Mogelijk overkapping op het Rotterdamse Stadhuisplein tegen geluidsoverlast

Rechtszaak Horeca-uitbaters aan het Stadhuisplein kregen weer gelijk van de rechter: er hadden geen woningen gebouwd mogen worden zonder rekening te houden met het uitgaansgebied

Foto Peter Hilz

De uitbaters van de horeca aan het Stadhuisplein zijn bereid een serre te laten bouwen over hun terrassen. Dat laat Zsiga Gyömörei weten, de advocaat van Chiel Jongejan en Marcel Maan, die het merendeel van de horecazaken op het plein uitbaat. „We willen met alle partijen op zoek naar een duurzame oplossing voor het probleem dat is ontstaan door een foute vergunningverlening.”

Hij zegt dat daags nadat de Raad van State opnieuw een uitspraak deed in het voordeel van de horeca aan het Stadhuisplein. „We hebben de derde rechter op rij honderd procent aan onze kant gekregen, maar de horeca-uitbaters zijn niet van plan om er met deze uitspraken onder de arm een gevecht of strijd van te maken”, zegt Gyömörei. „We willen hier uitkomen.”

Zuiptenten

Over het bekendste horecaplein van Rotterdam – met cafés als de Coconut Bar en de Apres Skihut die tot het meubilair van de Rotterdamse nachthoreca behoren – is al even rumoer. Er lopen rechtszaken over de bouw van woningen boven het Stadhuisplein en door de gemeente niet verlengde horecavergunningen vanwege overschreden geluidsnormen.

Daar kwam bij dat het plein waar iedere Rotterdammer wel een keer een afzakkertje heeft gehaald, in 2017 nieuwe overburen kreeg: studenten van het Erasmus University College (EUC). Dat bleek geen gelukkig huwelijk: de studenten klaagden al snel over geluidsoverlast. De eerstejaarsstudenten van het EUC – veelal internationale studenten – moeten verplicht in hun eerste jaar wonen in een van de 220 kamers, om zo de onderlinge band tussen de studenten te versterken. Maar de muziek van de uitgaansgelegenheden bezorgden hen „slapeloze nachten”.

De Raad van State oordeelde eerder al dat bij de vergunningverlening voor de studentenwoningen geluidsnormen voor de woningen hadden moeten gelden. Als dat was gebeurd, was de vergunning vanwege het horeca-geluid niet verleend en waren de woningen daar nooit gekomen. Raiffeissen, de eigenaar van de studentenwoningen, vond de geluidsnormen onduidelijk en wilde daarom het bestemmingsplan met die eis schorsen, maar de rechter ging daar in de meest recente uitspraak niet in mee. Daardoor blijven volgens Raifeissen ingewikkelde geluidsnormen van kracht waardoor het lastig is om daaraan te voldoen.

Maar de woningen zijn er nu eenmaal. De rechter onderstreept daarom bovendien dat praten de beste oplossing is. Dat vindt Gyömörei ook, maar hij vindt het huidige voorstel van de gemeente niet goed. „Wij willen de studentenwoningen houden, maar ze willen nu de terrassen doen verdwijnen en een sluis voor onze ingang maken. De terrassen zijn een substantieel deel van de inkomsten en we moeten kosten maken die we niet kunnen maken, terwijl de rechterlijke uitspraak bewijst dat het niet onze fout is dat daar woningen zijn.”

Zijn tegenvoorstel is een akkoord van de uitbaters voor een serre en een ‘dove wand’ bij de woningen. Die serre wilde de eigenaar van de horecapanden al langer, maar de horeca-uitbaters waren daar eerst niet happig op. „Die dove wand houdt al het geluid tegen, ook van de evenementen die er alsnog op het Stadhuisplein zijn. Denk aan een huldiging van Feyenoord of supporters van clubs die zich daar vaak verzamelen en waar de studenten ook last van hebben. Op die manier maken wij niet alle kosten.”

Anita van den Berg, advocaat van eigenaar van het studentenpand Raiffeissen, zegt dat ze de toenadering vanuit de uitbaters omarmt. „Wel hopen we dat we snel tot een oplossing kunnen komen: de universiteit moet weten of ze daar studenten kunnen huizen in de toekomst of niet, dat blijft nu onduidelijk. Ook is Raiffeissen van mening dat de horeca zelf aanvullende maatregelen moet nemen: muziek op het terras is niet meer van deze tijd. Maar we blijven in gesprek.” Ook de Gemeente Rotterdam hoopt nog steeds dat ze met praten kunnen werken aan een „levendige en leefbare binnenstad waarbij wonen en horeca naast elkaar kunnen bestaan”.