Recensie

Recensie Boeken

Een kinderboek over afscheid was er allang (en beter ook)

Kinderboek Uniek, noemde het DWDD-boekenpanel het kinderboek Alles wat was van Stine Jensen. Daar valt wel wat op af te dingen. Maar het nodigt uit tot waardevolle reflectie.

Illustratie uit besproken boek. Illustratie Marijke Klompmaker, foto NRC
Illustratie uit besproken boek. Illustratie Marijke Klompmaker, foto NRC

‘Een boek als dit was er nog niet.” Het boekenpanel van De Wereld Draait Door was vorige week duidelijk waarom Alles wat was tot een van de uitverkoren maandboeken behoorde. Filosoof Stine Jensen (1972), die in haar nieuwe non-fictiekinderboek vanuit een filosofische en psychologische invalshoek allerlei vormen van afscheid verkent, werd vooral geprezen om haar ruimdenkende aanpak. Jensen schrijft dat afscheid velerlei verschillende, soms tegenstrijdige gevoelens kan oproepen en dat die prima naast elkaar kunnen bestaan: „Een klassieker – nu al”, luidde het oordeel.

Het klopt dat Alles wat was opvalt door de manier waarop Jensen haar onderwerp benadert. Een filosoof passend heeft ze onder Heraclitus’ motto ‘panta rhei’ (alles stroomt) wijselijk de tijd als vertrekpunt gekozen, waardoor ze ‘het allergrootste afscheid’ dat we kennen, de dood van anderen en onszelf, doeltreffend in een bredere, minder beladen context plaatst. Dat klinkt ingewikkeld, maar Jensen schrijft helder en toegankelijk. ‘Álles gaat voorbij’, zo begint haar uiteenzetting. ‘De klok tikt steeds maar door. Die kun je niet tegenhouden. Als je zo naar het leven kijkt, dan bestaat leven eigenlijk uit voortdurend afscheid nemen.’

Dat inzicht illustreert ze, geholpen door speelse illustraties van Marijke Klompmaker, met sprekende voorbeelden. In ‘Afscheid van de dingen’ draait het om spullen als knuffels en kleren die je bent ontgroeid. Jensen zoomt in ‘Veranderingen’ juist in op afscheid van levensfases (je kindertijd bijvoorbeeld) en situaties en mensen, omdat je gaat verhuizen, of je ouders gaan scheiden, of een dierbare overleden is. Maar ‘wat en hoeveel je voelt’, benadrukt Jensen, ‘hangt af van hoe erg het verlies voor jou is. En van hoe je zelf in elkaar zit.’

Kinderbrieven

Misschien ligt dat voor de hand, toch is het niet verkeerd dit te benoemen. In onze vermeende maakbare samenleving kan het geen kwaad kinderen bij te brengen dat het leven welbeschouwd een lange oefening in afscheid nemen is. En, zoals blijkt uit de treffende kinderbrieven en -uitspraken in Jensens boek, dat het heel gewoon is als je daarbij in een wirwar aan emoties verstrikt raakt. Die boodschap maakt Alles wat was, als zelfhulpkinderboek, best noemenswaardig. Maar uniek? Het DWDD-boekenpanel had mogen weten dat deze afscheidsthematiek de kinderboekenwereld geenszins vreemd is. Ze zullen, om maar een van de vele grensverleggende voorbeelden te noemen, de gedichtenbundel Doodgewoon (Gouden Griffel 2015) toch wel kennen? Waarin Bette Westera en Sylvia Weve de dood en alle mogelijke bijbehorende gevoelens langs laten komen? Gelukkig verwijst Jensen soms zelf naar films en kinderboeken. Al had dat vaker gemogen: juist verhalen spelen in op gevoelens en bieden zo troost. Waarom niet gewoon ter afsluiting van ieder hoofdstuk?

Onverwachte zijpaadjes

Een kinderboek over een ingewikkeld onderwerp als afscheid kan niet uitputtend zijn, maar een eenduidiger format had van Alles wat was een beter boek gemaakt. Misschien had het, net als Alles wat ik voel (2017), waarin Jensen reflecteerde op twintig emoties, iets langer moeten rijpen. Dan waren sommige opmerkingen vast ook genuanceerder uitgevallen. Dat Nietzsche – een van de meest complexe filosofen om te doorgronden – vindt ‘dat het leven veel te kort duurt om te gaan somberen over doodgaan’, is wel erg simpel gesteld.

Deze kanttekeningen doen echter niet af aan de betekenis die dit boek kinderen kan geven. Jensens oprechte, integer geformuleerde vragen aan haar lezers roepen op tot waardevolle zelfreflectie. Leuk bovendien zijn de onverwachte, talige zijpaadjes die Jensen soms inslaat. Zo licht ze enkele zegswijzen voor afscheid nemen toe, en koppelt ze het woord ‘vermannen’ aan de onzingedachte dat jongens niet mogen huilen. Geruststellend tenslotte is de conclusie dat ‘als je verdriet kunt omarmen, het ruimte kan bieden voor een nieuw begin’. Alles wat was is dus vooral een zinvol boek. Maar daarmee niet „nu al een klassieker”. Of het die status überhaupt ooit zal verdienen, kan slechts de tijd ons vertellen.