaand aan zo’n wedstrijd maken we een inschatting of we het risico moeten nemen. Suzanne Schulting reed bijvoorbeeld twee weekenden geleden in de voorrondes van de EK in het snijvaste pak, maar de rest van het toernooi in het rubber. Dat scheelt tot wel een tiende seconde per ronde.”

Rechtszaak

Een val zoals die van Brunsmann is niet uniek. In 1993 liep Monique Velzeboer een dwarslaesie op bij een val tijdens een training. En Priscilla Deltrap-Ernst schoot in 1995 onder de boarding door en brak daarbij een rugwervel. Ze wilde een rechtszaak tegen de KNSB aanspannen, omdat de bond volgens haar onvoldoende veiligheidsmaatregelen had getroffen. Uiteindelijk zag ze daar vanaf. Wel voerde haar gesprekken met de KNSB tot strengere regelgeving.

Jasper Brunsmann Foto Kees van de Veen

Deltrap-Ernst heeft inmiddels een dochter die ook aan shorttrack doet. Daardoor was ze aanwezig bij de KNSB-cup waar ze vanaf de kant zag hoe Brunsmann ten val kwam. „Ik werd meteen teruggeworpen in de tijd en ben de kantine in gevlucht. Ik weet hoe heftig de nasleep van zo’n val is. Die jongen deed het net zo leuk, de weg terug naar de top is zwaar.”

In vergelijking met de tijd dat zij op de baan stond, is de veiligheid flink verbeterd, zegt Deltrap-Ernst. Naast de komst van snijvaste pakken, zijn ook de eisen aan de boarding verscherpt. „De kussens van de boarding moeten aan elkaar vastzitten, daar dachten ze in mijn tijd niet eens over na. Maar de veiligste boarding, een vrijstaande, staat op maar twee ijsbanen in Nederland: in Leeuwarden en Heerenveen.”

Bij de KNSB-cup op de Vechtsebanen stond geen vrijstaande boarding. Wel werd voldaan aan de minimale eisen: kussens van iets meer dan een halve meter dikte, geplaatst tegen de ijshockeyboarding. Bij een val is de kans dan groter dat schaatsers terug de baan op worden geslingerd, zoals Sven Roes overkwam; zijn botsing met Brunsmann was harder dan nodig.

Maar dat neemt Brunsmann niemand kwalijk. Sterker, alleen er „iets gebeurt” vindt hij shorttrack leuk. „Iemand die valt of een inhaalactie die net niet lukt waardoor twee schaatsers met elkaar botsen, dat maakt de sport. Als je goed wil zijn in shorttrack, moet je de bocht in durven gaan met het risico dat je er nooit meer uitkomt. Nu kwam ik er nooit meer uit. Of eigenlijk wel, op een brancard.”