Recensie

Recensie Boeken

Had hij die kus op zijn mond maar toegelaten

Jan Brokken De reizende journalist Jan Brokken bundelt zijn verhalen over de steden waarheen hij reisde, en de fascinerende mensen die hij daar ontmoette: kunstenaars, of getuigen van de geschiedenis.
Joseph Beuys op de binnenplaats van zijn huis in Düsseldorf.
Joseph Beuys op de binnenplaats van zijn huis in Düsseldorf. Foto Ronald Hoeben

In Stedevaart, het nieuwe boek van Jan Brokken, komen soms fascinerende mensen voorbij. De fascinerendste is misschien wel Iosif Raiskin uit Sint-Petersburg, ‘een stad die verbonden was met verschrikking, onderdrukking, maar ook met dichters en muziek’. Bij het beleg van Leningrad, zoals de stad in sovjettijd heette, stierven tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan een miljoen burgers door honger en kou.

Iosif Raiskin was de stad in 1941 ontvlucht naar Koejbysjev, dat tegenwoordig Samara heet en 1777 kilometer zuidoostenlijker ligt. Hij was nog geen zeven jaar oud toen hij daar op 5 maart 1942 de première bijwoonde van de Zevende symfonie van Sjostakovitsj – de ‘oorlogssymfonie’ die door de componist was opgedragen aan ‘de stad Leningrad’.

Iosif was verpletterd. ‘Vanaf dat moment begon mijn leven’, zei hij. Terug in Leningrad besloot hij dat hij de premières van alle komende symfonieën van Sjostakovitsj zou meemaken. En dat deed hij, ‘met de verbetenheid van een marathonloper’, schrijft Jan Brokken. Hij ontmoet Iosif Raiskin op 84-jarige leeftijd in een piepklein appartement in Sint-Petersburg.

Duizenden Joden

Jan Brokken (1949) heeft enkele tientallen boeken op zijn naam staan, waaronder het goed ontvangen De rechtvaardigen (2018) over Jan Zwartendijk, de Nederlandse consul in Litouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden Joden redde door hen aan een uitreisvisum te helpen. Stedevaart is een bundeling verhalen. Elk verhaal brengt Brokken naar een andere stad, waar vaak, maar niet altijd, een kunstenaar centraal staat: architect Frank Gehry in Bilbao, schrijver Günter Grass in Berlijn, componist Gustav Mahler in Amsterdam.

Lees ook de recensie: De Nederlander die het leven redde van meer dan 3.000 Joden

Jan Brokken heeft het voordeel van een lange schrijverscarrière, waardoor hij soms kan putten uit oude interviews. Soms ook zoekt hij nieuwe gesprekspartners. En soms is hij vooral zelf aan het woord. Het resultaat is een beetje een ratjetoe. Stedevaart is geen reisgids, en het zijn ook geen memoires. Gelukkig is Brokken een goede verteller. En hij is op z’n best als hij vertelt over mensen die hij tijdens zijn vele reizen heeft ontmoet. Zoals in ‘De boekbinder en Bellini’, dat speelt in Venetië, waar een verkoper een duur boek over de schilder in de etalage heeft liggen. Jan Brokken wil het toch graag kopen. Maar dan blijkt dat de verkoper eigenlijk geen afscheid kan nemen van het boek. ‘En als ik morgen terugkom?’ vraagt Brokken. ‘Dat bracht hem in verwarring. “Morgen?” Tsja, dat leek hem eigenlijk wel een goed idee, dan kon ik er een nachtje over slapen en was ik er tenminste zeker van dat ik zoveel geld voor een boek wilde uitgeven.’

Zoenen

Eigenlijk is Jan Brokken zelf de rode draad in zijn verhalen. Zo hier en daar wordt het daardoor wel erg particulier. ‘Het laantje naar de leegte’ gaat over een schilderij van Meindert Hobbema, Het laantje van Middelharnis. Maar het gaat vooral over Fiene, het vriendinnetje van de oudere broer van Brokken, met wie hij als tienjarige vaak flirt. Pagina’s lang vertelt hij over Fiene en over de reis die ze samen maakten naar het vakantieadres van de familie in Ouddorp. Hij krijgt een kus van haar, eerst op zijn wang, daarna op de mond. Dan schrikt hij en duwt haar weg. Voordat ze hun bestemming bereiken, schrijft hij, ‘verketterde ik mezelf, zei woordloos: „Ze kuste je. Nooit weer. Komt maar één keer. Je liet het voorbijgaan als een zonnestraal en zocht naar wolken.”’

Fascinerend is het interview met Joseph Beuys, die zich vrijwillig aansloot bij de Luftwaffe

Van een heel ander kaliber is een ontmoeting die Brokken in 1980 in Düsseldorf had met Joseph Beuys (1921-1986). Het is gebaseerd op een interview dat Brokken maakte voor de Haagse Post, maar nog steeds fascinerend om te lezen. Beuys, op dat moment een internationaal gevierd kunstenaar, vertelt openhartig over zijn oorlogsverleden. Hij was een meeloper, geeft hij toe. En hij wilde iets spannends doen. ‘Op achttienjarige leeftijd leer je meestal een beroep. Ik begon met de oorlog. Ik heb vrijwillig dienst genomen. De anderen waren al weg en ik wilde niet achterblijven.’

Neergestort

Toen Beuys er bij de marine niet in kwam, meldde hij zich bij de Luftwaffe. In een Stuka, een duikbommenwerper, vloog hij boven Rusland, Roemenië, Joegoslavië, Polen en Tsjecho-Slowakije. In 1943 crashte hij in Zuid-Rusland. Hij werd uit het vliegtuig geslingerd en gered door Tartaren (een verhaal waarvan later werd gezegd dat hij het zou hebben verzonnen).

Er staan veel foto’s in Stedevaart. Bij het verhaal over Joseph Beuys is ook de foto afgedrukt die voor het interview werd gemaakt. Daarop zie je de kunstenaar op de binnenplaats van zijn huis in Düsseldorf met een konijn op schoot. Het is opvallend, schrijft Brokken, hoe weerloos zijn blik is. Hij heeft gelijk, ook die foto is fascinerend.