Opinie

Kamer met eigen wastafel

Column Amsterdam

Auke Kok

Op een gure dinsdagavond zaten we gedrieën in een restaurant in de Utrechtsestraat, mijn vrienden en ik. We namen het ervan in een sfeer die je nog het beste kon omschrijven als uitbundig gespannen. Uitbundig omdat we elkaar alweer een tijdje niet hadden gezien en gespannen omdat ik mijn vrienden had geprovoceerd. Dat was, niet voor het eerst, eenvoudig geweest: gewoon zeggen hoe geweldig het gaat met Amsterdam. Daar kunnen mijn vrienden soms slecht tegen. Het maakt een moeilijk benoembare wrevel in ze los. Alsof de idee van vooruitgang hen irriteert. Alsof het naïef, zelfs enigszins fout is vrolijk te worden van de aanhoudende upgrading in de stad.

Dus ik boven een bord met geroosterde knolselderij maar weer eens benadrukken dat Amsterdam vermoedelijk in geen honderd jaar zo rijk is geweest als nu. Mocht ik bij vorige gelegenheden graag wijzen op de strakke en schone gevels van Oost naar West, op de onwaarschijnlijke trek naar Amsterdam, de gestegen veiligheid en werkgelegenheid; deze keer had ik het laatste nieuws aan mijn zijde.

In het display van een mobiel glinsterde een foto van een kamertje met een bed. Te koop voor 125.000 euro

„Zie je nou”, haalde ik na een tweede glas wijn een recent onderzoek aan: „Nergens in dit land is het zo goed gesteld qua economische groei en voorzieningen als hier. Slimme computermodellen wijzen het uit: Amsterdam is de beste plek om te wonen. Dat was vroeger wel anders.”

Vroeger: bij dat woord verstrakten de gezichten tegenover mij; niet voor het eerst. Mijn vrienden wisten dat ik over de junks zou kunnen beginnen, over de auto-inbraken, de verloedering in de jaren zeventig en tachtig, toen alles wat gezin & welgesteld was de stad ontvluchtte. Maar daar vloog ineens een ander nieuwtje mijn kant op. „Hier, optimist, had je dit gezien?”

In het display van een mobiel glinsterde een foto van een kamertje met een bed. Te koop voor 125.000 euro. „Met eigen wastafel”, voegde een vriend er bijtend aan toe. Het stond er echt. Mijn opposanten lachten. Tien vierkante meter in een flat bij de Kostverlorenvaart, voor, ik kon het moeilijk ontkennen, een krankzinnig bedrag. Funda.nl prees de ‘kamer met eigen wastafel’ aan als interessant beleggingsobject voor ouders die hun kinderen een eigen plekje in de stad willen bezorgen.

De keerzijde van de boom.

„Oké, oké”, gaf ik toe. En dacht aan mijn oudste dochter die ergens buiten de ring voor te veel geld een kamertje huurt van een studente wier vader een flatje voor haar had gekocht. Zo gaat dat steeds vaker en zo woekert het ongemak van de tweedeling door de wijken: de ouders die het zich kunnen veroorloven helpen hun kinderen aan woonruimte en maken het voor de anderen aldus nog moeilijker dan het al was. Een van mijn vrienden had het ook al gedaan. Hij móést wel, vond hij.

Bij de koffie vonden we elkaar in het ongemak. De stad groeit – maar wel scheef.

Duizenden ledlampjes verlichtten de Utrechtsestraat, die er mooi, gelukzalig bij lag: een fata morgana voor de achtergestelden.

Auke Kok is schrijver en journalist.