Opinie

Drugsrepressie werkt niet

D66-manifest Stop met moraliseren, kijk naar wat werkt in het drugsbeleid, stelt .
Foto Getty Images

D66 presenteerde onlangs het Manifest voor een realistisch drugsbeleid, ondertekend door diverse wetenschappers, advocaten, (oud)politici en BN’ers. De daarop volgende discussie lijkt nu vooral te stranden in een tweestrijd: is regulering van de drugsmarkten wel/niet een oplossing? Jammer, want er is meer aan de hand.

Al honderd jaar proberen beleidsmakers drugsgebruik en -handel in Nederland terug te dringen. In 1920 werd de Opiumwet ingevoerd, gericht op het verbieden van drugs. In 1976 werd deze wet aangepast; vanaf dat moment maakte Nederland onderscheid tussen harddrugs (verboden) en softdrugs (gedoogd).

Met dit pragmatisch en grensverleggend drugsbeleid, later omgedoopt tot harm reduction, was Nederland zijn tijd ver vooruit.

Sindsdien is het drugsbeleid vooral aangevuld vanuit het perspectief van gezondheid. Kort samengevat: drugsgebruik voorkomen is beter dan behandelen; behandelen is beter dan harm reduction; harm reduction is beter dan niets doen. Nog altijd pragmatisch. Toch deel ik de mening van de experts van het manifest dat we ‘de andere kant’ opgaan. Dat heeft vooral te maken met de recent toegevoegde focus op ‘normalisering’.

Lees ook het andere artikel van dit tweeluik: De elite snuift ….

Eind 2019 stuurde staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) een brief naar de Tweede Kamer waarin hij stelt dat door normalisering drugsgebruik onder jongeren eerder regel dan uitzondering is. „Net zo gemakkelijk te bestellen en thuisbezorgd als een pizza.” Normalisering leidt volgens hem tot meer gebruik. Al weet Blokhuis zelf ook dat het verband niet waterdicht is, zo blijkt uit zijn brief: „Ik vind het belangrijk om de gedachte tegen te gaan dat drugsgebruik normaal is (…) – ongeacht of die opvatting onder sommige groepen gebruikers ook leidt tot meer gebruik.” De staat bepaalt dus wat normaal is en stigmatiseert drugsgebruikers.

Yogasnuivers

Dergelijk beleid is ideologisch, moraliserend én hypocriet. Want ook Blokhuis erkent dat een van de belangrijkste verworvenheden van het huidige beleid is dat drugsgebruik bespreekbaar is en dat (potentiële) drugsgebruikers betrouwbare en realistische informatie nodig hebben. We moeten voorkomen dat mensen die door drugsgebruik in de problemen raken, geen hulp durven te zoeken. Blokhuis erkent ook dat het mensvriendelijke drugsbeleid heeft geleid tot meer openheid over drugs(gebruik) en „relatief weinig drugsdoden”. Waarom zou je dit op het spel zetten om recreatief gebruik in het nachtleven tegen te gaan? Waar sowieso al relatief weinig problemen met drugs voorkomen?

Lange tijd was het Nederlandse drugsbeleid een inspiratie voor andere landen. Denk aan de mogelijkheid om drugs te laten testen en methadon- en heroïneverstrekking voor mensen met een verslaving. Maar terwijl wij onze hoogopgeleide jongeren vertellen wat normaal is, en ze zelfs shamen met termen als ‘yogasnuivers’, worden we ingehaald door landen die voorbij de taboes durven te kijken.

Het is dus tijd voor een herziening van het Nederlandse drugbeleid. En dan gaat het om meer dan wel/niet reguleren, dan gaat het om de strijd tussen pragmatisme en ideologie. Gaan we onderzoeken wat werkt of doen we een appèl op onze moraal? Ach, we weten al lang wat goed werkt. Repressie en stigmatisering van drugsgebruikers horen daar zeker niet bij.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.