Opinie

Baudet ontzegt de samenleving het debat dat hij zegt te willen voeren

Commentaar

Thierry Baudet bewees de afgelopen week een slechte dienst aan de democratie. Het begon bij een discriminerende tweet en Instagram-post, waarin hij melding maakte van een incident in de trein. Volgens de fractievoorzitter van Forum voor Democratie waren twee vriendinnen door „vier Marokkanen” lastiggevallen in een trein. De oproep aan „lieve, kinderlijk naïeve Nederlanders” om „eindelijk voor verandering” te stemmen, maakte duidelijk wat Baudet beoogde. Hij hitste zijn aanhang, of iedereen die het verhaal maar geloven wilde, op tegen een hele bevolkingsgroep.

Dat het verhaal niet bleek te kloppen, is een ernstige misser van een gekozen volksvertegenwoordiger. De ‘vriendinnen’ werden niet belaagd door ‘vier Marokkanen’, het bleek om een controle tegen zwartrijden te gaan, zo bleek al snel. De aandacht ging de hele week vooral uit naar het foutieve karakter van de tweet, en de halfslachtige manier waarop Baudet er afstand van nam. Kort gezegd kwam zijn verweer hier op neer: nee, het was niet waar, maar het had waar kúnnen zijn. Die logica is een variant op het ‘Mijn tweet klopt’-incident, waarmee PVV-senator Marjolein Faber vorig jaar een dader van een steekpartij ten onrechte een „Noord-Afrikaans uiterlijk” gaf.

Ernstiger nog is de routinematige manier waarop Baudet zich al jaren bedient van discriminerende en racistische uitingen. Soms zijn die impliciet, bedoeld voor de goede verstaander, zoals toen hij ironisch twitterde over „tieners” of „jongeren” die misdrijven plegen. Soms gebeurt het expliciet, zoals toen hij in 2015 (nog voor zijn politieke carrière) zei: „Ik wil graag dat Europa dominant blank en cultureel blijft zoals het is.” Toen het ging over „homeopathische verdunning” van de Nederlandse bevolking. De treintweet viel op omdat de bewering eenvoudig te checken bleek. Maar te vaak blijven zijn uitspraken onweersproken.

Politici die onwaarheden verspreiden, of zich van discriminatie bedienen, moeten daar in een democratie op aangesproken worden. Door media en door politici. Alleen als er min of meer overeenstemming is over de feiten, kan het gesprek over oplossingen beginnen, van welk probleem dan ook. En alleen een open maatschappelijk en politiek gesprek kan bepalen waar de grenzen liggen van het acceptabele. Het alternatief is een feitenvrije wereld, waarin politici ongefilterd hun achterban bedienen. Het deze week hervatte proces tegen PVV-leider Geert Wilders, vervolgd om zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak van 2014, laat zien hoe ongemakkelijk het is als de rechter, en niet de politiek, over politieke uitspraken oordeelt. Debat hoort in de Tweede Kamer.

Kwalijk is daarom dat Thierry Baudet nauwelijks meer is ingegaan op de rel rondom zijn tweet. Hij kwam met een verklaring die nieuwe vragen opriep. Er kwamen geen excuses, de weerlegde ‘feiten’ werden ingeruild door nieuwe, over de „intimiderende” controleurs, met „wapengerei”, en „in vorm en stijl (lettertype) afwijkende geplastificeerde papiertjes”.

Tegelijkertijd bleef Baudet wegduiken voor echte verantwoording over het discriminerende karakter van zijn tweet. Hij ontweek vragen van de pers, liet zich nauwelijks in Den Haag zien. Zijn schaarse antwoorden waren vaag. Een debat in de Tweede Kamer, aangevraagd door Denk, ging evenmin door, omdat de meeste andere fracties dat tegenhielden. Zoals SP-leider Lilian Marijnissen zei: Baudet heeft zichzelf al ontmaskerd, dat hoeft de Kamer niet nóg een keer te doen. Dat is een misvatting. Zolang Baudet onweersproken blijft, blijven er twee parallelle werelden bestaan. De vraag wie te geloven, hangt af van politieke overtuiging. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, die doet denken aan de Verenigde Staten. President Donald Trump heeft tot eind januari 16.241 keer gelogen of anderszins de werkelijkheid verdraaid, zoals The Washington Post aantoonde. Dat veroorzaakt in de VS alleen nauwelijks een rimpeling, omdat zo’n gegeven zijn aanhang niet bereikt. Wat voor de een een leugen is, is voor de ander een waarheid.

Dat dreigt nu ook in Nederland te gebeuren. En het is de taak van een gezonde democratie tegenwicht te bieden. Thierry Baudet moet de consequenties van zijn uitspraken aanvaarden. De andere politieke partijen moeten voluit het debat met hem aandurven. Baudet zelf schreef in 2016 in NRC over de „fundamentele misvatting” dat „problemen zouden verdwijnen door ze nadrukkelijk niet te benoemen”. Standpunten moeten „worden tegengesproken en indien nodig weerlegd”. Dat hij nu de samenleving zélf de mogelijkheid ontneemt met hem in gesprek te gaan over zijn uitspraken, is ironisch en kwalijk tegelijk.