Opinie

Sovjetarbeider Stachanov is gereïncarneerd in Trump

Trumps troonrede werd 128 maal onderbroken door applaus. Deze verheerlijking is niet alleen een uiting van liefde, ook van haat, analyseert Hubert Smeets.

Hubert Smeets

Aleksej Stachanov is niet dood. Hij is gereïncarneerd in Trump. De Amerikaanse president trof dinsdag in zijn troonrede een toon die, vertaald, niet zou misstaan in de lyriek waarop het stachanovisme zo’n 85 jaar geleden patent had.

Trump sprak louter in superlatieven over het land en zichzelf. Hij jubelde over behaalde „records” (10x), over statistieken met de „laagste” (9x) dan wel „hoogste” (4x) cijfers ooit en uiteraard over de „helden” (5x) die het „meesterwerk” mogelijk maken.

Maar verslap niet, zo maande hij. Niet alle „vijanden van Amerika zijn op de vlucht”. Zelfs in eigen huis verschuilen zij zich nog steeds. In het Congres zitten „132 wetgevers die een socialistische overname van het gezondheidsstelsel hebben gesteund”. De president waarschuwde hen en alle andere „radicale” politici in de VS. „We zullen socialisme nooit de Amerikaanse gezondheidszorg laten vernietigen”. Want Amerika is „bevochten door de flinkste, sterkste, felste en meest vastberaden mannen en vrouwen die ooit in het aangezicht van de Aarde hebben rondgelopen”.

Prestatietrots, vijandbeeld, overwinningsdrang en vernederingsverlangen zijn onontbeerlijk voor de echte „arbeiders” (3x) en „krijgers” (3x). Trump heeft zo echter ook een diepere missie: „Socialisme vernietigt naties, vrijheid verenigt de ziel.”

Hier komt Stachanov om de hoek kijken. Medio jaren dertig verzette deze Sovjetmijnwerker bergen in de kolenindustrie van de Sovjet-Unie. Waar gewone kompels in een ploegendienst 7 ton kolen naar boven haalden, dolf hij maar liefst 102 ton en later zelfs 227 ton in een enkele shift. Dat deze records niet zijn individuele verdienste waren, deed er niet toe. Het nepnieuws over de mijnwerker werd geframed tot één propagandistisch beeld: dankzij het stachanovisme groeide zijn ‘heldhaftige’ natie, zowel economisch als politiek, terwijl de andere industriestaten in crisis waren ondergedompeld.

Een van de pot gerukte parallel? De gestaalde communist Stachanov zou een vergelijking met de wilde kapitalist Trump zeker verraad hebben gevonden. Omgekeerd net zo. Los ervan: hun beider naties lijken ook fundamenteler niet op elkaar, dit zijn cruciale verschillen van leven en dood.

Toch is er een analogie waarneembaar: de leiderscultus die rondom Trump hangt.

Zijn State of the Union, die deze week een uur en 18 minuten duurde, werd maar liefst 128 maal onderbroken door applaus. Of te wel: één ovatie per 37 seconden.

Deze verheerlijking is niet alleen een uiting van liefde, maar evenzeer van haat. O wee, degene die zich tegen de president keert. Dat ondervond de aartsconservatieve talkshowhost Joe Walsh deze week. Walsh was tot medio 2018 een geharde aanhanger van Trump. Wegens diens geflirt met Poetin heeft hij zich echter van hem afgewend en nu kandidaat gesteld voor de Republikeinse nominatie. Walsh is kansloos. Bij de caucus in Iowa haalde hij 1,31 procent van de stemmen. Hij hoefde niet te rekenen op mededogen. Toen de verliezer in Iowa voor het oog van drieduizend partijgenoten zijn hoofd in de schoot legde, maar er wel bij vertelde dat het land een president nodig heeft die „niet liegt, onfatsoenlijk of wreed is”, werd hij door de massa vergast op boegeroep en opgestoken middelvingers. „Dit is geen partij, dit is een cultus”, schreef Walsh over zijn eigen Republikeinen op Twitter.

Walsh werd uitgekotst als renegaat. Dat is het nieuwe gezicht van de partij van Trump.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.