Recensie

Recensie Theater

‘Schaapjes op het droge’ is van alles een beetje

Theater Iets over moeders en dochters, over vriendschap en over kunstenaar zijn en geld verdienen: in ‘Schaapjes op het droge’ wil Wunderbaum van alles en wordt het bijna niets.

Wine Dierickx en Maartje Remmers spelen met pruik op in ‘Schaapjes op het droge’’ van Wunderbaum.
Wine Dierickx en Maartje Remmers spelen met pruik op in ‘Schaapjes op het droge’’ van Wunderbaum. Foto FRED DEBROCK

Schaapjes op het droge door Wunderbaum is zo’n voorstelling waarbij je halverwege het gevoel hebt dat het een gigantisch misbaksel wordt. Hij kabbelt maar voort en een samenhangend idee of persoon wil niet zichtbaar worden. Maartje Remmers en Wine Dierickx babbelen over vriendschap, moederschap, dochterschap, sociale ongelijkheid, seks, armoede, idealen. Allemaal aanzetjes, van alles een beetje. Het persoonlijke klinkt algemeen geformuleerd en het algemene is een cliché. Ze spelen zichzelf en beiden zijn Resi, de hoofdpersoon uit de roman van Anke Stelling waar de voorstelling op gebaseerd is.

Pas als Dierickx hard uithaalt naar haar collega ontstaat er drama en spanning. In een lange tirade geeft ze af op hun uiteenvallend collectief, Wunderbaum, en op Remmers die niet zo’n goede vriendin is als ze veinst te zijn. In deze emotionele monoloog is weer het talent te zien van de Dierickx die drie jaar geleden met een fantastische solo de Theo d’Or won.

Imposant, woest spel

De uitbarsting geeft ook de volgende scènes een lading. Het boek spelen ze vanwege de parallellen met hun eigen leven, en in dat boek heeft ook Resi ruzie met een goede vriendin, die haar en haar man en vier kinderen uit hun huis zet. Ze zijn allemaal – de actrices en Resi – arme kunstenaars, die leven met de tegenstelling tussen hoge cultuur versus lage komaf. Oftewel: kunst maken, maar je geen fatsoenlijk huis kunnen veroorloven. Wanhoop en woede over de onrechtvaardigheid vermengen zich.

Echt schuren gaan hun problemen niet, want het conflict ebt weg, maar het imposante, woeste spel op de cello en de oerkreten door hun begeleidend en meespelend muzikant Harald Austbø vallen hierbij wel op hun plek. En het is mooi hoe Dierickx zich tussen hem en de cello wurmt terwijl hij speelt.

Zo komt Wunderbaum alsnog tot een handvol memorabele scènes. Is dat genoeg om naar het theater te gaan? Ik vraag het me af.