Legaal wiet kweken, maar wie gaat het doen?

Wietexperiment Ze zijn tuinbouwer, advocaat, huisarts of wetenschapper. Ze willen allemaal hetzelfde; volgend jaar meedoen aan de wietproef.

Foto Jen Osborne

Na meer dan vier decennia onduidelijkheid over het Nederlandse coffeeshopbeleid mogen vanaf volgend jaar coffeeshops in tien gemeenten legale, door de overheid goedgekeurde, wiet verkopen. Het gaat om een proef genaamd Wet experiment gesloten coffeeshopketen. Doel: een gesloten wietketen creëren, zodat de criminaliteit aan de achterdeur bij de coffeeshops verdwijnt. De proef zal vier jaar duren – plus een jaar om alles voor te bereiden.

De deelnemende steden – Groningen, Tilburg, Almere, Breda, Maastricht, Nijmegen, Arnhem, Zaanstad, Heerlen en Hellevoetsluis – hebben samen zo’n 79 coffeeshops, die vanaf 2021 hun cannabis bij bovengrondse telers inkopen. Dat gaan er maximaal tien worden. De telers hoeven niet in dezelfde gemeente gevestigd te zijn als de coffeeshops die meedoen aan het experiment. Binnenkort – de exacte datum is nog onbekend – gaat de inschrijving voor de telers open. Naar verwachting zal ergens deze maand de inschrijving worden geopend.

Geïnteresseerde telers vormen een diverse groep: het zijn ondernemers, kastuinbouwers én een Groningse wietpionier die probeerde verantwoord wiet te telen – compleet met belastingaangifte. Ook vanuit de coffeeshopwereld bestaat interesse mee te doen, al willen shops dat niet bevestigen; daar nu al de publiciteit mee opzoeken, is slecht voor de banden met de huidige, niet legale telers.

In Canada werd wiet in 2018 al gelegaliseerd

Banken kunnen dwarsliggen

Cannabis is onder de huidige wetgeving illegaal. Pas als de aspirant-telers door de selectie heen zijn, kunnen ze met kweken beginnen. Telers hebben dan een jaar de tijd om een kweeklocatie op poten te zetten.

Maar nog voor de selectie lopen potentiële telers al tegen problemen aan. Zo zit niet iedere gemeente te wachten op een wietkwekerij binnen de grenzen: ze vrezen veiligheidsproblemen. Daarnaast voelen particulieren er niet altijd voor om vastgoed te verkopen of te verhuren aan een aspirant-teler. Ook kunnen banken dwarsliggen: in het geval van het Bredase Project C konden de initiatiefnemers nergens een rekening openen.

Alle telers maken zich zorgen over de selectieprocedure waarbij wordt bepaald wie wel en niet mag telen. Als er na een eerste beoordeling méér dan tien aanvragen zijn, volgt hoogstwaarschijnlijk een loting. Weliswaar zijn er eisen voor wie daaraan mag meedoen, maar het betekent volgens de betrokkenen niet per se dat de beste telers door de selectie komen. Dat kan op termijn ongunstig voor het slagen van het experiment.

Want ook daar zijn alle telers het over eens: zolang er geen goede en betaalbare wiet in de shops komt te liggen, met ook nog eens genoeg variatie in het aanbod, is de proef bij voorbaat mislukt.


De wetenschappers – Ze weten wat werkt

Wat: DutchCanGrow

Waar: Onbekend

Wie: Ondernemers uit de tuinbouw, onderzoek en marketing

Al bijna vijf jaar is Thomas Rau (53) actief met de Legale Cannabis Coalitie (LCC), waarin professionals uit de wetenschap en het bedrijfsleven zitten die betrokken zijn bij cannabisactiviteiten over de hele wereld. Ze adviseren bijvoorbeeld bedrijven rondom de teelt en legalisering van cannabis in de Verenigde Staten en Canada. Vanuit de LCC is DutchCanGrow ontstaan, dat bestaat uit zes bedrijven uit de tuinbouw, de marketing en de wetenschap.

„Wij werken samen met Wageningen University & Research, doen onderzoek naar medicinale wietteelt, en weten wat wel en niet werkt”, zegt Rau. „Weinig partijen hebben ervaring met teelt op grote schaal, in kassen. Dan heb je te maken met vier jaargetijden die invloed hebben op de wiet in de kas. Daar kan veel meer mis gaan dan als je wiet op een zolderkamertje teelt: er kunnen infecties optreden of schimmels. Wij hebben die ervaring wel.”

Rau zegt „hele serieuze” gesprekken te voeren met Nederlandse investeerders, die meer dan tien miljoen euro in DutchCanGrow zouden willen investeren. Een andere mogelijkheid zijn Canadese legale wietbedrijven. Maar, waarschuwt hij: „Hun beurswaarde is gehalveerd en sommige bedrijven zijn technisch failliet. Daar wil je niet mee in zee.”

In het bedrijfsleven hebben ze het door: dit is de toekomst

Gemeenten en investeerders durven het soms niet aan om met DutchCanGrow in zee te gaan, merkt Rau, omdat het over wiet gaat. „In het bedrijfsleven is dat anders: daar hebben ze door: dit is de toekomst.”

Op zoek naar een goede locatie polste Rau zeven gemeenten. Vijf zijn afgehaakt, met de twee andere gemeenten zijn „serieuze gesprekken.”

Lees ook: Legaal wiet telen zonder bankrekening, dat lukt niet

DutchCanGrow heeft contact met een beveiligingsbedrijf, dat 24 uur per dag met beveiligers de locatie zal bewaken. „Daarnaast denken we eraan om een gracht om de teeltlocatie te zetten, met hoge hekken en camera’s.”

Rau verwacht op basis van eerdere interesse voor het telen van medicinale cannabis dat meer dan honderd telers geïnteresseerd zijn in het experiment. Hij vreest dat het dan op een loting kan uitdraaien. „Dan zet je de deur open voor onervaren telers. Dat is de dood in de pot voor het wietexperiment.”

„Niemand is echt een voorstander van het experiment in deze vorm. Het is een politiek compromis. Wij willen liever een totale legalisering. Maar we zullen er alles aan doen om er een succes van te maken.”


De wietfabriek – Zo groot dat je erin kan verdwalen

Wat: QATI Group

Waar: Groningen

Wie: Ondernemers uit de omgeving van Stadskanaal

QATI wil het groots aanpakken. De ondernemers, met onder meer een achtergrond in de vastgoedsector, zijn van plan om zo’n vijf- tot twintigduizend kilo per jaar te telen, met zo’n tachtig tot honderd soorten wiet en hasj. Woordvoerder Jakob Zwinderman spreekt van een fabriek op Canadees niveau: „Je kunt erin verdwalen.”

Het project is naar zijn zeggen goed voor zo’n tachtig directe en honderdtwintig indirecte banen. Achter QATI staan investeerders die al jaren geld steken in grote noordelijke projecten, voornamelijk uit de vastgoedwereld. „We hebben bovendien een grote Nederlandse bank achter ons staan. We hebben een investering nodig van 14 à 15 miljoen euro. Dat lijkt te gaan lukken.”

Volgens Zwinderman wil een aantal van de initiatiefnemers nog niet met hun naam in de publiciteit. Zij hebben reguliere banen en willen dat QATI zelf bekendheid krijgt, en niet hun individuele namen.

De productiefaciliteit van de QATI Group zou in de gemeente Groningen moeten komen. Daar is goed contact mee. De concept-bouwtekeningen gaan uit van een pand van 8.500 vierkante meter met twintig kweekruimtes. De hoofdteler die QATI op het oog heeft, zat jarenlang bij Bedrocan in Veendam, dat als enige bedrijf in Nederland legaal medicinale wiet teelt.

Een veiligheidsplan is opgesteld door iemand die ervaring heeft met beveiliging van TBS-klinieken. Zo komen er sluizen in het pand. „Daarnaast laten we permanent auto’s rondrijden om te voorkomen dat een shop met kilo’s van onze producten blijft zitten.” Er zijn meerdere wietleveringen per week om te voorkomen dat coffeeshops met een met een te grote voorraad zitten.

Of het experiment lukt, ligt aan het aantal mensen dat legaal wil telen, denkt Zwinderman. „Er lijken nu maar vier telers te zijn, maar er kunnen zich uiteindelijk zestig aanmelden. Dan bestaat de mogelijkheid dat er een loting komt. Dat zou bizar zijn: wij zijn hier al jaren mee bezig. Dan zouden we er uitgegooid worden voor iemand met mindere papieren.”


De modelkweker – Nog een keer een kwekerij, maar nu legaal

Wat: Stichting JOINus

Waar: Oost-Groningen

Wie: John Meijers

Tot 2014 kweekte John Meijers (54) openlijk wiet in het Groningse Bierum. Hij gaf de winst op bij de Belastingdienst, betaalde de (hoge) energierekening, én teelde zijn wiet ook nog eens volledig biologisch. Voor de rechter reden Meijers vrij te spreken, alles ging volgens het boekje. Toch werd hij in hoger beroep alsnog veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van 130.000 euro. Met JOINus wil de wietteler-in-ruste een kleinschalige en biologische kwekerij beginnen – deze keer volledig legaal.

Het initiatief krijgt financiering van „goedwillende coffeeshophouders”, zegt Meijers. „Een voorwaarde is dan wel dat die coffeeshops een Bibob [integriteitsbeoordeling door de overheid] moeten ondergaan.” Gedoe met het verkrijgen van een bankrekening hadden ze niet: „Die hebben we al anderhalf jaar. Bij de KvK staan we ingeschreven om ons voor te bereiden op deelname aan het experiment.”

Met de stichting vroeg JoinUs met succes verklaringen omtrent het gedrag (vog) aan; John als hoofd teeltafdeling, zijn vrouw Ines als bedrijfsleider.

Problematischer was de locatie. Zo ketste de aankoop van een boerderij in Oldambt op het laatste moment af. „De eigenaar gaat nu zélf wiet telen.” Daarna ging de overname van een voormalige kippenboerderij niet door, de eigenaar wilde dat „op morele gronden” niet verkopen. Inmiddels is een plek gevonden in Oost-Groningen.

Er lopen gesprekken met een professioneel beveiligingsbedrijf en met transportbedrijven om de wiet naar de coffeeshops te brengen. Meijers: „Dat wordt duur. We moeten concurreren met de illegale markt. Hoe meer regels, hoe duurder onze wiet.”

Of de proef gaat lukken, hangt volgens Meijers af van de vraag wie er meedoen: „Als ik zie hoe groot sommige partijen willen worden, zonder enige ervaring, dan denk ik dat het niet lukt. Grote kasbouwers willen werken met chemische bestrijdingsmiddelen; dat ging in Canada helemaal fout . Wij doen het kleiner, maar schoon.”


De bekendste – Ze houden rekening met ripdeals en diefstal

Wat: Project C

Waar: Breda

Wie: Een huisarts, een advocaat, een oud-politicus en een kassenbouwexpert

De telers die tot nu toe veruit de meeste publiciteit hebben gehad, komen uit Breda. Advocaat Peter Schouten, huisarts Ronald Roothans en oud-Statenlid Joep Van Meel komen met kassenbouwexpert Pascal van Oers twee keer per week samen om hun wietonderneming op te zetten. Volgens Van Oers moet er tussen de 16 en 18 miljoen euro worden opgehaald om van start te gaan en zouden er „meerdere investeerders zeer geïnteresseerd zijn”.

Lees ook: Een huisarts, advocaat en voormalig politicus in de wiet

Project C zegt een meesterteler te hebben, eentje zonder strafblad. Maar de Bredanaars vinden het wel een probleem dat niemand in Nederland ervaring heeft met op grote schaal produceren van wiet. „Er heeft zich een aantal mensen gemeld die zeggen praktijkervaring te hebben”, zegt kassenbouwexpert Van Oers, „maar het is lastig om erachter te komen of deze mensen criminele banden of een strafblad hebben. We proberen dat nu deels op te lossen door buitenlandse experts aan ons te binden.”

Ze houden rekening met diefstal, ripdeals en vandalisme. Daarvoor wordt beveiliging ingehuurd. „Vooral het vervoer van wiet naar de coffeeshops wordt lastig”, zegt Van Oers. „Dat moet erg goed beveiligd worden en gaat geld kosten. Mede door onze schaalgrootte willen we de wiet niet duurder laten worden dan die nu is.”

Daarnaast is de locatie een probleem. Project C had een kassencomplex in Drimmelen op het oog, maar de gemeente liet in december weten geen medewerking te willen verlenen. Inmiddels hebben vijf andere gemeenten óók aangegeven Project C niet binnen de gemeentegrenzen te willen hebben.

De Bredanaars zoeken nog steeds. Van Oers: „Wij dachten het toppunt van stigmatisering te hebben meegemaakt: een bank die geen rekening wilde openen. Maar nu ook geen gemeente ons wil toelaten, blijkt maar weer hoe gevoelig dit onderwerp ligt.” Van Oers noemt een ander voorbeeld: de inzet van stagiairs. „We merken dat hogescholen dat erg spannend vinden omdat het over wiet gaat. Iedereen staat bij dit onderwerp meteen op scherp.”


De afhakers – Bang dat de proef stopt

Wat: Nature can do

Waar: het Westland

Wie: Drie mannen uit de tuinbouwwereld

Ondernemer Kees Valstar (54) probeerde in 2018 met twee ondernemers in de tuinbouw een vergunning aan te vragen voor het kleinschalig telen van medicinale wiet. Hij was ook geïnteresseerd in het telen van wiet voor recreatief gebruik. Een tomatenteler in het Westland zou daarvoor een deel van zijn kas vrijmaken.

„De overheid wil voorkomen dat legaal geteelde wiet wordt gestolen door criminelen”, zegt Valstar. „Dus wij dachten aan een hoge mate van beveiliging, met dubbele hekken, camera’s en bewakers. Je moet wel.”

Het plan is nooit zo concreet geworden dat toestemming is gevraagd aan de gemeente of dat de financiering is uitgewerkt. Kees Valstar haakte al eerder af vanwege de onzekerheid over het doorgaan van het experiment. Hij zegt: „Het lijkt erop dat als de proef gaat beginnen, het kabinet alweer vertrokken is. Gaat het dan nog wel door?”

Al blijft hij wel hoop houden. „Als partijen met goede wiet komen en dat geld oplevert via accijnzen, dan is er een kans dat wiet uit het criminele circuit wordt gehaald. Er is nu eenmaal vraag naar het plantje. Wellicht dat het dan toch nog een succes wordt.”