De race om kweekvlees

Start-ups Over een jaar of vijf moet het een doodordinair product zijn: de beestloze burger van echt vlees. Tientallen bedrijven willen de eerste zijn op een potentiële miljardenmarkt.

Het fictieve kweekvleesrestaurant Bistro in Vitro is een project van Submarine Channel en Next Nature Network om te verkennen wat kweekvlees voor de bestaande eetcultuur kan betekenen.
Het fictieve kweekvleesrestaurant Bistro in Vitro is een project van Submarine Channel en Next Nature Network om te verkennen wat kweekvlees voor de bestaande eetcultuur kan betekenen. Foto’s Invitrocookbook

Een klein hoopje bevroren spierweefsel, een vingerhoedje hooguit, in een klein bakje. Dat is al het kweekvlees dat we op een donderdagochtend in januari bij Mosa Meat zien. Geen vrieskist vol kweekvleesburgers, geen broodje kweek-filet americain bij de lunch.

De nieuwe algemeen directeur van Mosa Meat – Maarten Bosch zit er sinds juni – heeft zelfs nog nooit kweekvlees gegeten, al zou hij de ideale klant zijn. „Ik ben mijn eigen doelgroep, ik weet hartstikke goed wat de negatieve gevolgen van vlees zijn en toch blijf ik het eten. Zo zijn er veel mensen. Dat is de markt waarop wij mikken.”

Hier, in het lab op het universiteitsterrein van Maastricht, bekruipt je het tegenstrijdige gevoel dat kweekvlees heel dichtbij en tegelijk nog heel ver weg is. Over één of twee jaar hoopt Mosa Meat de eerste commerciële kweekvleesburger te introduceren, gemaakt voor pakweg 3 euro per stuk. Een schijfje rundergehakt, gemaakt uit spierstamcellen van limousinkoeien die nu in Brabant en Limburg in de wei lopen.

In 2013 maakte de wereld kennis met kweekvlees. In Londen presenteerde de Maastrichtse hoogleraar Mark Post een bakje gekweekt rauw rundvlees aan een zaal vol pers. Op het podium ging de kweekvleesburger – die 250.000 euro zou hebben gekost – de pan in. Drie jaar later richtte Post, vasculair cardioloog, met Peter Verstrate (van worstmaker Stegeman) Mosa Meat op, waaraan hij nu verbonden is als wetenschappelijk chief.

Lees ook over de beeldvorming rond kweekvlees: Een hapje uit de bioreactor? Het is nog wennen

Bosch moet het bedrijf nu klaarmaken voor de markt en investeerders zoeken voor de volgende stap. Van bioreactoren van één liter in het lab moet opgeschaald worden naar een proeffabriek met ketels van 5.000 liter – zodat commerciële productie binnen bereik komt.

Sinds die eerste burger zijn er tientallen start-ups bijgekomen. Met veel bravoure claimen ze dat hun kweekvlees bijna klaar is voor de markt – in de race om investeerders binnen te halen. Geen enkel bedrijf is nu al zover, maar ze laten al wel zien wat ze uit dierlijke cellen kunnen kweken.

Op het menu van het fictieve restaurant Bistro in Vitro staat ook gebreide steak.

Canard à l’orange

Het Californische Memphis Meats presenteerde een rundergehaktbal, canard à l’orange en gefrituurde kip, het Californische Just kwam onder meer met kipnuggets. Het Israëlische Aleph Farms werkt aan rund met de structuur van biefstuk, zelfs in ruimtestation ISS. Ook vis komt uit het lab. Zo zijn Finless Foods en BlueNalu (ook al uit Californië) bezig met tonijn.

Deze start-ups halen miljoenen binnen. Vooral van investeringsfondsen en idealistische superrijken als Google-oprichter Sergey Brin, die Posts hamburger uit 2013 financierde. Ook de gevestigde industrie is wakker geschud: Mosa kreeg in 2018 7,5 miljoen euro van farma- en chemiereus Merck en de Zwitserse vleesgigant Bell Food Group.

Just en Memphis Meats behoren tot de rijkste. Die laatste haalde in december nog 161 miljoen dollar (146 miljoen euro) op bij onder meer techinvesteerder Softbank en Temasek, een staatsfonds uit Singapore. Eerder kreeg de vijfjarige start-up al 20 miljoen dollar bij elkaar: ook voedingsconglomeraat Cargill, vleesverwerker Tyson Foods en Microsoft-miljardair Bill Gates waren erbij. Of het een succes wordt weet niemand, maar áls het een succes wordt, wil niemand de boot missen.

De stap van lab en laptop naar de lopende band is niet zo eenvoudig genomen

Is kweekvlees zo dicht bij ons bord als de voorlopers beloven? En welk bedrijf zal het eerste zijn? Memphis Meats, dat ook bezig is een proeffabriek te bouwen, lijkt een serieuze concurrent voor Mosa. Just roept al sinds 2018 dat het klaar voor de markt is, zo gauw zijn kip het groene licht krijgt van een voedselautoriteit – waar ook ter wereld. Toen toezichthouder NVWA in Nederland een stokje stak voor een proefsessie met een select publiek, zei Just-directeur Josh Tetrick dan wel ergens anders te beginnen.

Ook Mosa belooft nogal wat. In 2020 ligt kweekvlees in de winkel, zei Post bij de oprichting van Mosa Meat in 2016. Toen dat onhaalbaar bleek werd gezegd: 2021. Inmiddels lijkt 2022 realistischer, zegt Bosch, en dan maar op kleine schaal, in een paar restaurants om te beginnen.

Een andere Nederlandse kweekvleesstart-up, Meatable, denkt aan commerciële introductie in 2025,zegt mede-oprichter Krijn de Nood. Later dit jaar hoopt Meatable een prototype klaar te hebben: gekweekte varkensmedaillon, mede mogelijk gemaakt door een nieuwe investeringsronde van 9 miljoen. Voor De Nood de eerste kans om zelf te kunnen proeven. Dat in 2025 mogelijk allang kweekkip, -rund of -tonijn in de winkel ligt, maakt weinig uit, zegt hij. „De markt is zo verschrikkelijk groot.”

Consultants van het Amerikaanse kantoor Kearney zijn dat met hem eens. In 2040 is het meeste ‘vlees’ op ons bord niet meer van geslachte dieren, maar gekweekt (35 procent) of plantaardig (25 procent), schatten ze. Het is koffiedik kijken, maar dat er genoeg te verdienen valt aan kweekburgers en -nuggets voor iedereen lijkt duidelijk: in de vleesindustrie gaat nu jaarlijks 1.000 miljard dollar om.

Kunstenaars, ontwerpers, koks, wetenschappers en filosofen ontwierpen voor Bistro in Vitro de gerechten. Hier: de dodonugget.

Kalfsserum

Bij Mosa is tot nu toe zo’n 10 miljoen euro binnengehaald voor de ontwikkeling van de hamburger, zonder dat er – en dat geldt ook voor de andere pioniers – ook maar één cent verdiend is. En er moeten nog flinke hordes genomen worden.

Een doorbraak bereikte Mosa in november, vertelt Bosch. Tot dan was er nog geen plantaardig serum waar cellen net zo goed en snel van groeien als van serum uit bloed van ongeboren kalveren. Dat fetal bovine serum, kalfsserum, is in de medische wereld geaccepteerd als celkweekmedium. Maar kweekvlees, dat juist een eind zou moeten maken aan de uitwassen van de intensieve veehouderij, is onverkoopbaar als er kalfjes voor moeten sterven.

Lees ook: Serum uit kalverfoetussen? Dat kan diervriendelijker

De formule van het plantaardige serum en dat kweekvlees zijn nog niet aan de wereld geopenbaard. Bosch wil niet te veel vertellen over dat nieuwe groeimedium – aan het patent wordt nog gewerkt, er zitten grote financiële belangen achter, alle concurrenten zoeken naar de heilige graal. Maar niet voor niets werd er bij Mosa Meat op geproost, toen bleek dat het medium werkte.

De recente samenwerking met Nutreco, producent van diervoeding, is in dit licht geen toeval. SHV-dochteronderneming Nutreco kan straks op grotere schaal de ingrediënten voor het groeimedium leveren. In dezelfde maand waarin de samenwerking met Mosa naar buiten kwam, verbond Nutreco zich ook aan kweektonijnmaker BlueNalu als toekomstige celvoedingsleverancier.

Intussen zijn er nog genoeg barrières te nemen. Bedrijven moeten ontdekken hoe het kweekproces in grote bioreactoren uitpakt. Zullen de cellen daarin even goed groeien en verdubbelen? De stap van lab en laptop naar de lopende band is niet zo eenvoudig genomen.

De vondst van een plantaardig serum voor celkweek is een doorbraak

Net zo belangrijk: wanneer laten voedselautoriteiten, zoals de Europese EFSA, kweekvlees toe op de markt? Zo’n procedure voor novel food, een product dat nog niet bestaat, kan jaren duren. „Om een aanvraag te doen, moet het product getest kunnen worden. En het proces moet vastliggen – terwijl dat nog voortdurend aangepast wordt,” zegt Bosch. „Er is nog geen bedrijf dat echt heeft laten zien dat het schaalbaar is, dat de goedkeuringsprocedure gestart is, laat staan goedkeuring heeft gekregen.”

De vraag is of Mosa Meat op kan tegen de Amerikanen met hun grote geldharken. Of die eerste burger dan ook in Nederland te koop zal zijn, is een tweede. Symbolisch zou het wel zijn: de Nederlandse arts Willem van Eelen stond in de jaren negentig aan de wieg van kweekvlees. De eerste kweekburger komt uit Maastricht. Als Nederland zijn reputatie als voedselinnovatieland hoog wil houden, vindt de Tweede Kamer, zou minister Carola Schouten (ChristenUnie, Landbouw) meer ambitie moeten tonen.

Mosa Meat wacht daar niet op. Als Singapore of China eerder goedkeuring geeft, laat geen bedrijf die kans schieten. Bosch: „Ik wil niet dat we zover zijn dat we wel impact kunnen maken, maar het nog niet kunnen verkopen.”

Op de vensterbank in het kantoor van Mosa tikt een klok in de vorm van een koe. Ongeveer veertig biochemici en voedseltechnologen uit achttien landen werken hier. Omdat ze dierenleed in de bioindustrie willen beëindigen, landgebruik en boskap voor veeteelt willen verminderen, een wereldbevolking van tien miljard in 2050 willen voeden. Of simpelweg omdat ze gefascineerd zijn door de wetenschap achter deze potentieel disruptieve uitvinding.

Want als het lukt, als op een dag de kweekvleesburgers goedkoper zijn dan de goedkoopste hamburger van geslachte dieren, welke toekomst is er dan nog voor boeren? Hoe ziet de vleesmarkt er dan uit? Komt onze vleesvoorziening dan in handen van een handvol multinationals?

Bosch schetst een ander beeld. Mosa Meat kan in de toekomst licenties uitgeven aan uiteenlopende producenten. Dat kunnen klassieke vleesverwerkers zijn, maar ook een boer of een slager met ruimte voor een kleine ‘brouwerij’, zoals er nu naast Heineken ook allerlei lokale bierbrouwers bestaan. „De mogelijkheden zijn eindeloos. In de Sahara of in de kelder van een flat kun je met onze technologie ook kweekvlees produceren.”

Of zo’n licentie ook betaalbaar is voor een melkveehouder in Brabant, een kleine ondernemer in Niger of een meat crafter in Brooklyn – valt te bezien. Het moet nog blijken of de investeringen zo snel genoeg terugverdiend kunnen worden.

Een pasta met kweekvleesballen van Bistro in Vitro.

Machtsmonopolie

Mosa Meat is zich ervan bewust dat onder consumenten en boeren een zekere angst leeft voor een kennis- en machtsmonopolie van kweekvleesbedrijven. Daarom ook wil het bijdragen aan een proefboerderij voor kweekvlees. Zo’n testlocatie is een initiatief van onder anderen Ira van Eelen, dochter van Willem van Eelen, die er met boeren en wetenschappers wil onderzoeken hoe kweekvleesproductie naast de bestaande veehouderij kan bestaan. „Dat moet dan wel onafhankelijk zijn”, zegt Bosch, „zodat mensen niet denken: Mosa Meat probeert hier invloed te krijgen.”

Nog even over die burger, de in-vitroburger, de cowless burger, clean burger, beestloze burger – of hoe die maar gaat heten. Hoe zal die smaken? Beter dan de primeur uit 2013, zegt Bosch. Die was een tikje droog, de nieuwe wordt sappiger, vetter. „We kunnen naast spierweefsel ook vet kweken. Dat mengen we door het spierweefsel.” En er wordt myoglobine toegevoegd, dat vlees zo’n eigen metalige smaak geeft.

Dat kweekvlees, dat nu nog zo sterk de verbeelding aanzwengelt en kunstenaars inspireert tot fantasiegerechten als dodonuggets en vleesoesters, zal eerst exclusief zijn. Iets wat je eet bij een paar ‘premium’ burgerrestaurants, verwacht Bosch. Maar over een jaar of vijf moet het doodordinair zijn. Een massaproduct, voor wie geen afscheid van vlees wil nemen. Bosch: „We willen gewoon in de Big Mac zitten en bij Albert Heijn naast de kiloknaller liggen.”

Van dodonuggets tot vleesoesters - kweekvlees inspireert vooralsnog tot fantasiegerechten.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Waar blijft die tweede kweekvleesburger?

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.