Opinie

Verrader, spion, gifmengster

Michel Krielaars

In het gebouw van de Moskouse boekhandel Biblio-Globus, om de hoek bij het hoofdkwartier van geheime dienst FSB, passen alle boekhandels van Amsterdam en Rotterdam. De drie enorme verdiepingen vol fictie en non-fictie vertegenwoordigen de menselijke beschaving in vele varianten. Slechts een enkele klant rekent bij de kassa één boek af. De meesten komen er met drie of vier aanzetten, wat ze ondanks de economische crisis gemakkelijk kunnen betalen, want een boek kost in Rusland gemiddeld zeven euro en Moskovieten zijn nu eenmaal grote lezers.

De Stalin-kalender voor 2020, die in vier verschillende uitgaven verkrijgbaar is, doet het vooral goed bij de oudere generatie. Voor elke maand van het jaar waarin Rusland de 75ste verjaardag van de overwinning op de Duitsers viert is er een ander portret van de grote leider. Kritiek op Stalin wordt niet geduld. De vijftien miljoen dodelijke slachtoffers van zijn terreur lijken vergeten, wat je ook kunt zeggen over zijn vele strategische blunders in de oorlogsvoering tegen de Duitsers. Wel verschijnen er veel fotobiografieën die zijn genie bevestigen. Alsof Stalin en zijn Sovjet-Unie opnieuw de kern bepalen van de Russische nationale identiteit.

Maar Rusland zou Rusland niet zijn als er in Biblio-Globus niet ook tal van boeken worden verkocht die Stalins wreedheid juist benadrukken. Daarom ga ik op de tweede verdieping op zoek naar het werk van schrijfster Dina Roebina. Ik hoef er weinig moeite voor te doen, want al haar romans staan op twee planken uitgestald. Oek de Jong, A.F.Th. van der Heijden en Tommy Wieringa kunnen er jaloers op zijn.

Roebina (Tasjkent, 1953) is een van Ruslands meest geliefde schrijvers, ook al emigreerde ze in 1990 naar Israël. Ze schrijft nog altijd in haar eigen taal en elk nieuw boek van haar hand is een bestseller. Ik ben in haar ban geraakt omdat uitgeverij Pegasus haar novelle Ljoebka in een tweetalige uitgave heeft gepubliceerd. Het verhaal speelt zich af in 1953 tijdens de zogenoemde Dokterszaak, een door Stalin gefingeerd complot van Joodse artsen die in opdracht van de CIA de leiders van de Sovjet-Unie zouden willen vergiftigen. Het was het begin van een antisemitische campagne waarbij in het hele land Joodse artsen werden ontslagen en vervolgd. Slechts de dood van Stalin, in maart 1953, maakte er een einde aan. Maar toen was er al veel kwaad geschied.

Hoofdpersoon in Ljoebka is Irina Michajlovna, een ongetrouwde moeder die als keuringsarts in een fabriek in Sovjet-republiek Oezbekistan werkt. Ze komt uit een Moskous artsengezin, maar sinds haar vader in de goelag is verdwenen en haar moeder als neuroloog is ontslagen, zoekt ze haar toevlucht in die uithoek, om maar niet op te vallen.

Als de Pravda een artikel publiceert over het artsencomplot, wordt Irina meteen vanwege haar Joodse komaf door collega’s en patiënten verguisd. Ze is een verrader, een spion, een gifmengster. Zelfs haar baas, die beter weet, laat haar vallen en moet haar ‘helaas’ ontslaan. Alleen Ljoebka, een rauwe fabrieksarbeidster en dievegge die op haar dochtertje past, blijft haar trouw. Ook omdat zij zelf uit een familie van door Stalin vervolgde boeren komt en zich niet mee laat slepen door de hysterie en bange volgzaamheid van de anderen.

In veertig bladzijden weet Roebina zo een heel tijdperk van ellende te verwoorden. Op lichte toon en met humor, want ook dat is een eigenschap van veel Russen.