Opinie

Steenwijk

Marcel van Roosmalen

Mijn zus belde, ik zat net aan de theaterprak in de foyer van het Vestzaktheater te Steenwijk. Nou ja, ze hadden er dus samen geluncht, zij en mijn broer. „Waar?”, vroeg ik.

In het nieuwe woon-zorgcomplex waar we mijn moeder heen gingen brengen, natuurlijk.

„Die koperen ketel past dus niet”, kwam ze meteen ter zake. „Het is daar echt te klein.”

„Jezus, ook niet op de gang?”, begon ik. „Dat is toch voor die anderen ook leuk met al die planten erin…”

„Als alle bewoners een koperen ketel meenemen dan…”

„Ja, wat dan eigenlijk?”

„En wat jullie tot nu toe hebben ingepakt… Veel te veel. Past niet, zitten we straks met de gebakken peren…”

Ik hing op, voor me stond een plastic bak met eten.

De rest van mijn theatergezelschapje keek niet op of om.

„Moet ik er weer naartoe”, zei ik. „Lekker dan.”

De grappigste: „Maar eerst… Steenwijk!”

Ik schreef op deze plaats meerdere keren over de gedwongen verhuizing van mijn moeder. Er waren mensen die me sterkte wensten. Lief bedoeld natuurlijk, maar ik blief dat soort reacties maar met mate.

Ik leef niet voor mijn moeder, was dat maar zo, ik leef gewoon door.

Ik ga naar een theater in Steenwijk, ik laat me zaterdag in een Utrechts café de versierselen opspelden als Republikein van het jaar, ik ga naar wedstrijden van Vitesse, ik bezoek de schoolmusical van mijn dochter, ik ben jarig…

En tussendoor doe ik, nog net niet vloekend, de verhuizing van mijn moeder. Ik begon tegen de rest over Steenwijk, waarom stopte er eigenlijk een intercity?

Weer die iPhone, mijn broer meldde zich nu ook.

„Ik ga dus al die dozen weer uitpakken, he? Doorselecteren. De kasten kunnen ook niet mee. We kopen een nieuwe bij de IKEA… En die verhuizers moeten we cash betalen. Ze hebben geen pinapparaat.”

„Weet ze het al van de ketel?”

„Nog niet. Dat mag jij zeggen.”

Hij zei verder niets, maar ik hoorde wel wat hij dacht: ‘de ketel mag niet mee’ is natuurlijk ook weer goed voor vierhonderd woorden, maar ondertussen ben je liever in Steenwijk dan in Velp.

„Ja, tot morgenvroeg”, blafte ik. „Ik ben er vroeg hoor.”

„Ja, daag.”

„Weet je wie hier komend voorjaar ook komt?”, vroeg een van de anderen, hij bladerde door de theaterbrochure. „Patty Brard! Patty Brard doet in april een boekje open over haar leven. Voor vijftig man. In Steenwijk. Zou ze daar al zin in hebben?”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.