De topadvocaat die besloot chef-kok te worden

Op een dag besluit strafrechtadvocaat Olivia Potts ontslag te nemen en een nieuwe carrière als chefkok te beginnen. Haar memoir Een halfbakken idee gaat over patisserie, liefde en het verwerken van haar moeders dood

1. Chris Cander: Het gewicht van een piano


De Amerikaanse schrijfster Chris Cander schreef met Het gewicht van een piano een romantisch verhaal dat zich op twee verschillende plaatsen afspeelt in twee verschillende tijden; in Leningrad in 1962 en Californië in 2012. In de hoofdrol een piano, een zeldzame Blüthner met 88 toetsen waarin de Russische Katja Zeldin haar ziel en zaligheid legt en waarmee de Amerikaanse Clara Lundy door haar vader verbonden is – voor haar is het een sta-in-de-weg maar afstand ervan doen kan zij niet. Katja moet vluchten met man en kind naar de VS omdat de KGB het Joodse gezin op de hielen zit. Aan een ‘vriend’ wordt gevraagd de piano met zijn balletgezelschap mee te laten reizen naar Amerika. Lukt dat of bleef de piano achter in Rusland bij de balletdanser die er drugs in smokkelde? De werelden, de romances, van de twee vrouwen zijn verschillend maar vertonen een belangrijke overeenkomst; steeds zijn zij het die een man versieren en lijkt de piano belangrijker dan de man. Al doen de verhaallijnen enigszins gekunsteld aan, de spanning blijft erin – zeker wanneer de fotograaf Gregg uit New York een fotoreportage wil maken van een echte Blüthner.

Chris Cander: Het gewicht van een piano. Oorspr. titel: The Weight of a Piano. Vertaling Iris Bol en Marcel Rouwé. Ambo/Anthos, 382 blz. € 21,99.

2. Olivia Potts: Een halfbakken idee


Voordat de Engelse schrijfster Olivia Potts chef-kok werd, werkte zij vijf jaar in Londen als strafrechtadvocaat. Haar eerste boek Een halfbakken idee begint met de weerslag van het stressvolle leven van een stagiair bij een advocatenkantoor en hoe deze een jaar lang door een ‘pupillenmeester’ wordt uitgebuit. Interessant zijn daarbij de beschrijvingen van de mores in de centrale rechtbank, de ‘Old Bailey’, in Londen en de modernere Crown Courts verspreid over het land. In dat stagejaar overlijdt haar moeder en ontmoet zij Sam (25) die mede aantrekkelijk is omdat hij kan koken. Potts stopt bij het advocatenkantoor waar zij net een vaste aanstelling kreeg en schrijft zich in voor een cursus patisserie (niet om de taartjes maar om de strenge nauwkeurigheid van de banketbakkerij) aan de beroemde culinaire opleiding Le Cordon Blue. Haar schrijfstijl verandert meteen van zure azijn in vloeibare marmelade; tevens leert zij tijd en geduld te betrachten: pas na vijfhonderd macarons zul je tevreden zijn.

Door alle baksels stroomt het verdriet om haar moeder. Zij zoekt naar houvast maar komt tot de conclusie dat ‘het enige wat universeel is aan rouw is dat het een volslagen chaos is’ al beschrijft zij ook de pragmatische aanpak van de Amerikaanse deskundige William Worden. Het boek begint met haar moeders recept van een Shepherd’s pie en eindigt met haar eigen bruidstaart met daarop in peperkoek hun leven tot dan toe. Zelfs na negen maanden suiker blazen en millimeters afmeten vindt zij ‘het toekijken terwijl mensen opeten wat jij hebt gemaakt, het leukste wat er is’.

Olivia Potts: Een halfbakken idee. Oorspr. titel: A Halfbaked Idea. Vertaling Miebeth van Horn. Nijgh & Van Ditmar, 302 blz. € 20,00

3. Giuseppe Belli: Een monument voor het gewone volk


De Italiaanse dichter Giuseppe Belli (1791- 1863) schreef 2279 sonnetten in het Romanesco, de taal van het volk in Rome. De sonnetten beschrijven alle aspecten van het leven in Rome dat in de negentiende eeuw de stad was van de zes p’s: papa, preti, principi, puttane, pulce e poveri (paus, priesters, prinsen, hoeren, luizen en de armen). Jurist Arthur Hartkamp koos voor Een monument voor het gewone volk 250 sonnetten en vertaalde die op rijm en besloot naar eigen inzicht maar niet in overdaad, de taal eenvoudig te houden en waar nodig ‘platte of volkse termen te gebruiken’. Het resultaat is een verzameling luchtige sonnetten over de paus, ‘vriendinnenpraat’ of lezen als een vrijbrief voor de priester er een vriendin op na te houden.

Giuseppe Belli: Een monument voor het gewone volk. Sonnetten uit het negentiende-eeuwse Rome. Oorspr. titel: Sonnetti Romaneschi. Vert. en toelichting Arthur Hartkamp. Athenaeum, 268 blz. € 20,00

4. Marc Roger: De lessen van meneer Picquier


De Franse schrijver Marc Roger is voorlezer van beroep. In zijn roman De lessen van meneer Picquier vertelt verzorger Grégoire hoe hij gestrikt wordt door de Oude Boekverkoper Picquier die met zijn drieduizend boeken op een kamer in verzorgingshuis Les Bleuets zit en door zijn Parkinson niet meer zelf kan lezen. Wat begint met een intensief voorleesuurtje á deux – hij krijgt zeer strenge aanwijzingen hoe te lezen, adem te halen en zijn gehoor voor zich te winnen – eindigt met voorleessessies voor iedereen van het huis. Hilarisch is het stiekem voorlezen van erotische literatuur door het buizenstelsel van het huis waarbij de bewoners allemaal aan de wc-pot gekluisterd zitten om de verhalen van Grégoire ’s avonds laat te horen. Een enkele keer doet het verhaal denken aan het ‘Geheime dagboek van Hendrik Groen’ (het onbegrip van de directrice), dan weer aan de Franse film Intouchables (de liefdevolle verhouding tussen Picquier en Grégoire).

Marc Roger: De lessen van meneer Picquier. Oorspr. titel: Grégoire et le vieux libraire. Vertaling Marga Blankestijn. Bruna, 205 blz. € 17,99

5. Aldo Houterman: Wij zijn ons lichaam


In Wij zijn ons lichaam weerlegt docent filosofie aan de UvA, Aldo Houterman, de stelling van Dick Swaab dat de mens niet meer is dan zijn brein. In vijftien essays legt hij met voorbeelden uit de sport, psychologie, filosofie en de kunsten uit dat ons lichaam de basis vormt van ons doen en laten. Of het nu gaat over zijn driejarige dochter op haar loopfiets, kapitein Achab uit Moby Dick of Tom Dumoulin in de Giro d’Italia, we worden volgens Houterman, niet geleid door ons denken maar door ons lichaam. Verwacht geen coach-gesprekken vanaf de bank maar wel een dieper inzicht in wat sport en beweging ons vertellen over menselijk gedrag. Op het voetbalveld bewegen we met andere spelers mee, we rennen voor ons zelf lange afstanden om ons hoofd leeg te maken en de tennisser raakt de bal door de inzet van zijn lichaam want met alleen nadenken bereikt hij nooit de top.

Aldo Houterman: Wij zijn ons lichaam. Wat sport en beweging ons vertellen over menselijk gedrag. Ambo/anthos, 255 blz. € 21,99

6. Peter Rietbergen: De kleine Karel de Grote


Om de mythische proporties rondom Karel de Grote (waarschijnlijk 742 of later - 814) als grondlegger van Europa te temperen, schreef historicus Peter Rietbergen het boekje De kleine Karel de Grote. Daarin vertelt hij ‘zo waarheidsgetrouw mogelijk’ over de invloed van de middeleeuwse vorst die zich in 800 door de paus tot keizer liet kronen en zo over bijna heel West- en Centraal-Europa heerste. Het boekje kreeg nog wel de ondertitel Wegbereider van ‘Europa’ mee maar Rietbergen vraagt zich of het bijvoorbeeld gerechtvaardigd is een prijs naar hem te vernoemen (Karlspreis) voor mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor een meer verenigd Europa.

Peter Rietbergen: De kleine Karel de Grote. Atlas Contact, 110 blz. € 11,99