Waarom Estland de allerslimste pubers heeft

Onderwijs Vergeet Zwitserland en Finland, het beste onderwijs in Europa wordt tegenwoordig gegeven in Estland. De Estse scholen hebben een communistische basis met een Scandinavische saus.

Leerlingen van het Miina Härma Gümnaasium in de Estse stad Tartu. Leraren hebben hier niet te maken met kinderen die thuis een andere taal spreken dan op school.
Leerlingen van het Miina Härma Gümnaasium in de Estse stad Tartu. Leraren hebben hier niet te maken met kinderen die thuis een andere taal spreken dan op school. Foto Patrik Tamm

Het smalle trappenhuis van de school is nauwelijks begaanbaar door hangende tieners in capuchontrui die diep verzonken naar hun mobieltje staren. Een groepje jongens speelt, hun rugzakken nog dragend, een kaartspel in de vensterbank. De lerares van de ICT-les probeert verschillen tussen sociale media uit te leggen aan de hand van de profielfoto’s van countryzangeres Dolly Parton en die van Estse politici. Twee leerlingen gebruiken hun lescomputer ondertussen om online sneakers uit te zoeken.

Het oogt ontspannen, maar op het Miina Härma Gümnaasium in Tartu zitten volgens internationaal onderzoek de allerslimste pubers van Europa. Vergeet Finland en Zwitserland; Estland scoort sinds kort het best op de driejaarlijkse PISA-toets waaraan bijna tachtig landen meedoen. Alleen een aantal Aziatische staten doet het beter, China voorop. Zowel in lezen, wiskunde als natuurwetenschappen excelleren 15-jarigen uit Estland.

„Het heeft ons zelf eerlijk gezegd ook verbaasd, toen we aan de internationale vergelijking gingen meedoen”, zegt Mart Laidmets, secretaris-generaal van het ministerie van Onderwijs, dat ook in universiteitsstad Tartu gevestigd is. Gunda Tire, de nationale PISA-coördinator, relativeert het eigen succes nog meer. „Als je kijkt naar de absolute scores, doet Estland het de afgelopen jaren niet heel veel beter. Dat wij op de ranglijst zijn gestegen, zegt veel meer over onze concurrenten dan over ons.” Over Nederland onder andere, dat behalve in wiskunde in alle categorieën uit de top-10 is geduikeld.

Sovjet-ideologie

Het recept voor het succes van Estland, zo zeggen deskundigen, is dat het land toen het in 1991 onafhankelijk werd de egalitaire Sovjet-ideologie behield, waarin elke scholier gelijkwaardig moest zijn, en bij buurland Finland het moderne curriculum bij elkaar leende. Een flinke schep Scandinavische zelfontplooiing en minimale toetsingsdrift met een sausje van communistische discipline en autoriteit, uitgegoten door een lange onderwijstraditie. Onderwijs in eigen taal hield Ests nationalisme altijd levend.

Lees ook:
Finland exporteert gelukkige en zelfstandige kleuters

Leerlingen zijn best trots dat ze internationaal zo goed scoren, maar ze hebben zelf nauwelijks vergelijkingsmateriaal. School is gewoon school. Soms leuk, soms stom. „Als ik in het buitenland ben, vragen mensen vaak op wat voor middelbare school ik zit”, zegt Kelly Kangur (19). „Dan leg ik uit dat wij geen niveaus, specialisaties of vakkenpakketten hebben. We leren gewoon een beetje van alles. En allemaal hetzelfde. Ik kan niet inschatten of dat ons slimmer maakt, of zo.”

Dat zij op een gymnasium zit, betekent hier niet dat ze Grieks en Latijn krijgt, maar dat op deze school na de negen verplichte leerjaren voor kinderen van 7 tot 16 jaar er nog drie bovenbouwklassen zijn. Wie die ook afmaakt, mag naar de universiteit. Kangur wil na haar eindexamen eerst een jaar naar Australië en daarna „iets met technologie” studeren.

Nu volgt ze een Engelstalige aardrijkskundeles, waar de leraar met krijt op een ouderwets groen schoolbord de voor- en nadelen van duurzame energie opschrijft die de klas van 22 leerlingen aandraagt en bediscussieert.

Estland staat bekend als uiterst gedigitaliseerde samenleving, maar de meeste lessen zijn hier nog opvallend ouderwets. Terwijl de meisjes leren koken, zijn de jongens bezig met houtbewerking.

In de tekenles van de derde klas liggen wel smartphones op elk tafeltje. Markus (9) heeft op zijn iPhone een plaatje van een paddestoel uitgezocht. Die schildert hij in grove halen na met rode verf.

Door het statige, witte gebouw van het Miina Härma, in 1906 gesticht als meisjesschool, krioelen bijna negenhonderd leerlingen. Grootschalige onderwijsfabrieken zijn de norm. De jongste kinderen zitten in klassen met een vaste juf op de begane grond, vanaf hun tiende wisselen ze per vak van lokaal op de bovenste verdiepingen. De belangrijkste verschillen met het Nederlandse onderwijs: leerlingen zitten hun hele leerplichtige periode op één school en er wordt geen onderscheid gemaakt tussen iemand van vwo- of vmbo-niveau.

Er zijn meer verschillen. Met gemiddeld 24 uur les per week hebben scholieren veel vrije tijd en lange zomervakanties. Niemand blijft ooit zitten, wie achterop raakt krijgt extra begeleiding. En het eindexamen bestaat sinds 2014 uit slechts drie vakken: wiskunde, Ests en een vreemde taal naar keuze. „Zelfs wie die niet haalt, krijgt een diploma”, zegt Laidmets.

Niet te kopiëren

Als Estland zo’n leerlingluilekkerland is én de beste resultaten haalt, waarom wordt de methode dan niet overal in Europa overgenomen? Bijvoorbeeld in Nederland, dat bij het laatste PISA-onderzoek verder afzakte, vooral wat betreft leesvaardigheid. Afgelopen maand nog werd een pleidooi om kinderen veel later in hun schoolleven te scheiden op intelligentie nieuw leven ingeblazen.

‘Verkleinen van ongelijkheid in onderwijs gaat ten koste van elites’

Internationale delegaties van onderwijsdeskundigen en ambtenaren, die hier regelmatig langskomen om van het succes te leren, merken al snel dat het niet eenvoudig te kopiëren is. De Baltische staat van 1,3 miljoen inwoners heeft zo zijn eigenaardigheden. En zelfs Letland en Litouwen, buurlanden van vergelijkbare omvang met een gedeelde geschiedenis, boeken niet dezelfde resultaten.

Behalve in een Engelstalig klasje voor expatkinderen zit op deze grote school in de tweede stad van het land niemand van kleur. De Syriërs die Estland opving tijdens de migratiecrisis pakten vrijwel allemaal de bus naar Duitsland. Leraren hebben hier niet te maken met kinderen die thuis een andere taal spreken dan op school. Immigranten, dat zijn vooral Esten die terugkeren uit het buitenland nu de economie aantrekt én Oekraïners op zoek naar werk. Die groep integreert vrij gemakkelijk in de vele Russischtalige scholen in Estland. Bijna 30 procent van de bevolking is etnisch of cultureel Russisch en heeft, vooral in het oosten van het land, haar eigen scholen. Scholen waarop de leerlingen het overigens beduidend slechter doen en daarmee de Estse PISA-scores afzwakken.

Matig betaald vak

Wie in Estland voor de klas wil staan, op welk niveau dan ook, moet een masteropleiding hebben afgerond. Het fulltime salaris van 1.315 euro bruto per maand, maakt het docentenvak weinig aantrekkelijk. Kristi Kreutzberg (34), die wiskunde geeft op de Miina Härma-school, twijfelt soms of ze dat wel wil blijven doen. „Het is een prachtig vak, maar ik werk 60 uur per week.” Ook Estland kampt met een lerarentekort, vooral voor de bètavakken in de hogere klassen. Mannen voor de klas zijn schaars.

De vergrijzing heeft hier hevig toegeslagen. De gemiddelde leeftijd van een Estse leraar is 49 jaar. Omdat de pensioenen mager zijn, blijven veel leraren werken tot ze in de zeventig zijn. Dit verklaart deels waarom het Estse onderwijs vrij traditioneel is: klassikaal en gericht op feitenkennis. „Een andere uitleg is dat wij precies op het juiste moment bij de Finnen hebben afgekeken. In Scandinavië hebben ze daarna ‘ontdekkend leren’ ingevoerd, waarbij de wensen van het kind centraal staan”, zegt Tire, de PISA-coördinator, met een vies gezicht. „Daarvan hollen de resultaten achteruit, vooral bij jongens.”

De nadruk op traditie, discipline, structuur, eenvormigheid en hele geleidelijke veranderingen gaan gepaard met een enorm vertrouwen, zowel in de leerlingen als de leraren. Toetsen om hun niveau te bepalen zijn schaars en Kristi Kreutzberg mag helemaal zelf weten met welke boeken of methodes ze zich aan het wiskundecurriculum houdt. Ze gaf een jaar les in Engeland en werd daar gillend gek van de regels, controles en inspecties waaraan ze onderhevig was. „Telkens zat er weer iemand in mijn les om me te observeren en controleren. Hier ervaar ik ontzettend veel vrijheid en vertrouwen.”

Opsplitsen of mengen?

Wat anderen als de grote kracht van het Estse onderwijs zien, vindt Kreutzberg echter problematisch. Ze is niet blij met het eenheidsworstsysteem waarin kinderen van elk kaliber bij elkaar zitten, vertelt ze bij de gratis warme lunch in de schoolkantine. „Ik kan nauwelijks aandacht besteden aan mijn slimmere leerlingen, omdat het uiterste inspanning vraagt de zwakkeren te helpen het niveau bij te benen.”

Dat besef is de afgelopen jaren ook bij het ministerie doorgedrongen. Er wordt meer geïnvesteerd in het begeleiden en uitdagen van talenten. De belangrijkste winst, zo lijkt, is dat de groep die bij de PISA-leesvaardigheidstoets exceptioneel scoort meer dan verdubbeld is, wat het gemiddelde ophaalt.

„Elke keer na de PISA-resultaten hebben we er weer een landelijke discussie over: kinderen opsplitsen of mengen”, zegt Kreutzberg. Want is het aantoonbaar beter om alle kinderen bij elkaar te zetten, of moeten ze juist worden uitgedaagd op het niveau dat voor hen het best werkt? Daar bestaat geen consensus over. Wat dat betreft is het eigenlijk hetzelfde liedje als in Nederland.