Opinie

Dat nieuwe klimaat komt er toch, Rutger

Klimaat Natuurlijk is het goed om minder vlees te eten en duurzamer te leven, schrijft Maar we moeten ons tegelijkertijd voorbereiden op een klimaat dat verandert. En dat vraagt andere offers dan een korte douche.

Kustversterking bij de Hondsbossche Zeewering.

Foto ANP

Op 31 januari bracht historicus en journalist Rutger Bregman het nu al veelbesproken pamflet Het water komt: Een brief aan alle Nederlanders uit. De tekst leest als een ode aan de Nederlandse waterbouw, met een heldenrol voor de civiel ingenieur Johan van Veen, die al twintig jaar voor de watersnoodramp van 1953 als ambtenaar bij Rijkswaterstaat waarschuwde dat de toenmalige Nederlandse dijken onvoldoende bestand zouden zijn tegen een eventuele stormvloed. Van Veen kreeg gelijk en hoewel hij geen standbeeld heeft gekregen, wat Bregman betreurt, heeft hij wel een prominente plaats in de meest gebruikte boeken ingenieursethiek aan de drie Nederlandse technische universiteiten.

Toch is het pamflet geen pleidooi voor het opleiden van meer civiel technici. In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, gaat de eigenlijke boodschap niet over water, maar is het pamflet primair een moreel appel om te verduurzamen. Aan het einde zijn twee pagina’s en een link naar de website watjijkuntdoen.nl opgenomen, vol tips om minder energie te gebruiken en duurzamer te leven. Op zich valt er weinig tegen deze tips in te brengen. Natuurlijk is het goed om je huis te isoleren, niet met het vliegtuig op vakantie te gaan en minder of zelfs helemaal geen vlees te eten. Maar juist door de ethische lading van de tekst is het jammer dat Bregman zich beperkt tot deze weinig vernieuwende lijst met energiebesparende maatregelen. Hij vertelt hiermee slechts de helft van het klimaatverhaal.

Lees ook: niet alle wetenschappers delen Bregmans analyse

Bregman gaat in de tekst weliswaar uitgebreid in op de gevolgen van klimaatverandering – en hij richt zich daarbij vooral op zeespiegelstijging – maar hij bespreekt nauwelijks hoe dit individuele burgers zal raken. Voor een brief gericht aan alle Nederlanders is dat opmerkelijk. Het klimaatbeleid bestaat enerzijds uit maatregelen die bedoeld zijn om klimaatverandering zo veel mogelijk te reduceren (klimaatmitigatie) en de tips aan het eind van het boek vallen ook allemaal in deze categorie. Onder klimaatwetenschappers verenigd in het International Panel for Climate Change is echter al lange tijd overeenstemming dat we niet kunnen volstaan met het proberen de klimaatverandering terug te dringen, maar dat we ons ook deels zullen moeten aanpassen aan het veranderende klimaat (klimaatadaptatie). En juist hier zullen komende tijd ook moeilijke en ongemakkelijke keuzes gemaakt moeten worden, die zonder uitzondering een ethische component hebben.

Overstromingen voorkomen? dat vraagt ruimte

Ten eerste de mogelijke overstromingen waar Bregman meermaals naar verwijst. Maatregelen die de kans daarop kleiner maken, vragen onvermijdelijk ruimte. Of dijken nu worden verhoogd of rivieren verbreed, het leidt er vrijwel altijd toe dat het collectieve belang ten koste gaat van het individuele belang. Burgers zullen bijvoorbeeld moeten gedogen dat er waterkeringen, met de bijbehorende onderhoudswerkzaamheden, in hun tuin komen of dat ze, in het ongunstigste geval, zullen moeten verhuizen.

Klimaatverandering heeft ook een steeds grotere impact op onze zoetwaterhuishouding. We hebben twee extreem warme zomers op rij gehad en we zien dat de maatregelen gericht op het terugbrengen van overstromingsrisico’s steeds meer schuren met onze zoetwatervoorziening. Een voorbeeld: uit oogpunt van zoetwatervoorziening zouden we het overtollige water in de rivieren in de winter en het voorjaar willen vasthouden voor droge zomers, maar overstromingspreventie vraagt er juist om het water zo snel mogelijk af te voeren naar zee.

Wie krijgt het water bij schaarste?

In 2018 is voor het eerst sinds jaren de wettelijk vastgelegde verdringingsreeks in werking getreden. Deze regelt hoe schaars water verdeeld moet worden in tijden van droogte. Dit betekent ook dat er, als de reeks in werking is, voor sommige toepassingen geen water meer beschikbaar is. Zo heeft waterveiligheid (denk hierbij aan de dijkdoorbraak van de uitgedroogde veendijk bij Wilnis) en het voorkomen van onomkeerbare schade aan de natuur de hoogste prioriteit, terwijl onder andere scheepvaart, landbouw en waterrecreatie als eerste afvallen.

Ten derde, Bregman noemt enkele scenario’s voor zeespiegelstijging. Hoewel klimaatwetenschappers het erover eens zijn dat de zeespiegel zal stijgen, zijn de mate en het tempo waarin dit gebeurt nog onzeker. Juist om te voorkomen dat maatregelen worden genomen die later te licht of te zwaar blijken te zijn, proberen we onomkeerbare keuzes zo veel mogelijk uit te stellen. Dat vraagt een continue afweging van welke risico’s we op korte termijn bereid zijn te dragen om te voorkomen dat we op lange termijn spijt krijgen van onze keuzes. Dus liever de kust met zand versterken zodat deze komende decennia voldoende bescherming biedt dan een harde waterkering bouwen die in de verdere toekomst mogelijk niet meer voldoet en een nadelige invloed heeft op de natuur.

Kortom, aanpassen aan het klimaat vergt meer dan dijken verhogen of het bouwen van een nieuwe stormvloedkering. Het vereist moeilijke keuzes met onvermijdelijk winnaars en verliezers. Ondanks de urgentie die Bregman in zijn schrijven wil leggen, is zijn brief op het gebied van klimaatadaptatie zo simplistisch, dat dit wel eens averechts kan werken voor de solidariteit die ook nodig is om ons aan te passen. Hiermee loopt hij het risico om het draagvlak voor klimaatbeleid juist te verkleinen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.