Kritiek op Bregmans brief: Nee, het is nu echt niet januari 1953

Bregmans pamflet Niet alle wetenschappers die hij sprak delen de sombere vooruitzichten uit Rutger Bregmans ‘Brief aan alle Nederlanders’.

De Watersnoodramp van 1953: Schouwen-Duiveland.
De Watersnoodramp van 1953: Schouwen-Duiveland. Foto ANP

Journalist Rutger Bregman schreef een brief aan alle Nederlanders, over de rampzalige zeespiegelstijging die onze kwetsbare delta, misschien, te wachten staat. De titel is apocalyptisch: „klimaatverandering bedreigt het voortbestaan van ons land”. Voor zijn brief interviewde Bregman zeven wetenschappers en voor dit NRC-artikel zijn ze alle zeven nagebeld met de vraag wat ze van de brief vonden.

Hij trok de afgelopen anderhalve week in ieder geval veel aandacht, op tv, radio, in kranten, zeggen ze allemaal. „Het is mediatechnisch supersterk gedaan”, zegt geograaf Kim Cohen (Universiteit Utrecht). Dat vindt ook Bas Jonkman, hoogleraar waterbouwkunde aan de TU Delft. „Hoeveel bereik zo iemand heeft... Als ik iets schrijf trekt het nauwelijks aandacht.”

Meer kritiek hebben de zeven op de inhoud. Bregman hangt zijn brief op aan de Watersnoodramp, die in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953 plaatsvond. Centraal staat de figuur van ingenieur Johan van Veen, die al twintig jaar waarschuwde voor een mogelijke watersnoodramp, maar naar wie niemand luisterde. Daarna trekt Bregman een parallel met het heden. „Maar de situatie toen was echt heel anders”, zegt Jeroen Aerts, hoogleraar water- en klimaatrisico aan de Vrije Universiteit. „De dijken waren in slechte staat.” En Nederland reageerde pas ná de ramp – met de bouw van de Deltawerken. „Nu proberen we een ramp vóór te zijn”, zegt Marjolijn Haasnoot van kennisinstituut Deltares. Sinds 2011 heeft Nederland een Deltacommissaris, die bij wet moet zorgen voor bescherming tegen hoogwater, en de zoetwatervoorziening moet veiligstellen. Uiterwaarden zijn sindsdien uitgebreid – om tijdelijk hoge waterafvoer van de rivieren op te vangen. De dijken worden versterkt. Voor het Deltaprogramma is voor de periode 2019-2032 een budget van 17,5 miljard euro gereserveerd. „Dat we zoveel miljarden vrijmaken zonder een erge gebeurtenis, dat is bijzonder”, zegt Aerts. Hij noemt Nederland „ongelooflijk vooruitstrevend”.

Lees ook: Dat nieuwe klimaat komt er toch, Rutger

Niemand luisterde destijds

Er is nog een verschil met 1953. Niemand luisterde destijds naar Johan van Veen. „Maar wij worden nu wel gehoord”, zegt Cohen. Haasnoot vult aan: „Allerlei partijen denken na over oplossingen voor Nederland, mocht de zeespiegelstijging ooit ernstig worden.” Ze haalt minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) aan. „We hebben nog wel tijd om ons voor te bereiden, maar we hebben geen tijd te verliezen”, zei de minister in november in de Balie.

Dan de cijfers. Hier wordt het lastig. Er gaan er veel rond. Terwijl er nieuwe inzichten komen. Bregman haalt het KNMI aan en noemt een mogelijke stijging van 3 meter aan het eind van deze eeuw, als de wereld de uitstoot van broeikasgassen niet snel genoeg inperkt. In 2200 is er tussen de 5 en 8 meter bijgekomen. „Die cijfers zijn achterhaald”, zegt Roderik van de Wal, hoogleraar zeespiegel en invloed op de kust aan de Universiteit Utrecht. Van de Wal gaat uit van het recentste rapport van klimaatpanel IPCC, waaraan hij meeschreef. Over die cijfers is consensus. En het IPCC komt voor het meest waarschijnlijke scenario nu uit op een stijging van 84 centimeter voor het eind van deze eeuw, en op 4 meter in 2300. Dat is dan in een situatie waarin de uitstoot van broeikasgassen alsmaar blijft toenemen. Maar dat is niet waarschijnlijk, zegt Van de Wal. Want in 2015 is het Parijsakkoord afgesloten om de uitstoot terug te dringen.

Niet iedereen heeft vertrouwen in de uitvoering van ‘Parijs’. „Er zijn al sinds 1972 waarschuwingen, en er gebeurt helemaal niks. Het lijkt er tot nog toe helemaal niet op dat men zich aan het Parijs-akkoord gaat houden”, zegt Maarten Kleinhans, hoogleraar fysische geografie aan de Universiteit Utrecht. Ook in Nederland schiet het niet op, zegt hij. Er was een stichting (Urgenda) en een rechter nodig om het kabinet meer te laten doen aan de broeikasgasuitstoot.

Lees ook: Nederland moet ingrijpend veranderen om zeespiegelstijging op te vangen

Extremere scenario’s

Er zijn ook extremere scenario’s, zegt Van de Wal, met meer zeespiegelstijging. Maar de kans daarop is erg klein. Zelfs in de extremere scenario’s is stijging van 5 tot 8 meter in 2200 overdreven. Stijging van 2 meter in 2100, zegt Van de Wal, wordt alleen verwacht als de uitstoot deze hele eeuw blijft toenemen. „Onze kinderen lopen geen gevaar. Onze klein-klein-klein-kinderen wel als we die uitstoot niet snel terugbrengen.”

Jonkman vindt Bregman „heel erg aan de pessimistische kant” zitten. Dat „onze kinderen” misschien afscheid moeten nemen van steden als Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, noemt Jonkman flauwekul. „We krijgen deze eeuw maximaal 1 meter zeespiegelstijging. Dat kunnen we echt wel aan.” Dat zegt ook Cohen: „De eerstkomende eeuw zitten we prima”. Maar als de zeespiegelstijging veel meer wordt, is versterken van dijken en dammen dan genoeg? „Daar moeten we nu al over nadenken.” En dat gebeurt ook. Deltares heeft afgelopen september een rapport uitgebracht waarin 180 plannen voor het toekomstige Nederland zijn gebundeld. Haasnoot benadrukt het belang dat we ons als kwetsbare delta voorbereiden op mogelijke scenario’s die heel grote consequenties kunnen hebben. Het IPCC acht een zeespiegelstijging van 2 meter in 2100 niet waarschijnlijk, maar wel mogelijk. Kleinhans maakt zich daar grote zorgen over. „Ik vertel mijn kinderen dat ze Duits moeten leren.” Haasnoot reageert daarop: „Nee, dat doe ik niet.”

Lees ook over het plan om de hele Noordzee af te sluiten met een dam: Honderd jaar bouwen aan een dijk