Brieven

Brieven 7/2/2020

Leeslijst

Niets nieuws onder zon

De bibliothecaresse van onze schoolbieb zei me dertig jaar geleden al: „In de eerste en tweede klas lezen ze voor de lol, in de derde en vierde lezen ze niet, en in de vijfde en zesde lezen ze voor hun lijst.” (Aap, noot, mis, 1/2.) Als de leraren enthousiast zijn voor hun vak én hun leerlingen komt het goed.

Elfmerentocht

150 km? Grootspraak!

In het artikel (Een makkie voor wie niet meeschaatste, 4/2) op de Achterpagina maakt Arjen Fortuin er een potje van. De Elfmerentocht op 1 februari 1954 (twee dagen voor de Elfstedentocht) was slechts 85 kilometer als men startte in Sneek en 103 kilometer vanuit Langweer. Hij was dus geen 150 kilometer lang, zoals Fortuin schreef, mogelijk omdat zijn vader dat zei. De Elfmerentocht is, voor zover mij bekend, maximaal 115 kilometer. Fortuins vader, wonende in Franeker, is in Sneek gestart. De tocht was bovendien redelijk zwaar; van de 10.000 deelnemers waren er ongeveer 600 uitvallers. De Elfstedentocht van 1954 was daarentegen relatief gemakkelijk. Zelf heb ik in 1956 de Elfmerentocht geschaatst, waarbij ik en andere leerlingen van de mulo in Joure eerst van Joure naar Sneek schaatsten om daarna de Elfmerentocht af te leggen om vervolgens op de schaats weer terug naar Joure te gaan. Dan moesten we ook nog op de fiets naar huis, toch ook weer een aantal kilometers, al herinner ik me dat wij totaal niet moe waren. Een dag later was de Elfstedentocht en ik denk weleens dat wij die toen ook zonder al te veel problemen op onze Friese doorlopers hadden kunnen schaatsen. In 1963, ik was in militaire dienst, heb ik meegedaan aan de ‘Tocht der Tochten’, maar was mijn condittie niet al te goed. In barre weersomstandigheden ben ik een paar kilometer voor Harlingen van het ijs gestapt.

interview Herman Pleij

NVSH was niet elitair

In Geen vieze boekjes, nee: toneel, muziek!(25/1) doet emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde Herman Pleij denigrerende uitspraken over de NVSH, met name betreffende het tijdschrift Sekstant. Hij zegt: „De seksuele revolutie van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is ook uit de hand gelopen hè. […] Er was een blad, Sekstant, daar was je op geabonneerd als je van de betere milieus was, als je kunstenaar of intellectueel was.” Als de NVSH iets níét was, was dat elitair. Sociaal gemotiveerde gewone mensen zorgden ervoor dat voorbehoedmiddelen en voorlichting beschikbaar kwamen. Met bovengenoemde en andere ongenuanceerde uitlatingen zet een historisch letterkundige de belangrijkste naoorlogse emancipatie - en hulpverleningsorganisatie (200.000 leden in 1964), op het gebied van de seksualiteit bij het afval. Zo komt geschiedvervalsing tot stand.

Franse scholiere

Moslims, niet de islam

In het artikel Affaire om Mila verdeelt Frankrijk (4/2) staat: „Een scholiere uit de buurt van Lyon wordt ernstig bedreigd omdat ze de islam heeft beledigd.” Deze zin is niet zuiver omdat een geloof an sich niet beledigd kan worden. Gelovigen, islamieten, kunnen zich wel beledigd voelen door kritiek op hun geloof. Daar gaat de gever van kritiek op dat geloof in beginsel niet over. De discussie kan wel gaan over de vraag of de kritiek binnen de normen is gebleven van wat als fatsoenlijk wordt gezien. Strafbaar is het kennelijk niet in Frankrijk, begrijp ik uit dit artikel.

seksisme

Afzonderlijke delen

In Peter de Bruijns’ column Seksisme kan ook functioneel zijn (5/2) gaat het over hoe volgens regisseur Nina Menkes de vrouw in al dan niet erotisch geladen filmscènes vaak wordt afgebeeld: in „fragmented pieces”. Ik moest meteen denken aan een veelzeggend voorbeeld daarvan, in een Amerikaanse popsong uit 1957, ‘Bernardine’, van Pat Boone: „Oh, your separate parts are not unknown/ But the way you assemble them is all your own/ All yours and mine, dear Bernardine (...)”.