‘In Zuid-Afrika hadden we best een luxeleven’

Spitsuur Na vijf jaar in Zuid-Afrika wonen Willy (39) en Maarten Boddeus (42) met hun drie kinderen nu in Harderwijk. Ze werken in Amsterdam. Zij neemt de trein, hij de auto. „Dan denk ik soms: dit is zuur. Die weg ken ik nu wel.”

Foto’s David Galjaard

Maarten: „Op 19 januari 2019 zijn we teruggekomen uit Zuid-Afrika.”

Willy: „De jongens hadden nog nooit sneeuw meegemaakt. Mathis heeft maandenlang geweigerd om een winterjas aan te doen. Hij hield niet van kleren, liep altijd op blote voeten.”

Maarten: „We gingen erheen in 2014 voor mijn werk. Lasse en Mathis waren anderhalf en drie, zij hebben het grootste deel van hun jeugd in Zuid-Afrika doorgebracht. Selin is daar geboren. Ik kon er een consultancybedrijf opzetten, op basis van een contract met een Nederlandse softwareleverancier. Na twee jaar kreeg de leverancier nieuwe aandeelhouders. Zij zagen geen belang in Zuid-Afrika; we konden de start-up sluiten. Het was een enorme levensles. Je hebt niet alles in de hand.”

Willy: „We zouden teruggaan naar Nederland. De auto was al verkocht, de container besteld, maar toen vond Maarten nieuw werk, bij een softwareontwikkelaar. Ik gaf les op de Nederlandse school en bijles, ik heb bijna vijf jaar voor de klas gestaan. Je leert je constant aanpassen aan het nieuwe scenario, dat heeft ons avontuur me wel geleerd.”

Maarten: „Hoe waardevol was het dat we zoveel tijd hadden voor elkaar? We aten altijd samen, lunchten vaak samen.”

Willy: „We hadden een groot zwembad in de tuin en vaak een relaxed leven, zonder al te veel haast.”

Maarten: „Ik was ook redelijk vrij in mijn werk.”

Willy: „Voordat we emigreerden, hadden we best wel een druk sociaal leven. Als je uit Nederland weggaat, krimpt dat wat in en houd je een paar mensen over met wie je intensief contact hebt.”

Maarten: „Maar als familie of vrienden uit Nederland bij een bezoek ineens twee weken in huis logeren, heb je ook een ander soort contact.”

Willy: „We zijn met mijn vader op safari geweest, je moeder is geweest. Eens in de zoveel tijd zat ik twee uur aan de tafel te bellen via WhatsApp, en dan had ik het idee dat ik beter op de hoogte was dan wanneer ik met iemand koffie ging drinken.”

Fanatieke hardlopers

Maarten: „In Johannesburg woonden we in een wereldstad, maar wel middenin de natuur. Toen we terugkwamen in Amsterdam, dacht ik ineens: ‘oh, wat druk’. Nu werken we allebei in Amsterdam, maar wonen we in Harderwijk. Hierachter heb je een watertje en je kan zo mountainbiken.”

Willy: „We hebben ook veel familie in het noorden. Vrijheid krijgt hier een andere betekenis. Mijn oudste zoon doet zelf even een boodschap, vriendjes lopen in en uit.”

Maarten: „Ik ga om zeven uur van huis weg, drie van de vijf dagen. Dan ben ik tussen zes en zeven uur thuis. Woensdag werk ik thuis. Het is wel een groot verschil met Zuid-Afrika. Daar hadden we heel veel hulp, terwijl je nu weer in zo’n schema zit: buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf en sport.”

Willy: „Ik werk nu weer op woensdag, vrijdag en dinsdagochtend. We waren aan het reizen toen ik solliciteerde. Ik heb nog een sollicitatiegesprek gehad via Skype, vlak bij de Kalahariwoestijn.”

Maarten: „Ik haal en breng de kinderen als Willy werkt; daarna rijd ik door naar Amsterdam.”

Willy: „Maarten staat vaak om zes uur op om yoga te doen.”

Maarten: „Toen we nog in Nederland woonden, waren we allebei fanatieke hardlopers, maar ik kreeg last van mijn hamstrings. Een van de dingen die helpt, is goed rekken. Nu doe ik twee ochtenden in de week een half uur yoga in de woonkamer. De school is hier op een steenworp afstand; in Zuid-Afrika gingen we altijd met de auto. Dat is wel een groot voordeel van Harderwijk.”

Willy: „Ik ben anderhalf uur onderweg naar Amsterdam met de trein, maar ik vind het wel prima. Ik klap mijn laptop open zodra ik zit. Ik moet ook best vaak dingen nakijken.”

Maarten: „Ik denk in de auto wel eens: dit is zuur. Soms voelt het als tijd voor jezelf, maar die weg, die ken ik nu wel.”

Willy: „Op woensdag doet Maarten alles. Ik ga om zeven uur weg en schuif rond zeven uur aan. Op vrijdag, als ik ook werk, eten we iets van patat. De dagen dat ik werk zijn vaak minder druk dan de dagen dat ik thuis alles moet regelen.”

Maarten: „We komen allebei uit een groot gezin, misschien hebben we dat ook als referentie. Een volle tafel en altijd hectisch.”

Huishouden werd geregeld

Willy: „In Zuid-Afrika leidde ik eigenlijk best een luxeleven. Het huishouden werd geregeld, we hadden drie dagen hulp. Ik kon trainen voor de Soweto-marathon. Ik ging daar altijd om half zes ’s ochtends hardlopen. Dat mis ik wel een beetje. Nu ren ik met een groepje tussen negen en tien ’s avonds.”

Maarten: „Door Zuid-Afrika heb ik geleerd mij minder aan te trekken van wat mensen vinden. Je doet je best en soms lukt het, soms niet. Verder denk ik vooral dat je leert: dingen zijn ook maar zo omdat je ze met elkaar hebt afgesproken.”

Willy: „Je ontdekt wat meer de ondernemerszin in je zelf.”

Maarten: „Het is in Zuid-Afrika niet zoals in Nederland. Heel veel dingen moet je zelf regelen, zoals je pensioen. Als je valt, val je hard. Dat je je daarvan bewust bent, maakt je wat zelfstandiger.”

Willy: „Als ik niet werkte, kreeg ik ook geen geld. Een juf die ik kende was 73 en nog steeds hard aan het werk. Dat gaf me heel veel positieve energie. Je hebt niet alles in de hand, maar wel een stukje.”