Rotterdammers minder tevreden

Wijkprofielen Hoewel de objectieve cijfers voor de stad beter zijn, zijn Rotterdammers minder tevreden over hoe ze leven in de stad en hun wijk.

Vrijwilligers van Creatief Beheer onderhouden een plantsoen op het Jalonplein in Rotterdam, om het „groen en kindvriendelijk” te maken.
Vrijwilligers van Creatief Beheer onderhouden een plantsoen op het Jalonplein in Rotterdam, om het „groen en kindvriendelijk” te maken. Foto Paulien van de Loo

„Overdag zie je hier niemand meer lopen.” Bewoner Melitia Atminah wijst naar het verlaten plein voor het wijkgebouw De Dam in de wijk Feijenoord (75.531 inwoners). „Daar verderop wonen mensen met alcohol- en drugsproblemen en aan de andere kant mensen met geestelijke problemen, dat zorgt voor een onveilig gevoel.” Tegelijkertijd neemt de eenzaamheid toe in de wijk, zegt Atminah. „Dat komt omdat hier niets te doen is. Er worden geen activiteiten meer georganiseerd. De wijk ligt stil.”

Inwoners van de wijken Feijenoord en Bloemhof (beide onderdeel van het gebied Feijenoord) zijn het meest ontevreden over hun leven. Slechts 64 procent zegt content te zijn met de gezondheid, activiteiten buitenshuis en contacten met vrienden en familie. Dat percentage is een stuk lager dan het gemiddelde in Rotterdam (79 procent). Maar het is ook fors lager dan de vorige meting. Twee jaar geleden was nog 74 procent van de inwoners van Feijenoord tevreden. In Bloemhof was dat 72 procent.

Dat blijkt uit het recent gepubliceerde Wijkprofiel Rotterdram 2020. Het onderzoeksbureau van de gemeente stelt sinds 2014 iedere twee jaar een zogeheten wijkprofiel op. De gemeente noemt het ‘de thermometer voor de stad’. In het profiel is te vinden hoe het staat met de sociale en fysieke kenmerken en de veiligheid in de 71 Rotterdamse wijken. Het profiel maakt onderscheid tussen objectieve factoren (zoals de criminaliteitscijfers en het aantal inwoners met een uitkering) en hoe de bewoners de wijk ervaren. In totaal 30.000 Rotterdammers vulden een enquête in.

Rotterdam Opzoomert nu al 25 jaar

Opvallend is dat niet alleen de inwoners van Feijenoord vinden dat hun wijk minder sociaal is geworden. Het probleem is groter; in heel Rotterdam daalde de subjectieve, sociale score. Zo zijn minder mensen tevreden over de manier waarop ze meedoen in de Rotterdamse samenleving en zeggen iets meer Rotterdammers last te hebben van discriminatie (19 procent, was 18 procent). Slechts 27 procent van de Rotterdammers zegt daarnaast in een buurt te wonen waar veel gezellig contact is met buren. Twee jaar eerder was dat nog 30 procent. „Een deel van de Rotterdammers ervaart gevoelens van vervreemding en anonimiteit”, constateert het college.

Cijfers zijn juist beter

Een opvallend gegeven, want als je kijkt naar de objectieve cijfers gaat het juist beter. Meer mensen zijn aan het werk en de zelfredzaamheid neemt toe. „Waarom geven mensen het signaal met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht”, vraagt het stadsbestuur zich af in een brief aan de raad. Die noemt de ontwikkeling „reden tot zorg”.

Wat de reden is voor de achteruitgang, blijkt niet uit het onderzoek. Wethouder Barbara Kathmann (wijken, PvdA) gaat de komende periode met gebiedscommissies, wijkraden en -comités in gesprek over mogelijke oorzaken. Daarnaast gaat de Erasmus Universiteit samen met het gemeentelijke onderzoeksbureau vervolgonderzoek doen naar deze vraag.

Hoe zit dat in de wijk Feijenoord? „In deze wijk spelen veel problemen met werkloosheid, taal, schulden en psychische problemen”, zegt projectleider Anton van den Beukel van Humanitas, de welzijnsorganisatie die actief is in de wijk. Bewoners hebben veel problemen en nauwelijks veerkracht om daaruit te komen. „Bewoners zien weinig perspectief en berusten in de situatie.” De ligging helpt ook niet mee; „Het is een eiland, met slecht openbaar vervoer en nauwelijks sport- en cultuurvoorzieningen. Een vergeten stuk Rotterdam. Daar moet wat aan worden gedaan.”

Humanitas is sinds 2018 actief in de wijk, juist de periode dat de verslechtering optrad. De welzijnsorganisatie vindt, anders dan haar voorgangers, dat bewoners zelf verantwoordelijk zijn voor het organiseren van activiteiten en evenementen. „Daar ondersteunen wij de bewoners bij.” Wijkregisseur Jurgen Elias: „Maar we zien wel dat het in deze wijk heel lastig is om iets van de grond te krijgen.” Voor kinderen is de welzijnsorganisatie onlangs begonnen met een sport- en cultuurclub, met inmiddels 250 deelnemers. „Via de kinderen hopen we ook de ouders te motiveren”, zegt Van den Beukel. „Bij de volgende meting hopen we daar het resultaat van te zien.”

De stad is vies, en de bewoners klagen

Bewoner Atminah vindt echter dat er veel te weinig te doen is in het buurthuis. En ook wijkraadslid George Verhaegen wijst naar het welzijnswerk als mogelijke oorzaak voor de daling. „Ik vind dat Humanitas het niet goed doet. De vorige was al niet best, maar nu gebeurt er nog minder in de wijk.” Tegelijkertijd laakt Verhaegen ook de passieve houding van inwoners. „Het besef dat mensen zelf iets kunnen doen om de kwaliteit van hun leven te verbeteren, ontbreekt.” Hij ziet nog meer problemen, zoals de grote kloof tussen de verschillende bevolkingsgroepen. En de sloop in de naastgelegen Tweebosbuurt maakt mensen onzeker over hun eigen woonsituatie.

De monitor signaleert overigens nog een forse achteruitgang in deze wijk op Zuid; 32 procent van de bewoners voelde zich afgelopen jaar gediscrimineerd in de eigen buurt, twee jaar geleden was dat nog 23 procent.

Hoewel Feijenoord en Bloemhof het slechtst scoren, is de achteruitgang op de sociale index het grootst in de buitengebieden. Vooral Pernis en Hoek van Holland, maar ook Hoogvliet en Rozenburg scoorden twee jaar geleden nog hoog op de sociale ladder.

Troep op straat

Pernis zag de grootste dip. „Door de vergrijzing is het steeds lastiger om vrijwilligers te vinden”, zegt gebiedscommissielid Brian Frowijn. „Alle partijen vissen uit dezelfde vijver.”In de buitengebieden blijft het aantal voorzieningen achter, constateert wethouder Kathmann. Om de achteruitgang te stoppen wil zij samen met bewoners kijken waar behoefte aan is. „Dit kan van alles zijn, van biljartclubs tot een buurthuis of een speelplaats voor kinderen”, zegt een woordvoerder. In de laag scorende stadswijken moeten stadsmariniers, wijkagenten en -managers zichtbaar en benaderbaar zijn.

Ook op andere gebieden ervaren Rotterdammers verslechtering: meer huishoudens klagen over rommel op straat, en meer inwoners balen van agressief verkeersgedrag en automobilisten die op de stoep parkeren. Daarnaast levert drugs meer overlast op. Een stijgend aantal Rotterdammers zegt last te hebben van drugsoverlast in hun buurt, geslenter van drugsverslaafden door hun buurt en de handel van drugs.