Opinie

Hoe je met weinig geld heel rijk kan zijn

Creativiteit Ondanks beperkte inkomsten hebben scheppend kunstenaars vaak een rijk leven. Ze kunnen anderen tot voorbeeld dienen, vindt Mariët Meester.

Kintsugi, een Japanse techniek waarbij aardewerk gerepareerd wordt met goud- of zilverkleurige lak.
Kintsugi, een Japanse techniek waarbij aardewerk gerepareerd wordt met goud- of zilverkleurige lak. Foto’s Getty Images

Terwijl ik een jasje uit de kast pakte, brak de kleerhanger dwars doormidden. Mijn man was in de buurt en raapte de resten op. Toen hij ze neerlegde op zijn werktafel, vroeg ik een tikje geïrriteerd waarom hij ze niet in de vuilnisbak gooide, van troep kun je je beter onmiddellijk ontdoen. Ik baalde, de kleerhanger was een vondst uit de kringloopwinkel, drie stuks voor een euro en dan ook nog met volmaakte ribbeltjes van kunststof aan de uiteinden zodat jasjes, jurken en overhemden er niet vanaf kunnen glijden. Ik was zelfs naar de kringloop teruggegaan en had er een extra euro aan gespendeerd. „Weggooien”, zei ik opnieuw. Pas toen zag ik de verbazing op het gezicht van mijn levensgezel. „Hij is van hout”, zei hij. „Ik ga hem repareren.”

Doing! Natuurlijk. Hij is beeldend kunstenaar, zelfs een kapotte kleerhanger repareert hij zorgzaam. Niet vanwege die luizige paar centen, maar omdat het kan. Waarom zou je iets weggooien als dat niet nodig is? Ineens wist ik weer waarom ik zo geraakt was toen ik een paar maanden eerder zat te bladeren in BK-informatie, een vakblad voor beeldend kunstenaars. Het thema van dit nummer was ‘rijkdom’. In haar openingscolumn schreef redacteur Xandra Nibbeling over de inkomsten van beeldend kunstenaars, die gemiddeld behoorlijk laag liggen. Bijna 75 procent heeft een brutojaarinkomen van nog geen 20.000 euro. Toch weten ze een goed leven in te richten, zo schreef ze. Dankzij hun fantasie maken kunstenaars van weinig veel, met als resultaat een niet zozeer luxe als wel rijk bestaan. En de columniste ging nog verder, want ze begon over de wereldwijde inkomensongelijkheid. Volgens haar zouden kunstenaars een voorbeeld kunnen zijn voor anderen met weinig geld. Niet alleen voor hen, voor iedereen. Als kunstenaars invloed zouden krijgen op onze manier van wonen, werken en consumeren, zo beëindigde ze haar tekst fijntjes, dan zou de verdeling van de schaarse middelen waarmee we het met elkaar op aarde moeten doen, misschien wel heel anders uitpakken. Een stuk slimmer, en vooral ook eerlijker.

Het artikel maakte indruk omdat ik veel scheppende kunstenaars ken. Daartoe reken ik ook de schrijvers, de dichters, de componisten en andere freelancemusici. Allemaal zitten ze in de categorie die bruto nog geen 20.000 euro per jaar verdient. Hoewel je daar best het woord ‘sober’ op zou kunnen plakken, ervaren ze het zelf totaal niet zo. Kunstenaars hebben geld nodig om te kunnen werken in plaats van andersom, het is een apart fenomeen. Alles wat ze aanpakken is daarop gericht. Geld is voor hen geen doel, maar een middel. Hoe kom ik aan de centen, en daarmee aan de tijd, om nieuwe dingen te kunnen maken?

Intrinsieke motivatie

Psychologe Titia Top, die is gespecialiseerd in persoonlijkheidsleer, promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op succes in de beeldende kunst en de verschillen daarbij tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars. Uit haar onderzoek bleek dat kunstenaars, ongeacht hun geslacht, een sterke ‘intrinsieke motivatie’ hebben. De meesten van hen werken om het werken zelf, om de bevrediging van het scheppen. Of ze er nu voor betaald zullen worden of niet, ze blijven even gemotiveerd.

Dat geldt overigens net zo goed voor degenen die wél boven de lijn van 20.000 euro zitten, voor mij is Dick Bruna een sprekend voorbeeld. Tot na zijn tachtigste, met miljoenen op de bank, peddelde hij iedere ochtend per fiets naar zijn atelier om weer heerlijk te gaan tekenen. In het Centraal Museum in Utrecht is het atelier gereconstrueerd, met als ontroerend element het stukje fietsketting waarmee Bruna het leren zadel van zijn ouderwetse herenrijwiel tegen diefstal beveiligde. Je ziet hem de schakeltjes van de uiteinden aan elkaar vastklinken, je voelt zijn tevredenheid toen zijn zelfverzonnen oplossing bleek te werken.

In mijn huishouden ligt het gezamenlijke inkomen zo’n beetje rond de eerdergenoemde lijn. Ik ben er trots op dat we ons eigen geld verdienen. Boeken schrijven, tentoonstellingen maken: we leven van de dingen die we het liefste doen. Dat geeft een kick. Soms stel ik me voor hoe de belastinginspecteur die onze aangiftes verwerkt zit te piekeren: hoe kán dit nou? Er komt bij deze mensen weinig binnen, tenminste naar Nederlandse maatstaven. Toch verblijven ze soms maandenlang in het buitenland en ze hebben zelfs spaargeld. Hoe is dat mogelijk?

Uit hang naar stilte gebruik ik een plastic gehoorbeschermer voor bouwvakkers, als alternatief voor zo’n hippe noise-cancelling koptelefoon

De rest van dit verhaal is bedoeld voor die belastinginspecteur, en ook voor anderen die willen weten hoe kunstenaars het dagelijks leven aanpakken. De columniste van BK-informatie had het over wonen, werken en consumeren, daarom heb ik eerst eens rondgekeken in onze eigen woonkamer. Aha, ja, de bank en de bijpassende fauteuil. Vintage spullen uit de jaren 50, het is alweer zesentwintig jaar geleden dat iemand ze wilde weggooien. Zelf ben ik niet handig genoeg, maar de beeldend kunstenaar in huis heeft ze al zevenmaal bekleed. De ene keer waren de meubels wollig, de volgende keer waren ze bedekt met skai, en op dit moment zit er een fuchsiarood stofje op dat alcantara heet. Naast de bank staat een vorm tegen de muur die op een kast lijkt, maar die ’s avonds verandert in een tweepersoonsbed, een vinding om ruimte te besparen. De houten stoelen rond de eettafel zijn stuk voor stuk meegenomen van het grofvuil en glanzend roomwit gelakt. In feite is alles in onze woonkamer opgescharreld of zelf in elkaar geknutseld, op het grote ronde vloerkleed na. Het is er altijd schoon en opgeruimd, een klassieke tip om chique eenvoud te bereiken. En hij werkt, mensen die voor het eerst binnenkomen, roepen vaak hoe mooi ze het interieur vinden.

Lees ook: Als je niet kiest voor carrière, kind en koophuis

Bijna gratis

Een pianist uit mijn vriendenkring heeft vergelijkbare bestedingsmogelijkheden. Op zijn vleugel na, een tweedehandse, is er in zijn woonkamer niets te vinden waarvoor hij meer dan een paar euro heeft neergeteld. Overal en nergens diept hij de gekste voorwerpen op, die hij zo smaakvol opstelt dat ik tijdens bezoekjes altijd spontaan begin te fotograferen. Kleurige flesjes, vreemdsoortige theepotten; het is een feest voor het oog. Laatst stond voor zijn raam ineens een heel jazzorkest van kleine trompettisten.

Het credo van deze pianist luidt: wat je niet uitgeeft, hoef je ook niet te verdienen. Dat geeft een hoop vrijheid. Zeker voor kunstenaars die meer voor de inhoud dan voor de commercie gaan, is het een heel gedoe om telkens aan geld te komen. Je zou dan wel gek zijn om het uit te geven aan onnodige zaken terwijl er in Nederland gratis of bijna gratis zoveel fraais te vinden valt.

Net als de intrinsieke motivatie geldt ook dit overigens evengoed voor nogal wat kunstenaars met een inkomen van méér dan 20.000 euro per jaar. Ook zij redden graag spullen die een ander heeft weggedaan, ook zij houden ervan om iets wat is doodverklaard te reanimeren en met nieuw leven te bezielen. Mijn nicht studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten toen ze een internationaal bekende popartiest ontmoette en met hem trouwde. Ondanks hun roem en het bijbehorende vermogen gaat ze nog wekelijks naar een rommelmarkt. De laatste keer dat ik haar ontmoette, vertelde ze genoeglijk over de elegante jurk die ze droeg. Ze had hem gescoord voor nog geen twee tientjes.

Vanuit de woonkamer loop ik naar onze achterkamer. Op de werktafel ligt een kleine 4K-videocamera en er staat een laptop. Als video het belangrijkste medium is om je mee uit te drukken, heb je tegenwoordig vrijwel geen andere apparatuur meer nodig. Je kunt dan thuis werken en daarmee heel wat kosten besparen. Er zijn ook kunstenaars die het andersom doen, die hun atelier als woonruimte inrichten. Een kunstenaarsechtpaar uit mijn kennissenkring heeft zo twee kinderen grootgebracht, het hele gezin woonde in twee vlak bij elkaar liggende ateliers.

Nu ik toch bezig ben, wandel ik meteen maar even door naar mijn eigen werkkamer op zolder. Uit hang naar stilte gebruik ik een plastic gehoorbeschermer voor bouwvakkers, als alternatief voor zo’n hippe noise-cancelling koptelefoon. Mijn laptop was vijf jaar geleden een winkelmodel, mijn smartphone kostte 100 euro. Hij kan alles wat andere smartphones kunnen, zelfs de camera is oké. Mijn boekenkast komt uit een massazaak, we hebben hem verzaagd en geschilderd zodat hij door een timmerman op maat lijkt gemaakt. En als ik door het raam van mijn kamer naar beneden kijk, zie ik onze auto staan, een diepblauw monstertje met lage vaste lasten. Zelf kan ik niet autorijden, toen de handigste bij ons thuis op zijn drieënveertigste zijn rijbewijs haalde, heeft hij meteen maar een boek over autotechniek aangeschaft. Bij rare geluiden kan hij nu zelf over een oplossing nadenken. Kinderen zouden op school het vak ‘repareren’ moeten krijgen, zegt hij vaak.

Lees ook: Noise-cancelling reduceert de ander tot ruis

Na de aanschaf van het autootje was het wel even een tegenvaller dat er geen fiets in de kofferbak bleek te passen. Maar die kwestie kon worden opgelost nadat we bij het afval een vouwfiets hadden zien staan. Een beetje olie, nieuwe banden, zo’n ding is ideaal.

Voor ik een opschepper begin te lijken: creativiteit is het belangrijkste wapen van mijn beroepsgroep. Andere machtsmiddelen hebben wij niet. We kunnen niet staken, we vallen niet onder een cao. Jarenlang regeringsbeleid heeft ons in een wankele positie geplaatst. Soms zie ik op Facebook berichten van collega’s voorbijkomen waarin ze hun verbijstering uiten over de zoveelste rijkaard die een bonus in de wacht heeft gesleept, soms zelfs na wanbeleid, en die dus kennelijk nog steeds niet tevreden was. Meestal zijn het ook nog oude mannen, wat moeten die met al dat geld? Voor scheppende kunstenaars tellen vooral ervaringen, en ervaringen hoeven niet veel te kosten. De wereld is voor hen één grote speeltuin, geen supermarkt.

Grenzeloze inventiviteit

Als ik samenvat waarnaar ik zelf streef, komt dat toch weer neer op de twee woorden ‘chique eenvoud’. Zorgvuldig omgaan met schaarse middelen en daar een eer in scheppen. Dat geldt ook voor mijn kleren, want ik ga natuurlijk niet in vodden rondlopen. Als een dierbaar kledingstuk versleten raakt, probeer ik het onzichtbaar te herstellen. Ik ben blij met mijn tweedehandswinterjas van namaakbont, die me zelfs een keer de woede van een dierenactivist heeft opgeleverd doordat hij zo echt leek. Een of twee keer per jaar koop ik iets nieuws, dat dan meestal wel een decennium meegaat. Mijn grote voorbeeld daarbij is mijn oma. Met haar is het allemaal begonnen, zij was voor mij de echte koningin van Nederland. Mijn opa verdiende weinig, het zal niet veel meer dan het minimumloon zijn geweest. Aan mijn oma was dat bepaald niet te merken, haar inventiviteit was grenzeloos. Ze tornde labels uit oude bloesjes en zette ze over in zelfgemaakte, lege parfumflesjes vulde ze met eau de cologne. Zo voedde ze vooral haar zelfrespect, want de merkjes zaten aan de binnenkant en de parfumflesjes stonden in haar badkamer. Toen ze een keer was uitgenodigd voor een deftig diner, wikkelde ze een oude metalen ketting om haar pols. De dame die tijdens het etentje naast haar zat, informeerde of het soms een antieke schaarketting was? „Jazeker”, zei mijn oma geheimzinnig glimlachend, al had ze geen idee wat een schaarketting dan wel zou moeten wezen.

Lees ook: Honderden euro’s besparen? Simpel

Van mijn oma heb ik geleerd dat je jezelf nooit naar beneden moet halen. Als iemand je een compliment geeft, bedank je gracieus en voeg je er niets relativerends aan toe. Arm arm zijn is een lot, zo vond mijn oma, en rijk arm zijn is een keuze. Veel kunstenaars hebben haar levenshouding van nature. Maar wie zou er niet zijn voordeel mee kunnen doen?

Op 16 februari verschijnt Mariët Meesters nieuwe roman Pingping.