Profiel

In het peloton blijft altijd vraag naar de kunsten van wielerarts ‘Doctor Evil’

Michele Ferrari De naam van de Italiaanse wielerarts Michele Ferrari, die in 2012 voor het leven werd geschorst, valt opnieuw in het peloton. ‘Van alle besmette namen is hij nummer 1.’

Michele Ferrari (rechts) in overleg met collega-arts Francisco Conconi in Rome, in 2007.
Michele Ferrari (rechts) in overleg met collega-arts Francisco Conconi in Rome, in 2007. Foto Cor Vos

In de pittoreske straatjes van Girona of in de heuvels even buiten het oude Catalaanse stadje kan hij onopgemerkt zijn gang gaan. „De koning! Waar is de koning?”, vraagt Michele Ferrari aan wat ploeggenoten van Lance Armstrong. Het is februari 2004. Niemand die ‘doctor Evil’, zoals dan al zijn bijnaam luidt, hier stoort. Het boek Lance Armstrongs oorlog beschrijft hoe de Italiaanse wielerarts in alle anonimiteit zijn ‘koning’ prepareert. Bij de koers ziet niemand hem ooit. Zijn geheimen gedijen het best buiten beeld. Met Girona als hoogtepunt, als spil in de hofhouding rond de beste Tourrenner ooit.

Zestien jaar later is Ferrari (66) allang ontmaskerd, net als Armstrong en vele tijdgenoten. De sportarts uit Ferrara werd in 2012 levenslang geschorst wegens dopingpraktijken, en in 2017 veroordeeld tot achttien maanden celstraf voor betrokkenheid bij een dopingzaak rond de Italiaanse biatleet Daniel Taschler. Toch duikt de naam van de veroordeelde dottore anno 2020 weer op in de wielersport. Hij zou recentelijk hebben samengewerkt met toprenners Jakob Fuglsang en Aleksej Loetsenko van de Astana-ploeg. Dit meldden Deense en Noorse media begin deze week op basis van een geheim rapport van antidopingbureau CADF uit 2019.

Bij hoge uitzondering voelt de omstreden arts zich genoodzaakt uit zijn isolement te treden om de beschuldigingen tegen te spreken. Allemaal „nepnieuws”, stelt Ferrari op zijn eigen site, 53x12. Nee, hij heeft al „meer dan tien jaar” geen relatie met Astana-renners. Nee, hij ontmoette de renners dus niet in Nice of Monaco, zoals in het rapport zou staan. En nee, ook niet in de Ronde van Catalonië van 2019, want „ik was fysiek bij geen enkele wedstrijd aanwezig sinds 1994”. Zijn uitsmijter: „Ik ben nooit veroordeeld wegens doping.”

‘Absurde geruchten’

Ook genoemde renners weten niet hoe snel ze moeten ontkennen. „Ik weerleg dat ik dokter Ferrari ontmoet heb”, verklaart de Deen Fuglsang (34), vorig jaar onder meer winnaar van de klassieker Luik-Bastenaken-Luik en het Critérium du Dauphiné. „Ik heb hem nooit ontmoet”, stelt de Kazachse kampioen Loetsenko. Astana-baas Aleksandr Vinokoerov, in zijn tijd als renner jaren vaste klant bij Ferrari, wijst in de Franse krant L’Équipe alle beschuldigingen van de hand. „Dit is allemaal gebaseerd op absurde geruchten.”

Ferrari (rechts) in 1993 met de Zwitserse Vuelta-winnaar Tony Rominger. Foto Getty Images

Woensdagavond maakte het CADF bekend het rapport over contacten tussen de Astana-renners en Ferrari niet door te sturen naar de internationale wielerunie UCI. Er wordt geen „tuchtprocedure tegen betrokken personen of teams” gestart. Maar de snelle reacties op de uitgelekte beschuldigingen maakt vooral ook duidelijk hoe gevoelig de materie nog altijd ligt. „Van alle besmette namen in het wielrennen is Michele Ferrari de nummer 1”, zei David Walsh, de Britse journalist die als eerste Armstrong ontmaskerde, bij de NOS.

Na zijn studie geneeskunde maakt Ferrari in de jaren tachtig snel furore in het profpeloton. Hij assisteert professore Francesco Conconi als begeleider bij het werelduurrecord van Francesco Moser in 1984. In die jaren loopt Italië voorop in de ontwikkeling van nieuwe trainingsmethodes, met Conconi en zijn ‘zonen’ Ferrari en Luigi Cecchini als aanjagers. Van 1991 tot en met 2006 winnen ‘de grote drie’ onafgebroken de Tour de France. Conconi met Miguel Indurain en Marco Pantani, Cecchini met Bjarne Riis en Jan Ullrich, Ferrari met Armstrong.

Met stopwatch voor de tv

Bloeddoping? Onzin, zegt Ferrari in een zeldzaam interview met de Belgische krant De Morgen in 2004. „Gerichte training op de anaërobe grens [de drempel waarop het lichaam verzuurt] was het geheim.” De arts klimt net als Conconi en Cecchini regelmatig zelf op de racefiets om zijn methodes te perfectioneren. Met de zogenaamde SRM-meter brengt hij alle gegevens in kaart over vermogen, hartslag en pedaalomwentelingen. Bij wedstrijden zit hij uren voor de tv met een stopwatch om klimtijden te noteren en ontwikkelt hij de VAM-waarde: de velocità ascensionale media, ofwel de gemiddelde klimsnelheid.

Meer dan aan SRM en VAM wordt zijn naam al snel gekoppeld aan epo, het verboden eiwithormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert en tot 2001 niet kon worden opgespoord bij dopingcontroles. Leermeester Conconi experimenteert bij een klimtijdrit op de Stelvio in 1992 zelf met epo. Ferrari is ploegarts bij Gewiss dat in 1994 de rest aan gort rijdt in de Waalse Pijl, met Jevgeni Berzin, Moreno Argentin en Giorgio Furlan op het podium. Epo? „Alles wat niet verboden is, is toegestaan”, reageert de arts. Niet gevaarlijk, volgens hem. „Als je het maar goed gebruikt. Niet te veel. Als iemand tien liter jus d’orange drinkt is dat ook niet goed.”

Michele Ferrari in 2013 in de documentaire The Armstrong Lie. Foto Maryse Alberti/Sony Pictures Classics

De openhartige uitspraken, opgevat als bekentenis van epogebruik, zullen Ferrari altijd achtervolgen en kosten hem zijn baan als ploegarts. Maar zijn reputatie onder de renners groeit juist. Wie wil niet alles weten over een succesvolle combinatie van training en het nieuwe wondermiddel? Het is de Belgische wielerlegende Eddy Merckx die hem in 1995 in contact brengt met zijn beroemdste klant, vertelt Ferrari in 2004 aan cyclingnews.com. „Motorola (dan de ploeg van Armstrong) reed met de fietsen van Eddy Merckx, en het was Eddy die Armstrong eind 1995 de raad gaf met mij te werken en ons aan elkaar voorstelde.”

Codenaam ‘Schumi’

De rest is geschiedenis. Liefst 489 keer komt de naam van Ferrari voor in het dopingrapport van het Amerikaanse antidopingagentschap Usada over Armstrong in 2012, ‘Schumi’ was zijn codenaam. Armstrong omschreef zijn vertrouwensman als ‘geniaal’ en betaalde hem door de jaren heen meer dan een miljoen dollar voor zijn diensten. Volgens de Italiaanse krant La Gazzetta dello Sport bedong Ferrari vaak tien procent van het loon van zijn sporters, onder wie naast Armstrong en Vinokoerov ook Mario Cipollini, Tyler Hamilton en vele anderen. In totaal becijferde de krant zijn inkomsten op meer dan dertig miljoen euro.

Ferrari is gestraft voor betrokkenheid bij dopingaffaires, niet voor handel in verboden producten. Volgens zijn eigen cv op 53x12 stopte hij in 2012 als wielertrainer. Maar ook de jaren daarna staat zijn site vol wielercommentaar dat alleen van een insider kan zijn. ‘Coaching is art’, luidt zijn motto. Weinigen hebben zoveel kennis en ervaring als hij. Wel of geen contact met Astana-renners? Doctor Evil is officieel verbannen uit de wielersport, maar naar zijn kunsten als trainer zal altijd vraag blijven.

Correctie (6 februari 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd de voornaam van Jakob Fuglsang foutief geschreven als Jacob. Dat is hierboven aangepast.