De vijf zwakke plekken van big tech

Techgiganten De vijf grootste Amerikaanse techbedrijven zijn het afgelopen kwartaal weer verder gegroeid. Blijft dat zo? Op zoek naar de zwakke plekken van Big Tech.

Illustratie Roland Blokhuizen

Leuk is het niet, als bedrijf steeds op één hoop gegooid worden met de concurrentie. Dat geldt ook voor ‘Big Tech’: Microsoft, Apple, Google, Facebook en Amazon hebben ieder hun eigen strategie en hun eigen succesverhaal.

Maar de Grote Vijf hebben ook nogal wat met elkaar gemeen. Op Facebook na zijn ze ieder rond de 1.000 miljard dollar (911 miljard euro) waard. Sinds 2010 verelfvoudigde de beurswaarde van Apple naar zo’n 1.400 miljard dollar, die van Amazon vermenigvuldigde zeventien keer. Apple alleen is al meer waard dan de dertig grootste Duitse beursgenoteerde bedrijven bij elkaar.

Facebook heeft de wereld met elkaar verbonden, Amazon heeft winkelen definitief veranderd, Apple vond het belangrijkste apparaat van de 21e eeuw uit. Big Tech heeft onze samenleving ingrijpend en blijvend veranderd.

De afgelopen weken maakten Amazon, Alphabet (het moederbedrijf van Google), Apple, Microsoft en Facebook nieuwe kwartaalcijfers bekend. De omzetten groeiden met dubbele cijfers en de vijf bedrijven maakten samen 54 miljard dollar winst.

Dat geld gebruiken de techreuzen om groter te groeien – in álle sectoren. Apple wil ook een entertainmentbedrijf worden met een muziek-, video- en nieuwsabonnement, Amazon lonkt naar de medische sector, Facebook bijt zich vast in een eigen cryptomunt en Alphabet zet in op bezorgdrones en medische data. Microsoft wil de grootste zijn in data-opslag.

Waar gaat deze expansiedrift toe leiden? In Silicon Valley geldt de traditie dat de winnaars uiteindelijk worden ingehaald door innovatieve nieuwelingen. Maar de huidige generatie machthebbers lijkt momenteel onverslaanbaar.

Toch heeft ook Big Tech zijn zwakke plekken. Een inventarisatie.

Illustratie Pepijn Barnard

1 Meer regulering

Overheden willen meer grip op de techsector om datamisbruik, belastingontwijking en concurrentievervalsing tegen te gaan. En techbedrijven beginnen deze regulering – met name in Europa – in hun portemonnee te voelen.

De EU legde Google een boete op wegens misbruik van de machtspositie in de zoekmachine en Google Android. Een soortgelijk onderzoek loopt tegen Apples App Store. Apple moet 13 miljard euro aan belasting terugbetalen. En in de zomer van 2019 betaalde Facebook een boete van 5 miljard dollar aan de Amerikaanse toezichthouder FTC. Dat was het resultaat van een onderzoek na het Cambridge Analytica-schandaal, waarbij een app oneigenlijk toegang kreeg tot persoonlijke data van Facebook-gebruikers.

Ook al maakte Facebook het afgelopen kwartaal 7 miljard dollar winst, 5 miljard dollar boete is een fors bedrag. Het dwong topman Mark Zuckerberg tot de aankondiging dat zijn bedrijf „de komende tien jaar een reputatie bouwt op het gebied van privacy”. Facebook-gebruikers kregen meer mogelijkheden hun data van adverteerders af te schermen. Maar hoe minder persoonlijke details gebruikers delen, hoe minder persoonlijk – dus minder waardevol – de advertenties die Facebook verkoopt. Kortom: privacy kost geld.

Verantwoordelijk voor de meeste boetes is eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging), die volgens president Trump in haar drang naar regulering van de techsector gedreven wordt door „haat” jegens de Verenigde Staten. De termijn van Vestager werd onlangs met vijf jaar verlengd.

De golf aan regulering die Vestager inzette, krijgt nu ook navolging in de VS: zowel het Amerikaanse ministerie van Justitie als handelswaakhond FTC hebben onderzoeken lopen naar de Amerikaanse techreuzen. De techbedrijven dringen op hun beurt aan op duidelijke richtlijnen van overheden, die er per land weer andere privacyregels op nahouden.

Lees ook dit profiel van Eurocommissaris van Mededinging Margrethe Vestager: De powervrouw van Brussel

Illustratie Pepijn Barnard

2 Een Democraat als president

Techbedrijven zien met spanning uit naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november. Een Democratische winnaar betekent waarschijnlijk dat de macht van de techsector ernstig wordt ingeperkt.

De Democratische presidentskandidaat Elisabeth Warren presenteerde in maart vorig jaar een plan om Big Tech op te breken. „De grote techbedrijven hebben te veel macht over onze economie, onze samenleving en onze democratie”, schreef Warren. „Ze hebben de concurrentie vermorzeld, onze data gebruikt voor winst en zich tegen de rest van de wereld gekeerd.”

Zuckerberg kondigde daarop aan dat „als zij president wordt, jullie erop kunnen rekenen dat er rechtszaken komen”, zo bleek uit een uitgelekte geluidsopname van een bijeenkomst tussen Zuckerberg en zijn personeel. „We gaan het gevecht aan.”

Ook Trump heeft zich kritisch uitgelaten over Big Tech, zo zou Google hem „oneerlijk” behandelen in zoekresultaten en bleek Trump niet enthousiast over Facebooks cryptomunt Libra. Apple krijgt er regelmatig van langs, omdat het bedrijf van Tim Cook in de ogen van de president te veel buiten de VS produceert. Cook slikt Trumps beledigingen en bemoeizuchtige tweets, in de wetenschap dat zijn bedrijf afhankelijk is van export- en belastingregels.

Big Tech profiteerde van de belastingvoordelen die multinationals ontvangen van de regering-Trump als ze winsten terughalen uit het buitenland. In de praktijk gebruiken de techbedrijven de extra miljarden vooral om eigen aandelen op te kopen, met hogere beurskoersen en rijkere aandeelhouders tot gevolg.

Illustratie Pepijn Barnard

3 De almachtige topman

Een goede leider kent zijn of haar beperkingen, of heeft genoeg kritische mensen om zich heen. Bij twee van de vijf techbedrijven, Amazon en Facebook, regeert de oprichter nog steeds met strakke hand. Dat maakt de bedrijven kwetsbaar voor de grillen van hun topman.

Mark Zuckerberg heeft de absolute macht bij Facebook: dankzij een meerderheid in stemgerechtige aandelen bepaalt hij de regels voor 3 miljard gebruikers van Facebook, Instagram en WhatsApp. Zo’n machtsconcentratie bij een persoon roept weerstand op, zeker omdat Zuckerberg in het verleden problemen heeft onderschat of ontkend. Op één punt lijkt Zuckerberg nu iets van invloed uit handen te geven: een nog te installeren Oversight Board beslist voortaan over controversiële inhoud – bijvoorbeeld onwaarheden in politieke advertenties – die op Facebook verschijnen.

Jeff Bezos, ’s werelds rijkste man en Amazons grootste aandeelhouder, raakte verstrikt in een privéschandaal: hij werd gechanteerd, nadat zijn huwelijk was gestrand op een geheime affaire. Bezos’ telefoon zou gehackt zijn door een WhatsApp-bericht dat afkomstig leek van de Saoedische kroonprins. Zijn kwetsbaarheid maakt ook Amazon kwetsbaar.

Daarnaast is Bezos verwikkeld in een publieke ruzie met Trump. De president verwijt Bezos dat zijn krant – The Washington Post is eigendom van Amazon – de president oneerlijk zou behandelen. Daardoor liep Amazon een lucratief overheidscontract met het Pentagon mis.

Bedrijven waar de oprichters zich uit de dagelijkse leiding hebben terugtrokken, zijn daar niet slechter van geworden. Tim Cook gaf Apple, na Steve Jobs, een socialer gezicht en liet het bedrijf groeien. Bij Microsoft werd Steve Ballmer, die al sinds 1980 in dienst was, vervangen door de jongere Satya Nadella. De softwaremaker schakelde over naar lucratieve clouddiensten en probeert niet alles – zoals voorheen – onder de eigen Windows-vlag te verkopen. Dat pakt goed uit.

Google-oprichters Sergey Brin en Larry Page trokken zich begin dit jaar volledig terug. Aan hun opvolger, Sundar Pichai, de taak om megalomane projecten waar Google geen geld aan verdient, op galante wijze af te stoten.

Illustratie Pepijn Barnard

4 Acties van werknemers

Een deel van het verzet tegen Big Tech komt van binnenuit: vanaf de werkvloer. Big Tech concurreert onderling om de grootste talenten. Werknemers hebben dus wat te eisen, zeker als ze zich als groep verenigen.

Dat gebeurt ook vaker. Nadat The New York Times een artikel publiceerde waaruit bleek dat Google miljoenen betaalde aan ontslagvergoedingen voor mannelijke managers die beschuldigd werden van seksuele intimidatie, gingen in 2018 twintigduizend werknemers de straat op. Google schrapte daarop een interne regel die het werknemers onmogelijk maakte om een rechtszaak te beginnen als er sprake was van seksuele intimidatie.

Toen in 2018 Google-techneuten protesteerden dat hun AI-technologie werd ingezet om militaire drones efficiënter doelen te laten kiezen, besloot het bedrijf zich uit het project terug te trekken. Het betekende overigens niet dat Google het Pentagon als klant geheel afschreef. „We popelen om meer te doen”, liet Googles hoofd juridische zaken Kent Walker zich eind vorig jaar ontvallen.

Tegelijkertijd is er binnen Big Tech een concurrentiestrijd uitgebarsten over welk bedrijf het duurzaamst is: een populaire publiekstrekker voor de doorgaans progressieve werknemers. Microsoft loopt hierin voorop.

Amazon-werknemers kregen voor elkaar dat topman Bezos vorig jaar met een ‘Klimaatbelofte’ kwam. Amazon bestelde honderdduizend elektrische bezorgbusjes en beloofde in 2040 helemaal CO2-neutraal te werken. Dat moet, zo vinden de werknemers, die aanhoudend blijven protesteren, al tien jaar eerder gebeuren.

Lees meer over de acties van het Amazon-personeel tegen klimaatverandering: ‘Als Microsoft het kan, waarom wij dan niet?’

Illustratie Pepijn Barnard

5 Concurrentie

Big Tech is groot, maar de grote Chinese techbedrijven groeien minstens zo snel en begeven zich ook op de Europese markt. Denk aan Huawei dat technologie levert voor westerse 5G-netwerken, webwinkel AliBaba en het Chinese sociale medium TikTok, ook onder Nederlandse tieners één van de populairste apps.

Kunnen deze producten uiteindelijk Amerikaanse techbedrijven van van hun koppositie verdrijven? Nog niet, maar in september vorig jaar waarschuwde de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations dat China „het technologisch gat dicht” met de VS. „Binnenkort is China leidend op het gebied van artificiële intelligentie, robotica, energieopslag, 5G-netwerken, quantummechanica en, mogelijk, biotechnologie”, schreef de CFR.

Terwijl China investeert, schroeft de regering-Trump de budgetten voor wetenschap en innovatie op het gebied van AI juist terug. Dat gaat, onherroepelijk, meer en meer leiden tot Chinese producten en diensten die in de westerse wereld aan marktaandeel zullen winnen.

De Amerikaanse techbedrijven gingen zich richten op hele nieuwe sectoren, die buiten hun bestaande expertise liggen. Grote beloftes, zoals de zelfrijdende auto, vallen tegen. Bedrijven die hun vleugels uitspreiden zitten elkaar vaker in de weg; Amazon, Microsoft en Google concurreren op het gebied van clouddiensten, Amazon snoept van Facebooks en Googles aandeel op de digitale advertentiemarkt.

Apple, de hardwarekampioen, steekt miljarden in een eigen videodienst om Netflix en Amazon het hoofd te bieden. Ondertussen negeerde Apple jarenlang problemen met zijn laptops. Dat is het risico van te groot groeien: vergeten wat je ooit groot maakte.