Limburg ging goed om met uitstoot lachgas, vindt Limburg

Broeikasgas Tientallen jaren stootte Chemelot ongezien veel lachgas uit. Toch vindt de provincie Limburg dat zij ‘adequaat’ heeft gehandeld.

De Anqore ACN Fabriek op het petrochemische complex Chemelot in Geleen, Limburg, die jarenlang lachgas uitstootte zonder dat de provincie ingreep.
De Anqore ACN Fabriek op het petrochemische complex Chemelot in Geleen, Limburg, die jarenlang lachgas uitstootte zonder dat de provincie ingreep. Foto Rob van Dullemen

De provincie Limburg vindt dat ze „adequaat” heeft gereageerd toen bleek dat een fabriek op het chemisch-industriële complex Chemelot ongemerkt veel lachgas uitstootte. Dat heeft de provincie vrijdagmiddag gemeld in een brief aan Provinciale Staten.

In mei 2019 onthulde NRC dat een fabriek op Chemelot tientallen jaren grote hoeveelheden lachgas uitstootte, zonder dat dit geregistreerd werd. Het ging om een fabriek die acrylonitril produceert, een grondstof voor bepaalde plastics.

Lachgas is een broeikasgas dat 265 keer zo sterk is als CO2. De broeikasgas-uitstoot, die nog steeds doorgaat, staat gelijk aan die van een kleine elektriciteitscentrale.

In 2018 had Chemelot de gemiste uitstoot gemeld aan de provincie Limburg, maar niemand maakte openbaar dat jarenlang de lachgasuitstoot van een hele fabriek over het hoofd was gezien. Voor lachgas geldt een rapportageplicht.

Na de berichtgeving in NRC zegde toenmalig gedeputeerde Eric Geurts (Milieu, PvdA) toe te onderzoeken of de provincie voldoende „in control” is wat betreft de vergunningverlening, en dat de provincie „huiswerk” zou doen om na te gaan hoe de uitstoot gemist kon worden.

Vandaar dat Gedeputeerde Staten nu een brief heeft gestuurd. De brief behandelt de periode vanaf maart 2018, toen Chemelot zelf meldde dat het had ontdekt dat er lachgas uit de acrylonitrilfabriek komt. Het gas bleek vrij te komen uit een schoorsteen elders op het industrieterrein. Daar worden de rookgassen uit de acrylonitrilfabriek in een ketel verbrand om nuttige stoom te produceren.

De Limburgse omgevingsdienst RUD, die namens de provincie toezicht houdt op milieuvergunningen, heeft na die melding verder onderzoek geëist. Zo werd vorig jaar nog ontdekt dat ook ín de acrylontrilfabriek wat lachgas vrijkomt. De provincie concludeert dat „alle relevante interne processtappen en afwegingen” goed zijn doorlopen.

De provincie gaat echter niet in op de vraag of er al vóór maart 2018 ingegrepen had kunnen worden. Lachgas staat op een lijst van chemische stoffen die industriële bedrijven verplicht moeten registreren. Zij moeten zorgen dat hun rapportages „volledig, consistent en geloofwaardig” zijn, en de toezichthouder moet dat evalueren.

Als echter onbekend is dat zo’n stof wordt uitgestoten, is moeilijk te zeggen hoeveel initiatief of onderzoek van een bedrijf en van de toezichthouder verwacht mag worden.

Het feitenrelaas gaat niet in op de rol van de bedrijven op Chemelot. De acrylonitrilfabriek was tot 2015 volledig in handen van speciaalchemiebedrijf DSM; daarna werd private equitybedrijf CVC Capital Partners voor 65 procent eigenaar. De stoomproductie is nu in handen van het bedrijf USG.

Vorig jaar had gedeputeerde Geurts toegezegd dat ook gekeken zou worden naar een eventuele „handhavingsactie”. Een woordvoerder van de provincie meldt desgevraagd dat dat nu niet aan de orde is.

Nog altijd is het de vraag hoe de lachgasuitstoot verminderd kan worden. Er bestaat nu geen verplichting of financiële prikkel om dit te doen. Het Planbureau voor de Leefomgeving meldde in juni 2019 dat het kabinet de aangekondigde CO2-heffing ook wil opleggen aan de bedrijven op Chemelot die lachgas uitstoten. Volgens de brief van de provincie is dat een mogelijkheid, „afhankelijk van de verdere beleidskeuzes rond het klimaatakkoord”.

Correctie 10 februari: het trefwoord ‘Uitstoot CO2’ bij dit artikel is aangepast, omdat het niet gaat over de uitstoot van CO2 maar om lachgas.

Lees ook: Aanpak van ‘vergeten’ broeikasgas kan klimaatklapper opleveren