Duurzaamheid verkopen, zonder dat mensen murw worden

Wat eten we? Een Nederlandse coalitie lobbyt in Europa voor een ‘duurzaamheidsbijdrage’ voor vlees. De belangstelling in Nederland viel een beetje tegen.

The Guardian schreef erover, Le Monde schreef erover, maar in Nederland was het stil, toen vorige week in Brussel bij de Europese Commissie een Nederlandse club langskwam om te lobbyen voor duurder vlees. Om het samen te vatten: een onsje kipfilet zou 20 cent duurder moeten worden, een rundertaartje van 100 gram 57 cent. Dat is dus wat erbij komt als je bovenop de productiekosten ook de kosten meeneemt voor uitstoot, landgebruik, biodiversiteit en dierziektes, berekenden de milieuconsultants van CE Delft voor de True Animal Protein Price Coalitie.

Je zou nu al een lichte irritatie kunnen voelen opkomen. Of een zekere vermoeidheid. We weten het langzamerhand wel, toch? Dat vlees van alles wat we eten de grootste voetafdruk heeft, en dan vooral rund. En hoe vaak is nu al ingewreven dat rood vlees en bewerkt vlees zoals worst ongezond zijn in de mate waarin we het nu eten?

Als je het maar vaak genoeg hoort, treedt vanzelf de fase van onverschilligheid in. Het zal wel. Ze doen maar. Maak mij maar wakker als het zover is. Is er nog iets leuks op Netflix?

Het heeft Jeroom Remmers, de aanvoerder van de coalitie enigszins verbaasd: zoveel internationale media-aandacht, en bijna niemand uit Nederland aan de lijn gehad. Hij heeft er geen verklaring voor – behalve „dat journalisten het misschien zelf ook niet zo leuk vinden als hun vlees duurder wordt”.

Het kan ook zijn dat de vraag of het nodig is om vlees duurder te maken allang is gepasseerd. Minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie) heeft al gezegd dat onze voeding te goedkoop is. De vraag is nu eerder: hoe blijf je die boodschap verkopen, hoe voorkom je dat mensen murw worden?

„Door het voordeel te laten zien”, zegt Remmers. Hij rekent voor: nog los van de duurzaamheidswinst zou zo’n vleestaks Europa 32 miljard euro opleveren, Nederland 1,3 miljard. Met dat geld kun je boeren subsidiëren die duurzamer en minder produceren, en burgers met lagere inkomens compenseren. Niet alleen met een lagere belasting op groenten en fruit, maar bijvoorbeeld ook met een hogere zorgtoeslag.

Voordeliger

Of iedereen dat als winst zal zien is weer een andere kwestie. Je kunt bij de kassa of aan het einde van de maand wel beter uitkomen, maar zo werkt de menselijke psyche nu eenmaal niet altijd. Iets verliezen waaraan je gewend en gehecht was – goedkope hamburgers – telt soms zwaarder dan iets positiefs krijgen dat je nog niet had – vooral als de braadworstjes nog steeds naar je lonken in de supermarkt.

Lees ook het opiniestuk van Jaap Seidell en Jeroom Remmers: Maak vlees duurder en groenten goedkoper

Remmers brengt tegen dat „gepercipieerde verlies” in dat niemand zijn vlees wordt afgepakt: je bent het voordeligst uit als je het duurdere vlees laat liggen en daarvoor in de plaats goedkopere groenten en fruit koopt, maar je kunt ook vlees kopen van het geld dat je overhoudt voor groente of extra krijgt bij je zorgtoeslag.

Dat laatste is natuurlijk niet de bedoeling van die hele vleestaks. CE Delft voorspelt dan ook dat de consumptie met 30 tot 70 procent afneemt als vlees een duurzaamheidsbelasting krijgt. Zin of niet: die worst moet dus toch een wortel worden.