De oude Judese dadelpalmen herleven

Archeologie Uit zes stokoude dadelpitten zijn nu nieuwe palmen opgekweekt, van het in de oudheid zeer geliefde Judese dadelras.

De zes herboren Judese dadelpalmen.
De zes herboren Judese dadelpalmen. Foto SA-Guy Eisner

De voorliefde van de Romeinse keizer Augustus voor de Judese dadels was beroemd, maar net als het Romeinse rijk is dit dadelras al lang weer verdwenen. In 1871 zag de Britse kerkhistoricus Arthur P. Stanley nog vijf palmen staan bij het Meer van Galilea. De huidige dadelpalmen in Israël zijn importpalmen, vooral van het van oorsprong Marokkaanse medjool-ras.

Maar nu zijn er in het milieu-instituut Arava in de Negev-woestijn zes circa 2.000 jaar oude dadelpitten opgekweekt. Ze zijn afkomstig uit opgravingen in onder meer Massada en Qumran. In totaal 32 antieke dadelpitten werden geplant, maar de onderzoekers, onder leiding van Sarah Sollon (NMRC, Jeruzalem), konden niet achterhalen waarom deze zes wel tot leven kwamen en de rest niet. In gewicht en omvang was er geen verschil, schrijven ze deze week in Science Advances.

Vrouwelijke palmen

Het grote nieuws van de opkweekoperatie is dat er twee vrouwelijke planten bij zitten. Ruim tien jaar geleden kweekte Sollon al eens een dadelpit uit Massada op, maar dat bleek een mannetje en die draagt dus geen vrucht. Die palm, bijnaam Metusalem, groeit nu op een ereplaats bij het Arava Instituut in de Negev-kibboets Ketura. Indertijd gold die ‘Jezus-dadel’ als het oudste nog levensvatbare zaad, tot in 2012 Russische geleerden een anjerachtige plant opkweekten uit 32.000 jaar oud ingevroren zaad uit Siberië.

De dadelpalm werd populair rond 7.000 jaar geleden aan de Arabische kust van de Perzische golf, mede als basis van de opkomende oaselandbouw: in de schaduw van palmen konden weer andere planten gekweekt worden. Een paar duizend jaar later ontstond een ‘westelijke variant’ van de palm door menging met een wilde Kretenzische dadelsoort.

De zes nieuwe Judese palmen zijn een genetische menging van die twee palmvarianten, met in de mannelijke lijn meer westelijke verwantschap en in de vrouwelijke meer oostelijke.

Onwaarschijnlijk

Binnenkort zullen de herleefde palmen wel vrucht gaan zetten. Maar het is vrij onwaarschijnlijk dat met de nieuwe vrouwelijke Judese dadelpalmen ook werkelijk de ooit zo populaire Judese dadel kan worden teruggekweekt. Want voor de dadelproductie worden de (vrouwelijke) dadelpalmen met de beste vruchten ongeslachtelijk vermenigvuldigd, met stekjes. De kenmerken van dat ras gaan subiet verloren in de bevruchte zaden, waarin door menging van de vaderlijke en moederlijke genen het sublieme genetische evenwicht van de topdadelpalm weer verstoord wordt. De planten die nu die in de Negev groeien zouden waarschijnlijk 2.000 jaar geleden zijn weggegooid door de gemiddelde Judeese dadelplanter.

Lees ook: De dadelpalm blijkt een vroege kruising van soorten

Correctie (7-2-2020): Arthur Stanley, die in 1871 nog vijf palmen zag, werd aanvankelijk journalist genoemd. Maar hij is een Britse kerkhistoricus. In de bron voor deze anecdote, Asaph Goors artikel The History of the Date through the Ages in the Holy Land (1967) wordt hij overigens wel 'the great explorer and journalist' genoemd, waarschijnlijk in verwarring met de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley.