De wieg van Camille stond op de dinertafel

Profiel | Familiebedrijf Limburgse monumenten bouwde hij uit tot gerenommeerde restaurants. Nu neemt Camille jr. het over van Camille Oostwegel sr. Hun naam is een merk geworden.

Vader en zoon Camille Oostwegel voor Chateâu Neercanne, in het Zuid-Limburgse Jekerdal.
Vader en zoon Camille Oostwegel voor Chateâu Neercanne, in het Zuid-Limburgse Jekerdal.

Plots zijn de rollen omgedraaid bij vader en zoon Oostwegel. Je had Camille en Camille jr., tot begin dit jaar. Sinds die tijd worden ze graag Camille sr. en Camille genoemd. Want sinds 1 januari heeft de zoon de touwtjes in handen. Op 10 februari, vaders zeventigste verjaardag, wordt dat ook nog eens gevierd. De nieuwe directeur Camille: „Papa wilde dat eigenlijk niet. Maar duidelijkheid is goed: zonder afscheid weten mensen ook niet dat hij weg is.”

‘Weg’ is hier relatief. Senior werkt als vrijwilliger in het groen, onder meer een drie hectare grote wijngaard, verzorgt rondleidingen en is lid van de raad van commissarissen. „Maar de verantwoordelijkheid voor vierhonderd mensen voel ik niet meer. Normaal bekeek ik elke ochtend alle cijfers. Nu niet meer. Het voelt als kerstvakantie op de hbs.”

Camille (34) zegt nu al profijt te hebben van het voorbeeld van zijn vader: „Januari is zakelijk gezien een rotmaand. Altijd. Papa bleef altijd heel rustig. Niet verkrampen, geen gekke dingen doen, maar rustig bezig blijven met de lange termijn.”

Oostwegel en Oostwegel ontvangen op Château Neercanne, waar de haard brandt. Op het eerste gezicht lijken ze op elkaar: welgemanierd, strak in het pak, geen haartje verkeerd. In tweede instantie vallen de verschillen op. De vader is de flamboyante van de twee, een spraakwaterval. De zoon is terughoudender, juist op zijn hoede voor breedsprakigheid.

Voorbestemd

In 1980 begon Camille sr. op kasteel Erenstein in Kerkrade een restaurant met vier werknemers. Daarna volgden restaurants en hotels in monumentale complexen in Zuid-Limburg die voor dat doel flink werden opgeknapt: Neercanne en het Kruisherenklooster in Maastricht, Château St. Gerlach in Houthem-Sint Gerlach en de Winselerhof in Landgraaf. De huizen van Oostwegel – „entrepreneur en createur” noemt hij zichzelf – trok gasten van heinde en verre, onder wie president George W. Bush, de Rolling Stones. En de Europese regeringsleiders met koningin Beatrix, tijdens de top die leidde tot het Verdrag van Maastricht.

Nee, Camille sr. overwoog nooit om in de voetsporen van zijn eigen vader te treden. „Die was tandarts. Constant in een mond staan peuteren vond ik maar niets. Boer worden leek me wel wat. Ik hielp vaak mee op de boerderij van Château St. Gerlach, waar we tegenover woonden. Maar we hadden zelf geen grond, hè? Mijn vader suggereerde Zuid-Amerika. Daar hadden ze grond. Blijkbaar zag hij toen al dat de boer het hier moeilijk zou krijgen. In vakanties heb ik ook meegelopen met een neef van mijn moeder, die dierenarts was. Dat kwam ook dicht bij mijn boerendroom.”

Het werd hogere hotelschool, toch een beetje dankzij zijn vader. „Dat was een echte gourmand en wijnliefhebber. Hij kookte op zondag en bereidde dat gedurende de week al voor. Ik hielp weleens mee en daarmee groeide mijn liefde voor eten en drinken.”

Misschien was het voorbestemd. Want ergens in het achterhoofd van Camille sr. sluimerde ook de herinnering aan het diner op Neercanne bij gelegenheid van de eerste communie van zijn oudste broer, in 1955. De kleine Oostwegel mocht mee de keuken in en kreeg een koksmuts op het hoofd. „Onvergetelijk.”

Senior heeft meer van dat soort verhalen paraat. Bijvoorbeeld over die middag in 1959 dat hij met twee vriendjes bij Château St. Gerlach speelde en plots zei: „Dit kasteel wordt later van mij. Ik ga het dan helemaal opknappen.” Behoorlijk ambitieus, zo niet pretentieus, voor een jongetje van negen.

Bij zijn zoon stond de toekomst zelf een beetje in de sterren geschreven, meent Camille senior. „Hij zou net als ik een Waterman worden en mijn vrouw Judith stelde voor hem Camille te noemen. Dat vond ik gek, een soort persoonsverheerlijking. Er was ook geen traditie in mijn familie. Mijn vader heette Jef, mijn grootvaders Frans en Pierre. Maar het was 1984 en we hadden al drie bedrijven. Als je naam later als een merk wordt, hoef je de naam niet te veranderen, zei Judith. Twee weken na zijn geboorte kreeg Neercanne een Michelinster. Dat hebben we gevierd met een etentje met de raad van commissarissen op het kasteel. Camille stond in zijn wiegje op tafel.”

Volgens Camille is het allemaal heel natuurlijk gegaan. „Ik ben bijna letterlijk in het restaurant van kasteel Erenstein geboren. Voor bijbaantjes en vakantiewerk was er ons eigen bedrijf. Dus je groeit erin op.”

Senior: „Hij wilde van jongs af aan ook overal mee naar toe. Eerst bij mij op de schouders. Later zelf lopend. En hij luisterde goed. Als ik een praatje tijdens de restauratie van St. Gerlach afsloot, zei hij wat ik vergeten was.”

De normale puberale fase van rebelleren tegen het ouderlijk gezag, juist een totaal andere richting kiezen, sloeg Camille over. „Ik heb wel heel kort gedacht aan een toekomst als golfprofessional. Ik begon op mijn vijftiende, erg laat, maar had er lol in. Maar die gedachte verdween. Verzet zat niet in me. Ik keek juist erg op naar mijn ouders en dacht: Hoe kan ik ooit een bedrijf als dit leiden?”

Die twijfel ebde snel weg. Camille jr. studeerde aan de hogere hotelschool in Maastricht en in Den Haag en aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij werkte in Huis ter Duin in Noordwijk en in hotels in Washington, New York en Madrid. „Buitenlandse ervaring verrijkt je”, vindt Camille sr., die zelf ervaring opdeed in Frankrijk, Tunesië, Duitsland en de Benelux. „Niemand zit daar op je te wachten. Je moet het helemaal bewijzen.”

Camille zegt bij zijn keuzes steeds in het achterhoofd te hebben gehad wat hij kon gebruiken voor zijn toekomstige rol. „Wat kon ik elders goed leren? Strategisch denken bijvoorbeeld, en sales en marketing.”

Slechte schoolresultaten

Zijn vader lacht: „Het meest serieuze gesprek over opvolging voerden we toen hij een jaar of twaalf was. Naar aanleiding van slechte schoolresultaten zei ik dat hij zo nooit de zaak zou kunnen overnemen. Dan moest ik verkopen of naar de beurs. Hij zei dat hij dan de boel zou terugkopen. Ik vroeg: wat moet ik dan gaan doen? Mag ik commissaris worden? Hij zei: misschien, maar ik bepaal wie president-commissaris wordt.”

Zo is het gegaan. Senior: „Toen ik zestig werd, heb ik tegen mijn vrouw en kinderen gezegd: als ik 65 word, moet eigenlijk een nieuwe leider in zicht zijn. Camille wist het eerder en is juli 2015 in de zaak gekomen.”

Camille zegt geen last te hebben gehad van voordelen over een gespreid bedje. „Ik had me elders natuurlijk ook bewezen en van vroeger uit al contacten in het bedrijf. Medewerkers waren wel benieuwd naar wat er ging komen. Ik sprak ondertussen ook generatiegenoten in dezelfde fase bij FamilieBedrijven Nederland (FBNed), waar we lid van zijn. Ton Goedmakers sr. van schoonmaak- en dienstverleningsbedrijf Vebego is commissaris en uiteindelijk president-commissaris geworden. In die familieonderneming hebben ze al twee keer een generatiewisseling meegemaakt.”

Camille sr.: „Via FBNed zijn we ook gekoppeld aan een familiebedrijf in dezelfde fase, om te kunnen sparren over het familiestatuut. Want je moet spelregels maken om toekomstige problemen uit te sluiten: kunnen mensen van buiten een leidinggevende rol gaan vervullen? Kan aangetrouwde familie meewerken? En onder welke voorwaarden? Daar hebben we als gezin afspraken over gemaakt.”

Camille krijgt geregeld de vraag of er onder zijn leiding locaties bij gaan komen. Hij ziet het niet als moeten: „Zeg nooit nooit. Maar ik denk dat dit bedrijf weer naar een volgend niveau helpen al een hele klus is. Met zo veel cultuur en natuur in en rond je bedrijf ben je rentmeester. Dat betekent echter niet dat ik de komende dertig jaar alleen maar op de winkel hoef te letten. Behalve in uitbreiding kun je het ook zoeken in innoverende concepten, verbouwingen, veranderingen van de structuren in het bedrijf, het management, de IT. Ik hoef me geen minuut te vervelen.”

De een paar jaar geleden gekozen naam Oostwegel Collection, in plaats van het oude, langere Camille Oostwegel ChâteauHotels & Restaurants, komt al uit de koker van Camille. „Onder leiding van mijn vrouw kijken we nu naar een andere marketing- en brandingstrategie. Dat je voor 72 euro zes gangen kunt komen eten, moet bijzaak zijn. Gasten moeten hiernaartoe komen met het gevoel: daar gebeurt iets, daar wil ik onderdeel van zijn. Om te zorgen dat ze weten wat ze in welk huis van ons kunnen vinden, moeten de verhalen op een mooie, samenhangende manier worden verteld – van de keukens tot onze moestuinen. Af en toe zal ik daarbij zelf in beeld komen, maar de mensen die ter plekke werken, kunnen het vaak mooier verwoorden.”

Volgens Camille sr. heeft hij vooral menselijk kapitaal overgedragen. „Onroerend goed moet goed worden onderhouden, maar dat staat. Een team met de juiste mensen, dát telt.”

Opvallend is dat met Camille meer twintigers en dertigers als chef of gastheer aan het roer zijn gekomen bij Oostwegel Collection. „Allemaal ambitieuze types met drive en energie”, zegt de nieuwe directeur.

Aan toekomstige verjonging is ook gewerkt. Sinds elf maanden heeft Camille een zoon. „Hij voelt zich nu al op zijn gemak in onze restaurants en houdt van eten.”

De jongen heeft niet dezelfde voornaam als zijn vader en grootvader. Maar Spencer, een van oorsprong Engelse naam uit de Middeleeuwen, stamt van dispenser of provisions, verdeler van voedsel. Geen toeval.