Theoloog: ‘Zolderimam weet niet wat jongeren bezighoudt’

Kerk en staat Met hulp van een imam radicalisering tegengaan? Gemeenten zijn huiverig. Toch zul je wel moeten, zegt imam Rafik Dahman.

Theoloog Rafik Dahman: „Ik legde de context van zo’n koranvers uit, dat IS gebruikte in zijn propaganda.”
Theoloog Rafik Dahman: „Ik legde de context van zo’n koranvers uit, dat IS gebruikte in zijn propaganda.” Foto David van Dam

Religieuze begeleiding? Dáár ga ik niet voor betalen, zei burgemeester Charlie Aptroot (VVD) toen hij afgelopen zomer tegenover Rafik Dahman zat. De moslimtheoloog sprak met de burgemeester omdat hij zich zorgen maakt over islamitische jongeren uit de stad. „Ik vertelde dat er in Zoetermeer omstandigheden aanwezig zijn die radicalisering in de hand werken”, zegt Rafik Dahman. „En als daar niets aan gedaan wordt, het een kwestie van tijd is voordat er iets gebeurt.”

In dat laatste heeft de theoloog gelijk gekregen, met de aanhouding in november van twee Zoetermeerse terreurverdachten. De mannen van 20 en 34 jaar zouden van plan zijn geweest een jihadistische aanslag te plegen met bomvesten en autobommen. Dahman hoorde een aantal maanden daarvoor van jongeren die hij begeleidde dat het goed mis was in Zoetermeer. Of eigenlijk: nog stééds mis was.

Zoetermeer kwam zes jaar geleden in het nieuws als een jihadistische brandhaard. Tientallen jongeren uit de hele regio kwamen naar de Al-Qibla-moskee, voor de lezingen van de radicale prediker Mohammed Talbi. Toen hij in 2013 uit de moskee werd gezet, vertrok Talbi met zijn gevolg naar Syrië.

Lees ook deze reconstructie: Hoe de jihad een moskee verscheurde

Na de uitreisgolf stelde Zoetermeer vanaf 2014 jaarlijks 250.000 euro beschikbaar om radicalisering aan te pakken. Het moskeebestuur werd op antiradicaliseringscursus gestuurd. Ouders kregen voorlichting. En er werd een jonge theoloog in de arm genomen, Rafik Dahman, om met jongens in gesprek te gaan over maatschappelijke en religieuze thema’s. „Het weerbaar maken van jongeren tegen invloeden van ronselen”, heette het in gemeenteraadsbrieven.

De activiteiten, gesubsidieerd via het lokale jongerenwerk Mooi, hadden een religieus karakter, zegt Dahman. „Ik hield bijvoorbeeld lezingen over koranverzen die IS gebruikt in zijn propaganda. Verzen waarin moslims worden opgeroepen ten strijde te trekken”, vertelt de theoloog die is opgeleid in zowel Marokko als Nederland; hij volgde de imamopleiding aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Dan legde ik de context uit van zo’n vers: de profeet riep mensen destijds op zich te verdedigen tegen een op handen zijnde aanval. Dat is dus iets heel anders dan de oproepen tot het plegen van geweld die we tegenwoordig horen.”

‘Gemiddelde imam is zolderimam’

Het is noodzakelijk hierover te praten met moslimjongeren, zegt Dahman. „Van de imam horen ze het niet. De gemiddelde imam is een zolderimam, die spreekt doorgaans geen Nederlands en weet niet wat jongeren bezighoudt. Ze missen, onder andere in Zoetermeer, een religieuze autoriteit waaraan zij zich kunnen spiegelen.”

„Ik heb er veel aan gehad”, zegt Salmaan (23), een deelnemer aan de praatsessies die zijn achternaam niet vermeld wil vanwege de gevoeligheid van het onderwerp. „Mijn buurjongen was net vertrokken naar Syrië. Ik wilde weten: waarom gaat iedereen weg? Hoe zit het nou met ISIS? Rafik kon overtuigend uitleggen waarom hun ideologie tegenstrijdig is met ons geloof.” Salmaan is inmiddels zelf vrijwillig buurtwerker in Zoetermeer.

De gesprekken zetten ook Rafik Dahman aan het denken. „Tijdens een van de bijeenkomsten zei een 17-jarige jongen tegen me: ‘Weet je wel dat de Nederlanders onze vijand zijn? Ze vallen onze religie aan!’ Dat hoorde ik best vaak. Het is ook niet zo verwonderlijk. Veel jongeren van Marokkaanse afkomst krijgen thuis van jongs af aan te horen dat Nederland tegen hen is. Als ze ouder worden, merken ze dat het anders ligt. Dan krijgen ze op school een Nederlandse leraar, die hen probeert te helpen. Dat leidt tot een innerlijk conflict. En van daaruit wordt iedere afwijzing, bijvoorbeeld voor een stageplaats, gezien als een bevestiging dat zij hier niet horen. Dat vormt een voedingsbodem voor verdere ontsporing richting criminaliteit of radicalisering.”

Moskeeën zouden daarom veel meer aandacht moeten besteden aan „positief burgerschap” voor jongeren, zegt Dahman, bijvoorbeeld door theologen zoals hemzelf in te zetten. Maar financiële middelen ontbreken vaak, mede omdat moskeebestuurders de urgentie niet zien. Zij zijn vaak op leeftijd en hechten meer waarde aan een Arabischtalige imam.

Bijeenkomsten in garage

Als de aandacht voor radicalisering vanaf 2015 afneemt, hevelt Zoetermeer de subsidie over naar een andere aanbieder, stichting Buurtwerk. Die ondersteunt niet langer religieuze activiteiten.

Dahman gaat in andere steden, zoals Leiden, verder met het begeleiden van jongeren. Daarnaast verzorgt hij vrijdagpreken in de Essalammoskee in Rotterdam, de grootste moskee van Nederland. Tot hij vorig jaar wordt gebeld door de Zoetermeerse jongeren die hij begeleidde. Ze vertellen dat jongeren zich zijn gaan afzonderen. Ze komen nu bij elkaar buiten de moskee, in een garage, met radicale figuren. Een bestuurslid van de Al-Qibla-moskee bevestigt deze waarneming.

Dahman geeft de signalen deze zomer door aan burgemeester Aptroot en vraagt om geld om de eerdere activiteiten weer op te starten, in een poging de jongeren uit de radicale invloedsfeer te halen. Maar de burgemeester wil er niet aan: het past volgens hem niet bij de scheiding van kerk en staat. „De gemeente subsidieert nooit informeel onderwijs binnen geloofsgemeenschappen”, laat een woordvoerder van Aptroot weten. „Geloofsgemeenschappen hebben hierin hun eigen verantwoordelijkheid.”

Meerdere gemeenten worstelen met dit vraagstuk, zegt religiewetenschapper Sipco Vellenga van de Rijksuniversiteit Groningen. „In de strijd tegen radicalisering bekijken gemeenten of zij de meer liberale islamitische stromingen kunnen ondersteunen, om de radicale tegen te werken.”

Afbreukrisico voor burgemeesters

De gemeenten Leiden en Delft werken al nauw samen met islamitische organisaties om radicalisering te voorkomen, vertelt Dahman. En in Utrecht adviseerde een commissie van terrorismedeskundigen de gemeente onlangs gematigde islamitische organisaties te faciliteren, om de meer radicale Al-Fitrah-moskee te beconcurreren. De gemeente zou bijvoorbeeld buurtcentra kunnen oprichten waar islamitische cursussen gegeven worden zodat ouders hun kinderen niet naar Al-Fitrah sturen voor islamles, suggereerden de deskundigen.

Maar zulke initiatieven liggen gevoelig. Het ‘afbreukrisico’ voor burgemeesters en wethouders is groot. Als later blijkt dat een door hen ondersteunde organisatie een boodschap vertolkt die niet strookt met democratische waarden, hebben zij een politiek probleem. Zo kreeg de Hilversumse burgemeester Pieter Broertjes onlangs het verwijt te hebben samengewerkt met de salafistische prediker Fouad el B., die inmiddels jihadverdachte is.

Ook is er angst om de scheiding van kerk en staat niet te respecteren. Terecht, vindt religiewetenschapper Vellenga. „Het principe van de scheiding van kerk en staat betekent dat de overheid zich niet bemoeit met hoe een religieuze leer wordt beleden. Dat maakt het subsidiëren van religieuze activiteiten lastig.”

Wel zouden gemeenten jongerenwerkers kunnen aanstellen die zich binnen islamitische organisaties inzetten voor waarden als burgerschap, oppert Vellenga.

Dahman ziet niet hoe het ondersteunen van zijn werk zou indruisen tegen de scheiding van kerk en staat. „Het gaat hier namelijk om een algemeen belang: veiligheid. De overheid begrijpt dat nog steeds niet. In de aanpak van terrorisme wordt gekeken naar allerlei factoren – opleiding, werk, psychische aandoeningen, gezinsdynamiek, ga zo maar door – behalve naar de religieuze dimensie. Die wordt volledig buiten beschouwing gelaten. Maar besef wel: jongeren die IS steunen, geloven dat zij uitdrukking geven aan hun religie. Wil je radicalisering voor zijn, zul je op die religieuze component moeten inspelen – ook al betekent het dat de staat zich op het domein van het geloof begeeft.”