Kamer neemt genoegen met onjuiste informatie over Kunduz-missie

Afghanistan Alleen de SP wilde consequenties verbinden aan de onjuiste informatie die de Kamer over de missie in Kunduz kreeg.

Nederlandse militairen in de stad Kunduz in 2011, op weg naar een politiepost.
Nederlandse militairen in de stad Kunduz in 2011, op weg naar een politiepost. foto: Evert-Jan Daniels/ANP

Ja, het is „onacceptabel” dat de Tweede Kamer niet goed is geïnformeerd over de politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz die Nederland uitvoerde tussen 2011 en 2013. In verschillende bewoordingen zeiden Kamerleden van vrijwel alle partijen dat tijdens een debat op donderdag. Ook de ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) en Ank Bijleveld (Defensie, CDA) gaven toe dat informatie „onjuist” was. „En dat is niet goed”.

Bij die constatering bleef het grotendeels – en daar nam de Tweede Kamer genoegen mee. Behalve Sadet Karabulut (SP). Zij riep alle andere volksvertegenwoordigers op om de slechte informatieverstrekking van het kabinet te veroordelen. Ze eiste een parlementair onderzoek en sprak in een motie haar wantrouwen uit „over deze gang van zaken”. Of dat dezelfde betekenis heeft als een klassieke motie van wantrouwen tegen een bewindspersoon, bleef onduidelijk.

De aanleiding voor het debat was een diepgravend Amerikaans onderzoek naar het langstlopende conflict uit de geschiedenis van de VS (nu 19 jaar), waaruit blijkt dat de bevolking „constant is voorgelogen” door drie opeenvolgende regeringen. De evaluatie werd opgediept door de Washington Post en eind 2019 gepubliceerd onder de naam Afghanistan Papers.

Lees ook: Lees ook: De Amerikanen hadden in Afghanistan nooit zicht op succes

Vorige week kwam daar een zeer kritisch rapport bij van de onderzoeksafdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken, over de Nederlandse politiemissie in Kunduz. Daaruit bleek dat de missieleiding „een zo gunstig mogelijk beeld van de missie wilde creëren in de media en de Tweede Kamer”. En: „Nederlandse betrokkenen binnen alle onderdelen van de missie ervoeren druk om in rapportages een positief beeld te schetsen, ook al klopte dat niet met de werkelijkheid.” Daardoor werd niet altijd „transparant” gerapporteerd: cursisten werden dubbel geteld, cijfers rooskleuriger voorgesteld.

Compromis-missie

De trainingsmissie in Kunduz was een compromis, dat werd gevonden nadat Nederland zich in 2010 had teruggetrokken uit de Afghaanse provincie Uruzgan. Daar waren Nederlandse militairen, als onderdeel van de Amerikaanse war on terror, actief vanaf 2006. Wat verkocht werd als wederopbouwmissie bleek een harde vechtmissie te zijn. Het niet verlengen van de missie in Uruzgan in 2010 (de PvdA was tegen) leidde tot de val van het kabinet Balkenende-IV.

Onder druk van de Amerikanen en de NAVO wilde Nederland toch bijdragen in Afghanistan. Dat gebeurde met een trainingsmissie voor politieagenten in een heel andere provincie: Kunduz. Het minderheidskabinet-Rutte I (VVD, CDA) zocht daarvoor instemming bij andere partijen, want gedoogpartner PVV was faliekant tegen.

Dat draagvlak vond Rutte I bij GroenLinks, D66 en ChristenUnie (de ‘Kunduz-coalitie’). Om hun steun te verkrijgen deed het kabinet toezeggingen „die de uitvoerbaarheid van de missie bemoeilijkten en niet aansloten bij de behoeften van de Afghanen en internationale bondgenoten.” Het meest genoemde voorbeeld daarvan is dat getrainde Afghaanse politiemensen niet ‘offensief’ mochten worden ingezet – hetgeen in de oorlogssituatie daar een onmogelijke eis bleek.

‘Dit is niet goed’

Karabulut memoreerde nog dat premier Rutte in 2011 zei „persoonlijk garant” te staan dat alle toezeggingen zouden worden nagekomen. Dat bleek niet het geval, wijst het rapport uit: door Nederland getrainde Afghaanse politiemensen blijken wel ingezet te zijn in „offensieve operaties” tegen de Taliban, en dat was „algemeen bekend”. Toch was Ruttes oordeel over het evaluatierapport vorige week voor de Kamer afdoende. Hij zei: “Dit is niet goed, dit wil je niet.”

Of het machteloosheid was of strategie, geen enkele partij, op de SP na, was bereid daar een politieke consequentie aan te verbinden. De regeringspartijen VVD, CDA en D66 wezen liever op de positieve punten uit het evaluatierapport: het trainingscentrum dat Nederland in Kunduz bouwde, staat er nog steeds. Het „professionele gedrag” bij de politie en in het rechtssysteem is verbeterd. Ook met de kennis van nu, zeiden ze, zouden ze instemmen met een missie – zonder die „naïeve” voorwaarden, waarmee de politiek te veel zeggenschap kreeg over de uitvoering.

Van de kant van de regering kwam er één belofte: dat er over toekomstige missies meer openheid komt.