Landbouw

Stikstofoverschot steeg in 2018 door ‘extreem droge zomer’

Het stikstofoverschot in de Nederlandse landbouw is in 2018 met ongeveer 8 procent toegenomen, vergeleken met het jaar ervoor. Hoewel de veestapel dat jaar kromp, steeg de hoeveelheid stikstof die in de bodem belandde. Dat blijkt woensdag uit cijfers van het CBS. Het statistiekbureau wijst de droge zomer aan als belangrijkste oorzaak. Het overschot van stikstof in de landbouw over heel 2018 kwam uit op 330 miljoen kilo, ongeveer 24 miljoen kilo meer dan een jaar eerder. De twee belangrijkste bronnen daarvan zijn veevoer en kunstmest.

Door het bijzonder warme weer vielen veel oogsten tegen, legt landbouw- en milieuonderzoeker Cor Pierik van het CBS uit. „Door de extreem droge en lange zomer van 2018 groeiden er minder gewassen en grassen die stikstof opnemen. Dat heeft een negatief effect, omdat deze stikstof voornamelijk in de bodem terecht is gekomen”, zegt Pierik tegen NRC.

Ondertussen daalde het verlies van stikstof naar de lucht juist met 5 procent. Pierik: „Dat is een positieve ontwikkeling omdat vooral stikstof uit de lucht neerslaat op natuurgebieden en landbouwgrond.” De zogenoemde Natura 2000-gebieden kampen al jaren met overschot aan stikstof, wat schadelijk is voor de natuur.

Vanwege de hitte werd ook meer stikstofrijk veevoer gebruikt. Doordat er minder planten groeiden, gebruikten veehouders aanzienlijk meer ruwvoer, zoals hooi, kuilgras en maïs, die stikstof bevatten. Pierik: „Zij moesten voorraden aanspreken die ze anders nooit hadden gebruikt. Hierdoor is er 27 miljoen kilo stikstof meer uit de voorraad van balen en kuilen gehaald dan erin is opgeslagen.”

De CBS-cijfers komen op een gevoelig moment. Dinsdag lekte uit dat minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) een half miljard euro uittrekt voor het aanpakken van de stikstofuitstoot in de landbouw. Daarbij is er veel discussie over het inkrimpen van de veestapel. (NRC)