Reportage

Is deze sneeuwfabriek de toekomst van de ski-industrie?

Sneeuwfabriek Het Atelier de la Neige in de Franse Alpen is een van de meest geavanceerde sneeuwfabrieken ter wereld. Maar: vlokken zoals de natuur ze voortbrengt, kunnen zelfs deze sneeuwmeesters niet nabootsen.

Het recept voor kunstsneeuw –of ‘cultuursneeuw’ – is simpel, zegt Michael Payan. „Water en lucht, meer heb je niet nodig.”
Het recept voor kunstsneeuw –of ‘cultuursneeuw’ – is simpel, zegt Michael Payan. „Water en lucht, meer heb je niet nodig.” Foto Pierre Augier

Het eindpunt van de Olympique, de cabinelift die uitkomt op de top van de Rocher de Bellevarde, biedt een ongekend uitzicht. Naar alle kanten strekken de majesteitelijke toppen van de Frans-Zwitserse Alpen zich uit, met op hun witte flanken de tientallen skiliftjes die de 145 pistes met elkaar verbinden. Recht naar beneden verdwijnt de Face de Bellevarde, de befaamde zwarte piste van de vallei, het dal in.

Lauranne Boccone stapt uit een van de winddichte en van stoelverwarming voorziene cabines. Diep weggestopt in de capuchon van haar donzen bedrijfsjack tuurt ze door een grote zonnebril naar de zwarte vlekken op de bergketens aan de overkant. Normaal gesproken is de Rocher du Charvet rond deze tijd van het jaar met sneeuw bedekt, nu zijn nog rotsen te zien. „Het heeft al twee weken niet gesneeuwd”, zegt de 26-jarige woordvoerster van het skigebied met een zorgelijk gezicht. „Uitzonderlijk voor januari.”

Hoewel de sneeuwval in de Alpen per jaar sterk varieert, past haar bezorgde blik in een klimatologische trend. Klimatologen, ecologen en economen somberen al jaren over de toekomst van de ski-industrie. Wetenschappers zagen de zomertemperatuur in de Alpen de afgelopen eeuw liefst 2 graden stijgen, meer dan op veel andere plaatsen. De toename raakte volgens klimaatpanel IPCC vanaf de jaren 90 in een stroomversnelling. Het gevolg: sneeuwgebrek, smeltende gletsjers en een verkorting van het skiseizoen. Al in 2006 waarschuwde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling voor de effecten van klimaatverandering op de Europese ski-industrie. Een rampzalig scenario voor de Franse wintersport, waarin jaarlijks 9 miljard euro omgaat en die tienduizenden Fransen een inkomen biedt.

De terugtrekkende sneeuwgrens leidt tot bizarre taferelen. Zo besloten de autoriteiten van skidorp Montclar in de zuidelijke Alpen om 200 kuub sneeuw per helikopter van de bergtoppen naar de piste te verplaatsen. Een peperdure grap waartoe volgens de president van de skivereniging „unaniem” werd besloten om de inkomsten dit skiseizoen veilig te stellen. Wereldwijd investeren skigebieden in snow harvesting: het opslaan van sneeuw tijdens de zomermaanden.

De computers en pompen zetten de kanonnen alleen aan wanneer dat nodig is.

Foto Pierre Augier

Sneeuwgarantie

Zulke drastische maatregelen zijn in Val d’Isère niet aan de orde. Het immense skigebied op 1.850 tot 3.000 meter hoogte adverteert met een keiharde sneeuwgarantie. Van 25 november tot 3 mei wordt er geskied, zelfs ‘zomerskiën’ is op sommige locaties boven de 3.000 meter nog mogelijk. Het elfde-eeuwse Alpendorp kan dan ook rekenen op warme belangstelling van skiliefhebbers.

Om de reputatie van chic sneeuwparadijs hoog te houden, worden kosten noch moeite gespaard. Overdag wordt er geskied, ’s avonds biedt de vallei vermaak in de vele restaurants, après-ski- en kuurgelegenheden. Maar de werkelijke motor achter al dat succes bevindt zich onder de oppervlakte, in een enorme bunker pal onder de centrale kabelbaan. Het Atelier de la Neige van Val d’Isère is een van de meest geavanceerde sneeuwfabrieken ter wereld.

Het is fris in de ondergrondse machinekamers van het sneeuwatelier, uitgehouwen in de rotsen van het bergmassief. In 1986 werd in de vallei de eerste provisorische installatie aangelegd. Onder leiding van de lokale ingenieur Pierre Mattis groeide het sneeuwatelier uit tot een miljoenenbedrijf dat 2.500 kubieke meter sneeuw per uur kan produceren.

Sneeuwfabriek Atelier de la Neige groeide uit tot een miljoenenbedrijf dat 2.500 kubieke meter sneeuw per uur kan produceren

In de bunker toont de lange, grijzende Fransman het resultaat van zijn inspanningen: splinternieuwe, felgekleurde pompen, buizen, turbines en elektriciteitskasten. Boven zijn hoofd klinkt om de paar seconden het gerommel van een vertrekkende skicabine. Het ter plaatse geproduceerde materieel voorziet de 670 computergestuurde sneeuwkanonnen langs de pistes van munitie. Al is de oorlogstaal waarmee de bedrijfstak is doorspekt inmiddels taboe verklaard in het atelier. De term ‘sneeuwkanon’ is vervangen voor het publieksvriendelijker enneigeur, ‘besneeuwer’, en ook ‘kunstsneeuw’ is in de ban gedaan. „Wij hebben het over neige de culture”, zegt Mattis – cultuursneeuw. „Het is tenslotte niet de sneeuw die kunstmatig is, maar de manier waarop die wordt gemaakt”. Hoewel: helemáál hetzelfde is het niet. Hoe ingenieus ook, sneeuwkristallen zoals de natuur ze voortbrengt, kunnen zelfs de sneeuwmeesters niet nabootsen.

„Het recept is simpel”, legt collega Michael Payan uit. „Water en lucht, meer heb je niet nodig”. De bebaarde dertiger in zijn felgekleurde sport-outfit heeft samen met Mattis de leiding over het complex. Hij wijst naar de twee buizen die samenkomen in de machinekast van een sneeuwkanon, waarin water en lucht onder hoge druk worden samengeperst en via een 60 kilometer lang, ondergronds netwerk van pijpleidingen naar de hellingen gebracht. De kanonnen vuren het mengsel met 250 kilometer per uur op de pistes af, eenmaal in de koude buitenlucht verandert het water in minuscule ijsballetjes.

Verschillende methoden: de sneeuwlans en de klassieke ‘kanon’

Energievreter

Het sneeuwatelier is een unieke en tegelijk broodnodige vinding, waarmee Val d’Isère de gevolgen van klimaatverandering op afstand probeert te houden. Maar deze sneeuwproductie vreet energie en ligt onder vuur van ecologen en activisten. Het sneeuwatelier doet er, gesteund door subsidies, alles aan om de milieubelasting te beperken. „Het klimaat verandert, en daarmee onze mentaliteit”, zegt Mattis. „We zijn de afgelopen jaren anders gaan nadenken over besneeuwing.” Zo wordt het gebruikte rivierwater gefilterd en verdwijnt het nadat de sneeuw gesmolten is weer in de grond. De computers en pompen zetten de kanonnen alleen aan wanneer het nodig is, chemische toevoegingen zijn uit den boze.

Hoeveel technische snufjes de vallei ook herbergt, ze kunnen niet voorkomen dat de sneeuwval in de Alpen over de hele linie minder wordt. Inmiddels is 40 procent van de pistes aangesloten op het netwerk. Met de bedragen die Val d’Isère in de sneeuwtechnologie pompt, kan het gebied naar verwachting nog tientallen jaren mee. Het zijn de kleinere, lagere skigebieden die het niet redden.

Samuel Morin volgt de ontwikkelingen op de voet. De sneeuwwetenschapper uit Grenoble werkt bij Méteo France en het nationale wetenschappelijk instituut CNRS. Hij doet onderzoek naar klimaatverandering in de Alpen en coördineert het EU-project Pro Snow, dat skigebieden adviseert over sneeuwmanagement. „We zien steeds meer winters met extra uitdagingen op sneeuwgebied.”

De politiek en de branche bepalen met hun beslissingen de toekomst van de skisector, aldus Morin. Volgens hem ligt het antwoord in plaatsing van sneeuwkanonnen en diversificatie van de activiteiten. „Grote stations die vaak helemaal afhankelijk van sneeuwval, moeten nadenken of ze op de goede weg zijn.”

Tegelijk ergert hij zich aan „ongenuanceerde” doemscenario’s in de media. „Ieder jaar is het hetzelfde liedje”, gromt Morin aan de telefoon. „Allemaal willen ze weten wanneer de skistations gaan sluiten. Maar er is geen bewijs dat dit op korte termijn zal gebeuren. Variabelen zijn er altijd geweest.”

Ook bestrijdt hij graag het idee dat kunstsneeuw de grootste energieslurper is binnen de sector. „Het grootste deel van de CO2-voetafdruk van de wintersport zit in het transport van de toeristen en in de vaak slecht geïsoleerde hotels.”

Lees ook: Zonder kunstsneeuw is skiën bijna onmogelijk geworden

Water en lucht worden onder hoge druk samengeperst en via een 60 kilometer lang, ondergronds netwerk van pijpleidingen naar de hellingen gebracht.

Foto Pierre Augier

Wintersport taant

In de jaren 70 schoten de wintersportoorden als paddenstoelen uit de grond. Ieder dorp wilde meeliften op de internationale ski-boom. De gebiedjes voorzagen in de wensen van lokale clientèle, maar haalden het niet bij het internationale succes van hoger gelegen gebieden als Megève, Chamonix en Val d’Isère. Toerisme-deskundigen zien de populariteit van de (dure) wintersport al jaren tanen. Minder jongeren leren skiën en goedkope vluchten naar de zon vormen in de winter een aantrekkelijk alternatief. Met afnemende sneeuwval en dalende bezoeksaantallen kunnen kleinere gebieden de torenhoge onderhoudskosten niet meer opbrengen.

Vincent Simon bestudeert die problemen in de praktijk. De Fransman heeft een bijzondere hobby: het in kaart brengen van de spookstations die inmiddels overal in de Alpen te vinden zijn. Net als Morin benadrukt hij dat niet sneeuw-, maar geldgebrek de voornaamste aanleiding is voor sluiting van pistes. „Het onderhoud en de verplichte veiligheidsinspecties zijn erg kostbaar. De vereiste technici en reddingswerkers verhuren hun diensten liever aan de grote resorts. In plaats van zich in de schulden te steken, sluiten veel managers dan liever stilletjes de deuren.”

„Het heeft al twee weken niet gesneeuwd”, zei de woordvoerster van het skigebied. „Uitzonderlijk voor januari.”

Foto Pierre Augier

Betonnen karkassen

Dat was twintig jaar geleden het lot van St. Honoré, een gehucht op 1.500 meter hoogte, een uurtje onder Grenoble. Wie via een smalle slingerweg de berg op rijdt, wordt al van verre aangegrijnsd door de betonnen karkassen van skistation La Chaud.

Toen hier eind jaren 60 de laatste steenkoolmijnen sloten, zag de gemeente een skistation als redding van de economie. Drie gesubsidieerde liftjes kwamen er, maar de projectontwikkelaar belandde wegens verduistering in de cel. De plek raakte in verval en werd een geliefde locatie voor ramptoeristen, kunstenaars en graffiti-artiesten. Na een mislukte poging tot veiling werden liften en gebouwen ontmanteld en de aanpalende ski-appartementjes aan particulieren verkocht.

Een van hen is Christophe Stagnetto, die vijftien jaar geleden neerstreek in het dorpje. Hij kent alle hoeken van de vervallen gebouwen en gaat ieder jaar nog skiën bij een station verderop. Maar dit jaar konden de kleine sleepliftjes ook daar niet draaien. „Er is gewoon niet genoeg sneeuw.”

De enige optie die bedreigde skigebieden rest, is het roer drastisch omgooien. Zoals het nabijgelegen, veel grotere skidorp Chamrousse. Dat lanceerde een ambitieus plan om het gebied om te toveren tot een smart mountain resort dat alle seizoenen activiteiten biedt. De komende tien jaar wordt er geïnvesteerd in conferentiezalen, kuurcentra en in de promotie van andere bergsporten.

Als het aan Emmanuel Alleman ligt, gaat St. Honoré na al die jaren leegstand ook weer floreren. In een fluorescerend hesje staat hij voor de sombere betonnen gebouwen. De natte sneeuw slaat om in een venijnig motregentje. Hij is lid van de lokale airsoft-vereniging (schieten met plastic balletjes), die haar oog heeft laten vallen op de gebouwen. „Morgen gaan we hier met een team vrijwilligers aan de grote schoonmaak”, zegt hij handenwrijvend. „Kom deze zomer maar terug, dan ziet het er hier heel anders uit.”

Lees ook: Dit dorp in de Alpen vreest het einde van de wintersport. ‘Zonder sneeuw gaan we ten onder’