Kabinet: zo nodig meer geld beschikbaar voor uitkopen varkenshouders

Veeteelt Ruim vijfhonderd varkenshouders willen door de regering worden uitgekocht. De 180 miljoen euro die Den Haag daarvoor heeft uitgetrokken, is waarschijnlijk te weinig.
Varkens op een boerderij in het Overijsselse Bathmen.
Varkens op een boerderij in het Overijsselse Bathmen. Foto Vincent Jannink / ANP

Alle varkenshouders die willen meedoen aan een stoppersregeling van het kabinet en aan de bijbehorende voorwaarden voldoen, worden uitgekocht. Den Haag had 180 miljoen euro vrijgemaakt voor de regeling, maar door grote belangstelling is dat waarschijnlijk te weinig. Minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) heeft vrijdag laten weten met extra geld tegemoet te kunnen komen aan die grote vraag.

Ruim vijfhonderd varkensboeren hebben zich opgegeven om te worden uitgekocht. Hun aanvragen moeten nog worden goedgekeurd, maar het lijkt erop dat het kabinet hoe dan ook meer bedrijven zal moeten uitkopen dan de 350 waarop het had gerekend. Elk bedrijf kan tussen de 600.000 en 700.000 euro krijgen.

Het doel van de uitkoopregeling is vermindering van de geuroverlast in Oost- en Zuid-Nederland, waar veruit de meeste varkenshouderijen zijn gevestigd. Bijkomend effect is dat de stikstofuitstoot afneemt. Binnen dertien weken na het sluiten van de inschrijving, halverwege januari, moeten de varkensboeren te horen krijgen of hun aanvraag wordt goedgekeurd.

Lees meer over de stoppersregeling: Vast staat dat een groot aantal varkens verdwijnt

Half miljard

Eerder uitgelekte kabinetsplannen om een half miljard euro te reserveren voor de aanpak van de stikstofcrisis, werden vrijdag door Schouten bevestigd. 350 miljoen euro gaat naar een tweede uitkoopregeling, voor in de buurt van Natura 2000-gebieden gevestigde veehouderijen die veel stikstof uitstoten. Ook trekt de regering 172 miljoen euro uit voor boeren die hun bedrijven duurzamer willen maken, bijvoorbeeld door het snel scheiden van mest en urine.

Schouten zegt dat, mede door de stikstofcrisis, veel boeren worden gedwongen na te denken over de toekomst van hun bedrijf. „Sommige boeren willen stoppen, nog veel meer boeren willen door. Het kabinet wil beide mogelijk maken. Er komt geld beschikbaar voor boeren die willen blijven en innoveren. Boeren die niet verder willen met hun bedrijf, helpt het kabinet om te stoppen.”