Koerden willen alsnog buitenlandse IS'ers berechten

Syrië Na getreuzel van buitenlandse regeringen hebben de Koerden besloten dan toch maar zelf gevangen buitenlandse IS'ers te berechten.

Een vrouwelijke gedetineerde met kind in het Al-Holkamp in het Koerdische Noordoosten van Syrië.
Een vrouwelijke gedetineerde met kind in het Al-Holkamp in het Koerdische Noordoosten van Syrië. Foto Deli Souleiman/AFP

De Koerden in Noordoost-Syrië willen alsnog buitenlandse IS-strijders die daar gevangen zitten zelf gaan vervolgen. Dat heeft Abdulkarim Omar, verantwoordelijk voor de buitenlandse betrekkingen van het Autonome Bestuur voor Noordoost-Syrië, donderdag bekendgemaakt. Dit kan ook gevolgen hebben voor 55 uit Nederland afkomstige IS'ers die daar gevangen zitten.

Tot dusver hebben de Syrische Koerden zich beperkt tot het berechten van Syrische en Iraakse IS’ers. Voor het berechten van de buitenlanders hadden de Koerden naar eigen zeggen noch het mandaat noch de middelen. Zij drongen er daarom op aan dat landen hun onderdanen zouden repatriëren of dat zij voor een internationaal tribunaal zouden worden berecht.

Lees ook:Deze IS-vrouwen willen terug

Volgens het Rojava Information Center, een lokaal medium met goede bronnen bij het Koerdisch zelfbestuur in Syrië, ligt „het uitblijven van een internationale actie” met betrekking tot de meer dan duizend buitenlandse IS’ers in Koerdische gevangenschap aan de basis van de plotselinge ommekeer.

„Aangezien verzoeken om repatriëring of een internationaal mechanisme onbeantwoord zijn gebleven, zal het Autonome Bestuur voor Noordoost-Syrië de internationale IS-strijders binnen zijn eigen rechtssysteem berechten. Gehoopt wordt op medewerking van regeringen en internationale experts”, aldus het Rojava Information Center.

Geen doodstraf

Buitenlandse IS’ers die veroordeeld zouden worden, zouden vervolgens ook hun straf in het Koerdische noordoosten moeten uitzitten. Wat er daarna met hen gebeurt is nog niet duidelijk. Gevangenisstraffen kunnen uiteenlopen van een jaar voor eenvoudig werk voor IS op lager niveau tot levenslang voor misdaden tegen de menselijkheid. Anders dan in Irak of het Syrië van president Assad hanteren de Syrische Koerden niet de doodstraf voor IS’ers.

Lees ook:Een huiskamerrechtbank voor IS'ers

De beslissing werd bekendgemaakt in de marge van een bilaterale ontmoeting met vertegenwoordigers van de Finse regering. Fener al-Kait, de nummer twee van het departement buitenlandse betrekkingen, zei daarover in een mededeling: „Wij hebben onze intenties om een speciale rechtbank voor IS op te richten gedeeld met de Finse regering, en we hebben haar hulp gevraagd voor de juridische en technische aspecten.”

Er bestaat al een VN-organisatie, Unitad, die onderzoek doet naar IS-misdaden voor rekening van buitenlandse rechtbanken. Dat mandaat is vooralsnog beperkt tot Irak, waarmee de VN een akkoord heeft afgesloten. Een dergelijk akkoord met het door niemand erkende autonome zelfbestuur in Noordoost-Syrië ligt moeilijk.

Finse test case

Het was ook Finland dat de eerste test-case leverde voor samenwerking met Unitad. Een Iraakse tweeling die eerder was vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs belandde vorig jaar opnieuw voor de rechtbank op basis van bewijs dat door Unitad in Irak boven water was gehaald. Mogelijk hebben de Syrische Koerden daardoor eerst op Finland ingezet.

De Syrische Koerden hebben sinds de val van het kalifaat de verantwoordelijkheid over meer dan 70.000 mensen die een band hebben met IS. Onder hen bevinden zich veel kinderen. Zo’n duizend zijn mannelijke buitenlandse strijders, aangevuld met zo’n 4.000 buitenlandse vrouwen die naar het kalifaat zijn afgereisd. Volgens het laatste bericht van de AIVD zaten er 55 Nederlandse jihadisten in de Koerdische kampen in Syrië waarvan een kwart vrouwen.

Het Koerdische zelfbestuur verwacht van de internationale gemeenschap logistieke en juridische maar vermoedelijk ook financiële steun voor het berechten van de buitenlandse jihadisten. Behalve de moeilijke situatie sinds de Turkse inval lijdt de regio ook onder de economische crisis in Syrië die nog verergerd wordt door de monetaire crisis in buurland Libanon.