Opinie

Conservatieve buffer valt weg

In Europa

Op een vrijdag in januari ontving de Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz zo’n veertig journalisten voor een ‘informeel gesprek’. Off record, dan kon hij vrijer praten.

Kennelijk is Kurz bij een hapje en drankje keihard uitgevaren tegen het Openbaar Ministerie, dat vol socialisten zou zitten. Het OM onderzoekt corruptiezaken rond de radicaalrechtse FPÖ, die in de vorige regering zat. Ook de rol van een oud-minister van Kurz’ conservatieve ÖVP wordt onderzocht. Kurz was „ongewoon emotioneel”, zeiden journalisten die erbij waren. Hij wilde de bezem door Justitie halen. Het blad Falter, uitgenodigd maar verhinderd, hoorde die verhalen en publiceerde ze „omdat de democratische rechtsstaat in het geding is”.

In Oostenrijk zijn veel hoge benoemingen politieke benoemingen, maar het OM is echt geen socialistisch bolwerk. Diverse partijloze aanklagers protesteerden meteen. In een brief aan Kurz uitte het OM zijn „bezorgdheid en irritatie” over deze „aanval op Justitie en de rechtsstaat”.

Volgens Kurz is hij verkeerd geciteerd. Veel Oostenrijkers geloven hem maar half. Tot nogtoe deed maar één partij aan Justitie-bashing: de FPÖ. Gaan de conservatieven dezelfde kant op?

Nu Kurz met de Groenen regeert en de FPÖ oppositie voert, profileert hij zich als ‘veiligheidskanselier’. Hij scherpt het hoofddoekenverbod aan, wil preventieve detentie voor asielzoekers, verhuist azc’s naar grensgebieden. Oud-FPÖ-voorman Heinz-Christian Strache klaagde eens dat Kurz zijn programma grotendeels had overgenomen.

Veel centrumrechtse politici doen dit, in heel Europa: verder naar rechts schuiven om kiezers bij radicaalrechts weg te halen. De hoop is dat kiezers liever voor de fatsoenlijke versie gaan – waarom FPÖ stemmen als de ÖVP hetzelfde biedt?

In Duitsland sloot de liberale FDP een akkoord met de AfD in Thüringen,met hulp van CDU’ers. Orbán blijft in de Europese Volkspartij. En VVD’er Bente Becker briest op Twitter: „Wie naar Nederland komt ‘zogenaamd’ voor onze veiligheid, maar vervolgens ons land onveiliger maakt, moet zo snel mogelijk vertrekken.”

Bang maken, groepen stigmatiseren en dan beschutting bieden: zo maken conservatieve politici het gedachtengoed van radicaal-rechts, een politieke stroming met antidemocratische tendenzen, mainstream.

Premier Rutte schreef eens paginagroot in de kranten: „Doe normaal of ga weg”. Traditionele VVD’ers vonden dat onkies. Maar net als Kurz wint Rutte zo wel verkiezingen. De Franse Les Républicains en de Spaanse Partido Popular rukken eveneens naar rechts.

Dit kan desastreus uitpakken. De Amerikaanse Republikeinen rolden de rode loper uit voor ultrarechtse stromingen als de Tea Party, tot ze er zelf door verzwolgen werden. Sinds Donald Trump de partij overnam, is klassiek-rechts verdwenen. In zijn boek Conservative Parties and the Birth of Democracy schrijft Daniel Ziblatt, politicoloog op Harvard, dat de houding van conservatieve partijen bepaalt of een democratie overleeft of niet. Zo maakten de Duitse conservatieven begin jaren dertig een fatale misrekening: ze maakten een ruk naar rechts en probeerden allianties te sluiten met Hitler en de nazi’s.

De na-oorlogse christendemocraten in Europa vormden een baken van stabiliteit. Ze waren een buffer tegen extremisme, cultuurclashes en klassenstrijd. Wat is daarvan over? In plaats van solide partijen te onderhouden, gefundeerd op heldere principes, staren moderne conservatieven zich blind op peilingen en melken korte-termijnstrategieën uit. Ze weten niet meer wie ze zijn en waar ze voor staan. Ze gaan voor tactieken, niet voor inhoud. Deze partijen kunnen geen buffer meer zijn voor ondemocratische tendensen en extremistische reflexen. Integendeel, ze vallen er zelf aan ten prooi.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.