Recensie

Recensie Boeken

Waarom trekt de muilezelhouder naar het westen?

Carys Davies

De trek naar het westen is nooit verdwenen uit de Amerikaanse literatuur, en lijkt de laatste jaren juist weer meer, jongere auteurs te inspireren. Recente boeken van Carlos Blake (Schurkenbloed), Philipp Meyer (De Zoon) en Hernan Diaz (In de verte, dat ook in die traditie past hoewel de omgekeerde route wordt gevolgd) zijn daar voorbeelden van. En Carys Davies lijkt daar, met haar debuutroman West ook in te passen.

Weduwnaar en muilezelhouder Cy Bellman, woonachtig in het al lang ‘geciviliseerde’ Pennsylvania aan het begin van de negentiende eeuw, leest in de krant over ‘reusachtige beenderen, de wonderbaarlijke slagtanden’ van prehistorische dieren die opgegraven zijn ‘in de zilte modder van Kentucky’. Daar moet hij heen! Maar in plaats van naar Kentucky af te reizen trekt hij verder naar het westen, in de overtuiging dat ze ook daar te vinden zijn.

Waarom hij die eenzame en barre, jarenlange tocht onderneemt, anders dan uit nieuwsgierigheid? Dat wordt nergens echt aannemelijk gemaakt in deze korte roman. Het is een aanwijzing dat het boekje in belangrijke mate los gezien moet worden van de realistische Amerikaanse traditie, los van de daarbij behorende heroïek en mythologie. Schrijfster Carys Davies is dan ook geen Amerikaanse maar afkomstig uit Wales, en ze houdt die licht fabuleuze tendens vast tot en met het wat grotesk aandoende slot.

Cy laat zonder aarzelen niet alleen zijn boerderij maar ook zijn tienjarige dochter Bess in Pennsylvania achter, onder de hoede van zijn nukkige zuster. Hij belooft haar te schrijven, maar de brieven komen nimmer aan. En terwijl Cy zijn queeste voortzet in het gezelschap van een jonge Indiaan met de ‘weinig veelbelovende naam Oude Vrouw in de Verte’ krijgt zijn dochter met het verstrijken van de jaren steeds vrouwelijker vormen, die de wellustige aandacht trekken van, in het bijzonder, twee mannen in het stadje. Allereerst de bibliothecaris, die haar helpt om met behulp van oude kaarten het mogelijke traject van haar vader na te trekken. Sinisterder is de aandacht van de knecht Elmer Jackson, die niet alleen zijn zinnen heeft gezet op de bijna verlaten boerderij, maar in steeds nadrukkelijker mate ook op de jonge Bess.

Wanneer aan het slot beide verhaallijnen min of meer samenkomen, gebeurt dat, als gezegd, op een manier die nogal wat vergt van het inlevingsvermogen van de lezer, maar Davies slaagt toch met verve. Het is vooral haar beeldende maar nergens overdadige stijl die daarvoor verantwoordelijk is, in dit aangenaam korte, opmerkelijke boekje.