Opinie

Laat leefbaarheid een prioriteit zijn voor alle overheidslagen

Zwakke wijken

Commentaar

Als er niet snel iets verandert, dan denk ik dat er getto’s in Nederland ontstaan.” De waarschuwing van de directeur van de Tilburgse woningcorporatie Tiwos eerder deze week in NRC kan helaas niet als een verrassing komen.

Twee jaar geleden al waarschuwde corporatiekoepel Aedes, die ook nu liet onderzoeken hoe het staat met de leefbaarheid in wijken met veel corporatiewoningen, dat zwakke buurten zwakker worden. Onderwijl gaat het met betere buurten alleen maar beter. Sociale segregatie is in Nederland bijna een feit.

Ook dat kan geen verrassing zijn. Woningcorporaties mogen sinds 2011 maar een klein percentage woningen toewijzen aan middeninkomens en richten zich op de allerarmsten. Tegelijkertijd is de woningvoorraad in de sociale sector geslonken door sloop en verkoop. In buurten met veel sociale huurwoningen neemt daardoor het aantal kwetsbare bewoners toe: werklozen, verslaafden, statushouders, mensen met geestelijke problemen. Waardoor overlast en een gevoel van onveiligheid ook toenemen.

NRC schreef eerder dit jaar hoe in de Rotterdamse wijk Bospolder/Tussendijken 80 procent van de tijd van de woningbouwcorporatie opgaat aan het begeleiden van huurders die regelmatig ‘verward gedrag’ vertonen. Elke week woedt er wel een brand. Geen wonder dat wie kan, verhuist.

In de wijk Immerloo in Arnhem tekende NRC, na de nieuwjaarsbrand waarbij een vader en zoon omkwamen, op hoe de buurtbewoners de huismeester misten. Hij sprak hen aan op achtergelaten afval, maakte schoon en was in voor een praatje. Maar hij is wegbezuinigd, net als in veel wijken het buurthuis of de dagbesteding zijn verdwenen. Terwijl in kwetsbare wijken samenredzaamheid voor veel kan behoeden.

Het ging rond het vorige decennium beter. Balkenende IV gaf door de benoeming van één minister voor Wonen, Wijken en Integratie signaal serieus werk te willen maken van dreigende verpaupering. De veertig slechtste wijken – optimistisch of eufemistisch ‘krachtwijken’ genoemd – kregen tussen 2007 en 2012 overheidsgeld om de leefbaarheid te vergroten. Dat geld ging niet alleen naar steen, maar ook naar speelvelden, naar extra wijkagenten en taalcursussen.

Bekijk ook de fotoserie over tien jaar Vogelaarwijken

Of de aanpak van deze Vogelaarwijken, genoemd naar minister Ella Vogelaar, succes had is niet eenduidig. Het Sociaal en Cultureel Planbureau concludeerde in 2013 dat er geen onderscheidend gunstig effect was op sociale stijging, leefbaarheid en de veiligheid ten opzichte van andere wijken. Wel was de concentratie van mensen met lage inkomens minder geworden, hun gezondheid was er iets op vooruit gegaan en bewoners ervoeren minder verloedering.

Aan de wijkgerichte investeringen kwam in 2012 een eind. Dat is kortetermijndenken geweest. Uit het onderzoek blijkt nu dat de Vogelaarwijken in „een negatieve spiraal” zijn geraakt. Een oplossing, zegt Aedes, is het vergroten van de bewegingsruimte van woningcorporaties. Door bewoners met middeninkomens in een zwakke wijk te huisvesten. Juist zij zorgen voor verscheidenheid, waardoor verdere segregatie tegengehouden kan worden.

Zwakke wijken hebben vooral permanente aandacht nodig. Een tweedeling tussen buurten met sociale huurwoningen en overige buurten leidt, zo signaleert Aedes terecht, tot méér dan een sociaaleconomische kloof. Nederland heeft nog geen getto’s, maar laat leefbaarheid voor alle overheidslagen een prioriteit zijn.