Blok wil met Koerden praten over berechting Syriëgangers

Syriëgangers Minister Blok reageert positief op het aanbod van de Koerden in Syrië om IS-gangers ter plaatse te berechten. Maar de voorkeur gaat nog steeds uit naar een internationaal tribunaal.

Een Koerdische strijder bewaakt IS-vrouwen in Al-Hol, een gevangenenkamp in het Noordoosten van Syrië.
Een Koerdische strijder bewaakt IS-vrouwen in Al-Hol, een gevangenenkamp in het Noordoosten van Syrië. Foto AFP

Het aanbod van de Koerden in Noordoost-Syrië om Europese en dus ook Nederlandse IS-gangers te berechten, is vrijdag positief ontvangen door minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD). „Het is een nieuw signaal en dat gaan we zorgvuldig bekijken.” Tegelijk waarschuwt Blok voor te veel enthousiasme, omdat nog niet duidelijk is wat het aanbod precies behelst.

Eerder drongen de Syrische Koerden er nog bij EU-landen op aan om ‘hun’ jihadisten terug te halen uit de gevangenkampen in de regio en in Europa voor de rechter te brengen. Maar Nederland, Frankrijk en andere landen vinden dat een veiligheidsrisico en willen de IS-strijders en hun vrouwen ook niet ‘belonen’ met repatriëring. Onder de gevangen jihadisten zitten 55 Nederlanders.

Volgens partijen die wel voor repatriëring zijn, waaronder coalitiepartner D66, neemt het kabinet een groot risico. Door de Turkse invasie van Noordoost-Syrië in oktober vorig jaar is de instabiliteit in de regio toegenomen. Daardoor is ook de kans groter geworden dat IS-gangers uit beeld raken – en wellicht onder de radar terugkeren naar Europa.

Het kabinet ijvert voor de oprichting van een internationaal tribunaal in de regio. Dat is de „voorkeursoptie”, zei Blok vrijdag opnieuw. Daarnaast hoopt het kabinet ook dat Iraakse rechtbanken een rol kunnen spelen bij de berechting van de buitenlandse jihadisten. „Die route staat al een tijdje in de ijskast omdat de regering van Irak demissionair is”, zei Blok. Hij wil deze optie „hernemen” zodra er weer een nieuwe regering is in Bagdad.

Regeringspartijen D66, VVD en CDA vinden dat Blok moet gaan praten met de Syrische Koerden en willen dat Nederland de autoriteiten daar ook bijstaat met advies en financiële middelen. Blok noemt het „zeer de moeite waard om het gesprek aan te gaan als het bericht wordt bevestigd”.

Het aanbod van de Syrische Koerden kan uitkomst bieden, maar is ook heel lastig. Blok zei vrijdag met „een heel aantal juridische vragen” te zitten. Zo is het door de Koerden beheerste gebied „geen autonoom land”. Er is ook „geen bestaande wetgeving of rechterlijke macht”. In een recente brief aan de Tweede Kamer spreekt Blok ook de vrees uit dat „gesprekken met een non-statelijke actor” worden opgevat als „erkenning van statelijke ambities”.

NAVO-bondgenoot Turkije is er op gebrand dat de Syrische Koerden geen erkenning krijgen van westerse landen. Op dit moment heeft Nederland alleen maar „op laag ambtelijk niveau” met hen contact.

Bovendien is het niet gezegd dat de Syrisch-Koerdische strijdkrachten voldoende controle hebben over het gebied. En dat is een „probleem voor effectieve berechting en uitvoer van vonnissen op de langere termijn”, aldus Blok in zijn Kamerbrief in december. Voordeel is wel weer dat de Syrische Koerden anders dan in Irak niet de doodstraf lijken te willen hanteren voor IS-gangers. Blok herhaalde vrijdag dat Nederland in dit dossier niet wil samenwerken met partijen die doodstraffen uitdelen.

Nederland werkt bij het onderzoeken van de verschillende opties samen met een coalitie van zes Europese landen (België, Zweden, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Denemarken). Blok gaat met deze groep landen nu ook praten over het Syrisch-Koerdische plan.