Vleermuisgeluiden uit de stad analyseren

Foto iStock
Foto iStock

Ze hebben het er maar druk mee gehad; het analyseren van alle vleermuizengeluiden die ze het afgelopen seizoen hebben opgenomen in de stad. De ecologen van Bureau Stadsnatuur willen weten hoeveel vleermuizen er in de stad wonen en van welke soorten, en daarvoor maken ze tussen mei en oktober opnames op plekken waar vleermuizen voorkomen.

Er zijn in de stad veel plekken waar vleermuizen prima kunnen leven, zegt Niels de Zwarte, hoofd van Bureau Stadsnatuur. Ze verblijven graag rond plassen; daar zijn veel insecten en ze drinken water door al vliegend slokjes te nemen. Bloemrijk grasland levert insecten op en in de mest van grazers wonen kevers, die bijvoorbeeld de rosse vleermuis graag eet.

Rotterdams college wil natuurinclusief bouwen niet verplichten

De reden dat de stadsecologen willen weten hoeveel vleermuizen er zijn ligt op het snijvlak van de wet en de ecologie. Als het niet goed gaat met een soort, komt die op de Rode Lijst. En als er een gebouw wordt gesloopt waar deze bedreigde vleermuizen wonen moet daarvoor ontheffing worden aangevraagd – en dat duurt gerust een half jaar. „Als stad heb je er dus baat bij dat vleermuissoorten algemeen worden. Dat kan op lange termijn betekenen dat ze niet meer zo streng beschermd hoeven te blijven. Het zou toch ideaal zijn, dat je zoveel goede plekken hebt voor ze, dat er niet telkens ontheffingen nodig zijn.”

Het gaat redelijk met de Rotterdamse vleermuizen, bleek uit de analyse van de opnames. Er zijn er iets meer dan normaal, vermoedelijk omdat de winters zo zacht zijn, zegt De Zwarte. Van de twintig soorten die in Nederland leven, komen er tien in Rotterdam voor. Vooral de rosse vleermuis doet het best goed, die woont in volwassen parkbossen met genoeg oude bomen. „Die zat alleen rond landgoederen. Tien jaar geleden is de eerste kraamkolonie in Rotterdam gevonden. Dat komt omdat de bomen in de stad ouder worden. Wat nu écht het Kralingse bos mag heten, was vroeger nog het Kralingse hout.” Het gaat minder goed met de laatvlieger – een wat fantasieloze naam voor het diertje dat pas een uur na zonsondergang uitvliegt voor de nacht. Er is minder voedsel, omdat veel koeien het hele jaar door binnen staan, en er daardoor minder kevers boven de weilanden voorkomen, denken de ecologen. „En het komt door de bebouwing. Er wordt strakker gemetseld, waardoor de open stootvoegen voor ventilatie te smal zijn – terwijl ze aan anderhalve centimeter genoeg hebben om een spouwmuur in te kruipen.”

De Zwarte was recent op de Bat Berlin Meeting, een driedaagse internationale conferentie over vleermuizen. Het zijn volgens hem voor wetenschappers interessante dieren. „Ze worden bijvoorbeeld verhoudingsgewijs heel oud: tot wel 40 jaar. Dat is bizar, als je kijkt hoe klein ze zijn.” Er is een verband tussen omvang en leeftijd bij de meeste zoogdieren, legt hij uit, grofweg hoe groter hoe ouder. „De vleermuis zit er heel gek bij in de grafiek. Hij heeft ook de mogelijkheid dna-schade te repareren en ze gebruiken bruin vet om warm te blijven – er is nog zoveel te leren van vleermuizen!”

Er zijn er ook veel van: één op de vijf zoogdiersoorten (in totaal 5.500) is een vleermuis: er zijn 1.400 soorten vleermuizen. „En niet iedereen realiseert zich dat, maar de vleermuis is het enige zoogdier dat vliegt.”