Recensie

Recensie Theater

Ballet ‘Frida’ vat Kahlo’s leven in vlakke dans en kitscherige beelden

Dans Het ballet ‘Frida’, geïnspireerd op het levensverhaal van kunstenares Frida Kahlo, vertelt laag op laag hetzelfde verhaal. Dat werkt op den duur als een vliegwiel van verveling.

Ballet ‘Frida’ over het leven van Frida Kahlo door Het Nationale Ballet
Ballet ‘Frida’ over het leven van Frida Kahlo door Het Nationale Ballet Foto Hans Gerritsen

Ach, Frida Kahlo. Wat is het heerlijk meeleven met deze getourmenteerde Mexicaanse kunstenares (1907-1954). Lichamelijk geruïneerd door polio en een ernstig auto-ongeluk, mentaal gebroken door haar stormachtige relatie met de veel oudere, trouweloze Diego Rivera en haar onvervulde kinderwens. En tegelijkertijd bewonderenswaardig in haar activisme: vooral sinds de jaren tachtig is zij op het schild gehesen als feministe en geëmancipeerde, biseksuele vrouw.

Al die aspecten openbaarde zij (vooral) in de vele zelfportretten die zij, veelvuldig aan bed gekluisterd, schilderde in levendige kleuren, traditionele Mexicaanse dracht, bloemen in het haar, doorgroeiende wenkbrauwen en een klein snorretje. Het leverde haar een bijna mythische status op – die zij bij leven zorgvuldig cultiveerde.

Geen wonder dat de Vlaams-Colombiaanse choreografe Annabelle Lopez Ochoa gefascineerd raakte door deze vrouw. Het korte ballet dat zij in 2016 maakte voor het English National Ballet, vormde voor Ted Brandsen aanleiding haar uit te nodigen voor een avondvullende versie bij Het Nationale Ballet. Op zich geen gek idee, maar Kahlo zou zich waarschijnlijk, gebroken ruggengraat en al, drie keer omdraaien in haar graf als zij haar leven zo verbazingwekkend oppervlakkig, zij het kleurrijk, verbeeld zag.

Lopez Ochoa vertelt in achttien scènes de biografie van Kahlo. Uiteraard zou het niemand lukken in dat bestek een volledig beeld te schetsen. Al snel rijst de vraag of Kahlo wel recht wordt gedaan door haar levensverhaal hoofdzakelijk in biografische feiten te vertellen, terwijl de achtergronden, haar ideeën en gespletenheid veel interessanter zouden zijn.

Nu is Frida in gesimplificeerde musicalstijl opgetrokken (de dramaturgie is van Nancy Meckler), waarbij niets aan het toeval of onverhoopt onbegrip – alsof dat erg zou zijn – wordt overgelaten. Als haar vader Frida op haar ziekbed aanspoort om te gaan schilderen, geeft hij haar dus een penseel, en als de multifunctionele skeletten politieagenten verbeelden, dragen ze uniform én knuppel. Zijn ze paparazzi, dan hullen ze zich in regenjassen mét fototoestellen. Een arts komt op in witte jas mét enorme spuit. In de vormgeving keren, uiteraard, allerlei elementen uit haar schilderijen terug. En als Frida sterft, neemt zij de vorm aan van een vlinder, symbool voor wederopstanding. Tikkeltje te kitsch, amigo?

De speciaal gecomponeerde muziek van Peter Salem, op zich bewonderenswaardig ambachtelijk maatwerk, vertelt dat verhaal nóg eens, evenals de kostumering (Dieuweke van Reij). Maar het ergste is wel dat Lopez Ochoa een verbluffend gebrek aan vocabulaire en inventie demonstreert. Vrijwel alle groepsdansen zijn synchroon en symmetrisch, met de gedurig rokwapperende ‘mannelijke Frida’s’ als dieptepunt. Aan de dansers ligt dat uiteraard niet. Maia Makhateli geeft acterend optimale invulling aan haar rol als Frida, maar ze heeft bedroevend weinig danspassen om mee te werken.

Laag op laag vertelt zo hetzelfde, wat als een vliegwiel van verveling gaat werken. Ja, het beweegt, ja er zijn kleuren en, eerlijk is eerlijk, het premièrepubliek is er best blij mee. Balletliefhebbers kunnen echter beter over twee weken naar Giselle gaan.