Recensie

Recensie Uit eten

Dodo: nieuwe oase in de Bermudadriehoek

Uit eten Rotterdam Wim de Jong recenseert elke twee weken een restaurant in of om Rotterdam

Foto Aziz Kawak
Foto Aziz Kawak

Het waait er altijd ontiegelijk. Het is er met al die trams, auto’s, fietsers en voetgangers doorlopend een knoeiboel in verkeerstechnische zin. En voor horeca-ondernemers is het de afgelopen jaren weinig minder dan een Bermudadriehoek gebleken. Wat je er ook heen brengt, het is nog allerminst vanzelfsprekend dat je op de belangrijkste doorgangsroutes van CS naar de Lijnbaan en de rest van het centrum ook een tussenstop zou kunnen maken in een van de restaurants die het op en rond het Weena proberen.

De Jamie Oliver-keten gooide er na betrekkelijk korte tijd de handdoek al in de ring, restaurant Publiek dat ervoor in de plaats kwam, heeft amper openingsuren gekend. De Visbar op het Kruisplein en The Suicide Club, honderd meter verderop, hebben het beide niet gered. De eetzaal van Grandcafé Engels lijkt tenminste voor het grootste gedeelte van de week leeg, net als die van de Stadsbrasserie op het Schouwburgplein.

Op een paar gunstige uitzonderingen als trattoria A Proposito (Stationsplein), Vapiano (Rotterdam Plaza) en Ayla (Kruisplein) na, is het gone with the wind-risico hoog voor horeca-ondernemers met plannen in dit gebied. Eigenaar Tan Do van Vietnamees restaurant Little V moet dus hebben geweten waar hij aan begon toen vastgoedbedrijf Manhave hem vroeg om een tweede zaak op te zetten in het pand op de hoek van de Karel Doormanstraat en de Kruiskade.

Op zich is dat natuurlijk een triple A-locatie, zo pal naast De Doelen en het Schouwburgplein. Maar tegelijkertijd is het ook weinig meer dan het stukje straat waarin parkeergarages van twee zijden continu auto’s ophoesten (die er dan meteen vol gas de sokken in zetten). Tan Do is daar nu Dodo gestart, een concept (een ander woord is er echt niet voor) dat je eerst eens grondig op je moet laten inwerken vooraleer je aan zitten en iets te eten begint te denken.

Dodo is over twee etages opgedeeld in verschillende ruimtes, die met elkaar gemeen hebben dat in de styling ervan fors is uitgepakt. We hebben direct na binnenkomst toch al gauw een kwartier nodig om er woorden voor te vinden. Zitten we in een postmoderne kathedraal? In een immense bric à brac? In een Wunderkammer? Hoe je de inrichting ook zou kunnen typeren: het heeft er in elk geval de schijn van dat de laatste Newyorkse trend om restaurants vol te stouwen met kitsch met Dodo nu ook in Rotterdam vaste voet aan de grond heeft gekregen.

Is het er ook leuk? Ja, zeg ik waarschijnlijk mede namens de andere gasten die zich er op een vroege zondagavond met tientallen tegelijk aan de deur melden. Uitgewinkeld publiek, jongeren die er in de chesterfields duiken voor een borrel in de cigar bar, en gewone eters zoals wij: de indruk is gewettigd dat we er in Rotterdam een ontmoetingsplek hebben bijgekregen die, à la Hotel New York, door een heel diverse cliëntèle zal worden gefrequenteerd. Mogelijk dat alleen de Aziatische vrouw die aan het tafeltje naast ons plaatsneemt zich een volgende keer zal bedenken. Gezeten in zo’n chesterfield kom je als klein wijfje dus helemaal niet bij je bordje.

En hoe is het eten? De kaart is die van een eetcafé-plus, met gerechtjes die in prijs de 16 euro niet overstijgen. Geen oh’s en ah’s van deze kant over het assortiment aan vlees en vis, wel een compliment voor de behoorlijk grote keuze die je in Dodo in groenten kunt maken. Tan Do gaat ook in dat opzicht met zijn tijd mee. Op de ‘geroosterde’ bloemkool met gefementeerde, Chinese boontjes moet het jonge, heel divers samengestelde personeel van Dodo trouwens nog wel even dooroefenen. Die was van een papperigheid die zelfs een authentiek-Hollandse oma je tegenwoordig niet meer zou durven voorzetten.

Wim de Jong is culinair recensent.