Alex da Silva praatte met zijn portretten

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Kunstenaar Alex da Silva (1974-2019) verdeelde zijn tijd tussen Rotterdam en Kaapverdië en dacht veel na over ontworteling. In 2013 maakte hij het slavernijmonument van Rotterdam.

Alex da Silva: Le fabuleux destin d’Ilheus
Alex da Silva: Le fabuleux destin d’Ilheus

De handen waren het lastigst. Beweging moesten ze uitstralen, muziek, een zekere lichtheid. Een dans op weg naar vrijheid. En dus toog Alex da Silva in het voorjaar van 2013 dagelijks naar de werf op Zuid waar vaklui zijn visie moesten uitbeelden. Langzaam kreeg zijn slavernijmonument daar vorm. Een beetje te langzaam, want de onthulling kwam akelig dichtbij. „Wel tien keer zijn we terug gegaan om die handen goed te krijgen”, herinnert Brenna Christiaan, moeder van zijn kind, zich. „Zijn ideeën overbrengen op mensen die ze moesten uitvoeren, was hij niet gewend. Ondanks de tijdsdruk liet hij zich niet van zijn pad brengen. Het moest worden zoals hij het voor ogen had.”

Pas een week voor de onthulling op 16 juni 2013 stond het enige werk dat Alex da Silva in zijn kunstenaarsbestaan in opdracht maakte op de Lloydkade in het Lloydkwartier in Rotterdam. Vanuit hier werden in het verleden goederen naar Afrika verscheept, waar ze werden geruild voor slaven. Een slavenschip van staal in de vorm van een muzieksleutel, met vier zilveren, dansende figuren erop. Lichte materialen voor een zwaar onderwerp. „Veel van zijn ervaringen kwamen in dat beeld samen”, zegt Christiaan. „Hij dacht veel na over ontworteling, slaaf zijn van je huidskleur, gedachten of patronen.” Grafisch ontwerper Karin Röling, die hem op de Willem de Kooning leerde kennen, was bij de onthulling. „Zo’n grootse opening hoefde van hem niet zo, dat was voor hem niet waar het om draaide.”

Waar het voor Da Silva wel om draaide, was de menselijke conditie. Altijd was hij mensen aan het bestuderen, hetzij via de ogen van andere kunstenaars, filmmakers of muzikanten, hetzij via zijn eigen werk of gesprekken met vrienden en kennissen. Die gesprekken voerde hij ook met de personages die hij zelf creëerde. Op één van de laatste foto’s die van hem gemaakt is, zit hij peinzend voor zijn laatste serie van 27 werken. „Daar zit hij te praten met zijn portretten”, lacht Röling, met wie hij een atelier deelde. „Hij kon zich echt verliezen in gesprekken met zijn personages.”

Op 30 december 2019 zakte Alex da Silva op een basketbalveld op Kaapverdië in elkaar. Hulp baatte niet meer: hij overleed die dag, 45 jaar oud. Onduidelijk is precies waaraan, er was sprake van een toeval. Zeker weten doen zijn nabestaanden het niet. De dag erna werd hij begraven zonder autopsie. Zijn dood veroorzaakte een schokgolf in Rotterdam en op Kaapverdië, waartussen hij zijn tijd verdeelde. Zeven weken later voelt zijn dood nog altijd onwerkelijk voor de mensen die hem lief hadden.

Aan de kapstok in het atelier hangt zijn werkkloffie nog, een spijkerbroek vol verfvlekken en een wit T-shirt. Het schilderij waaraan hij werkte staat ernaast. Een groot doek in zwart, bruin en wit, met een gelaagd gebruik van woorden, beelden, foto’s en figuren. Deze mix is vintage Da Silva, zegt zijn jeugdvriend Tony Neves. „Grenzen betekenden niet zoveel voor hem. Niet als mens en ook niet als kunstenaar. Hij bewoog met groot gemak tussen de meest uiteenlopende disciplines.”

Het schilderij Le fabuleux destin d’Ilheus van Alex da Silva.

Röling vertelt dat ze het schilderij na jaren aan de muur een beetje beu was. „Ik vond het zwaar, somber. Ik had hem gevraagd of hij er nog wat aan wilde werken.” Daar had Da Silva geen probleem mee, want voor hem was geen enkel schilderij ooit af. „Hij was net begonnen er wat meer kleur in aan te brengen.” Ze valt even stil. „Tja. Met hoe het nu is, heb ik het maar te doen.”

Het liefst was Da Silva fulltime bezig met schilderen, in een eigen atelier met een paar assistenten. Op Kaapverdië had hij belangrijke stappen in die richting gezet, ook om iets terug te geven aan zijn eiland. Zijn wijnbar annex galerie Zero Point Art bestond afgelopen herfst tien jaar. „Hij wist heel goed wat hij wilde”, zegt Röling. „Dat moet ook wel als je als zeventienjarige in je eentje naar Nederland komt.”

Zijn terugkeer naar Kaapverdië was even resoluut, ook al had hij in Nederland inmiddels een dochtertje. „Nederland was niet zijn thuis”, zegt Christiaan, „al had hij met Rotterdam een haat-liefdeverhouding. Hij voer zijn eigen koers.”

Dat aan die koers nu voorgoed een einde is gekomen, is lastig te verkroppen. Christiaan weet van plannen om zijn werk te laten zien in zijn galerie. Röling wil al zijn schilderijen in een boek vervatten. „Hij keek graag naar kunst.” Ze pakt een dik kunstboek, op de cover staat ‘Ossip’. „Kijk hoeveel blaadjes hij tussen de pagina’s heeft gestopt. Allemaal inspiratie. Het zou prachtig zijn als andere kunstenaars dat op een dag met zijn werk doen.”

Correctie (10 februari 2020) In een eerdere versie werd melding gemaakt van 60.000 slaven die in het verleden op de Rotterdamse Lloydkade zijn verhandeld. Dit klopt niet, vanuit het Lloydkwartier werden goederen naar Afrika verscheept, waar ze werden geruild voor slaven. Dit is aangepast.