Recensie

Recensie

De Nissan Juke: reutelend plankgas in deze brave clown

Autotest Waarom manifesteert de brave en degelijke Nissan Juke zich zo grotesk, vraagt Bas van Putten zich af.

De Nissan Juke.
De Nissan Juke. Foto Merlijn Doomernik

Buren: „Heb je die malle Toyota nu alweer?” Nee, mensen, dit suv’tje is van Nissan. Maar de Toyota C-HR was wel de trigger voor de nieuwe Nissan Juke. De vorige Juke zette de trend van knotsgekke cross-overtjes voor jeugdig ingestelde oude mensen, die hun pensioenvertier met hun afstotelijke tegelwijsheidplatitudes naar ik vrees als ‘lekker gek’ betitelen. Toyota imiteerde hem zo succesvol dat Nissan nu de Juke maar heeft herschapen naar het plagiaat. Na één glas wijn zie je geen verschil meer. En vanaf dan, wanneer de alcohol het gruwelraadsel nog vergroot, wil je alleen maar zuipen tot de dood.

Weer een autootje dat zonder enige concessie aan zijn bruikbaarheid tien procent lager, honderd kilo lichter en twintig procent zuiniger had kunnen uitvallen. Voor tien mille minder heb je van hetzelfde merk een prima Micra met grofweg dezelfde motor. Zwijg, gezond verstand, men leeft maar één keer.

Anderzijds is hij betaalbaar en met een verbruik van 1 op 15 valt te leven. Kwajongensachtig ís hij gebleven met zijn stompe neus, koket gefronste led-wenkbrauwen en als krentenogen in een broodpaashaas geperste ronde koplampen met windmolengrafiek. Er zit een oranje lichtring om de schakelpook, de deurpanelen hebben oranje decoratielichtlijnen. De Toyota rijdt beter, maar het scheelt niet de wereld. De Juke haalt ook de Keukenhof en de klaverjasvereniging. Een volle boodschappentas glijdt soepel tussen voorstoelen en achterbank, en in de kofferbak past op de uitneembare bodem boven de ruime extra spullencatacombe één rollator. Het leven kan zo voorbij zijn.

De Juke is een spion. „Dit voertuig biedt geconnecteerde diensten aan waarbij uw persoonlijke gegevens worden verwerkt, zoals ritinformatie en het voertuigidentificatienummer”, disclaimt het fors geschapen infotainmentscherm na het starten met de startknop op de middentunnel. Ik heb de indruk dat die knop te elfder ure de gebruikelijke sleutel in de stuurkolom verving. Daar zie je nog heel knullig het plateau voor een gewoon contactslot zitten. Wat moet de doelgroep daar wel niet van denken? He-le-maal niets, lezers. Die is dik tevreden. Juke-fossiel tegen zijn meissie, kortpittig, 78: „Schat, we hebben geconnecteerde diensten, nog persoonlijk ook.” Gaan ze al die hightech ook gebruiken? Bij een Nissan-dealer zag ik een verkoper een gevorderd echtpaar alle multimediafaciliteiten van hun nieuwe liefdeskind uitleggen. Ze kirden van opwinding, maar je hoorde dat ze er geen donder van begrepen. Daar denk ik aan, wanneer dat Juke-scherm uitlegt hoe het mijn rijgedrag bekoekeloert. Wat ziet het boze oog van de geconnecteerde dienstverlening? Dat verveelt zich kapot. Niks te beleven met die ritgegevens, elke dag dezelfde Lidl-treurnis in een jichtig andante. Nissans spionagechef ligt binnen een dag in coma.

Moeilijk op gang

Voor een suv rijdt de Juke bovengemiddeld goed, al meen ik dat de vering voor verkalkte bottenstelsels iets te stevig uitviel. Zijn achilleshiel is zijn initiële onwilligheid. Niet dat hij langzaam is; hij heeft moeite op gang te komen. De pest met die kleine driecilindermotoren, vooral in grotere auto’s, is wat Duitsers onvertaalbaar Anfahrschwäche noemen. Je moet ze altijd iets te stevig op hun staart trappen om een dood punt te overwinnen. Van een seniorenrijstijl gaan ze reutelen. Bij Nissan hebben ze gedacht: 117 pk is zat, die lui zijn toch al dood. Maar nu moet de grijze golf dus planken om van dat gerochel af te zijn. Ik adviseer bestuurders hun hoortoestellen thuis te laten. Het diarree-achtige geluid van die gedownsizede ecodriecilinders, groen als spinazie à la crème, is wat Buckler ooit voor de drankzucht was.

Anderzijds is de Juke op toeren best te hebben. Op de snelweg gaat hij ver boven zijn stand op rolletjes. Het eenlitertje kruist vrij geruisloos 140, met twee vingers in de neus. Of het dat over 200.000 kilometer nog doet weet geen mens, maar voor zolang het duurt, blijft het overrompelend hoe soeverein de miniatuurtechniek een 1.250 kilo zware suv op gang houdt. Van zijn exorbitante uiterlijk voel je aan het stuur overigens weinig. Spannend wordt het nooit in een Juke, wat andermaal de vraag oproept waarom zo’n brave, degelijke auto zich zo grotesk manifesteert.

De boodschappen dan maar. Achter het raam van de AH fluistert een werkstudent; daar gaat weer zo’n ouwe lul in zo’n clowneske Nissan. Want in het gestage verouderingsproces dat de cross-overwaanzin aanricht, ga ik natuurlijk steeds meer op mijn onderwerpen lijken. Het boemerangeffect van de verbittering. Maar: prima auto verder.