L-flat in Zeist.

Foto Daniel Niessen

De flat

De L-flat in Zeist heeft 728 huisnummers. Een dorp met de bevolkingsdichtheid van een stad, alles sociale huur. Een vertelling over de mensen die er wonen en werken.
In Zeist staat een reus van een flat. De L-flat. Een vertelling over de mensen die er wonen en werken.
Tekst Foto’s Daniël Niessen

De flat

De L-flat in Zeist heeft 728 huisnummers. Een dorp met de bevolkingsdichtheid van een stad, alles sociale huur. Een vertelling over de mensen die er wonen en werken.

Langs de geluidswal van de A28, in het naaldbosgroen van Zeist, ligt een reusachtige L op zijn kant. Het korte eind van de letter alleen is honderd meter lang. Dan komt de knik, gevolgd door de driehonderdvijftig strekkende meters van het lange stuk.

Er wonen zo’n tweeduizend mensen in.

De L-flat.

Van alle joekels is hij de grootste. De Arnhemse portiekflat van de nieuwjaarsbrand heeft 108 appartementen, de grootste van de Utrechtse flatwijk Overvecht 265. De grootste flats in de Bijlmer en Capelle aan den IJssel hebben zo’n vijfhonderd woningen.

De L-flat heeft er 728, verdeeld over acht portieken. Een dorp met de bevolkingsdichtheid van een stad.

NRC bezoekt de flat sinds voorjaar 2019, om de mensen te leren kennen die er wonen en werken.

De tiener Alend woont op tweehoog met zijn moeder en broertje en zonder zijn vader Dilshad, die in 2014 onverwacht overleed. De veertiger Nadia, van oorsprong Russisch, besprenkelt op éénhoog haar balkonplanten met muntolie uit vrees – „nee dóódsangst!”– voor muizen. Haar Syrische buren van twee deuren verder schrikken zich een ongeluk elke keer als van grote hoogte weggeworpen afval met een klap op het plastic afdak boven hun balkon terechtkomt. En André Sodaar uit portiek zes trekt in het weekend steevast zijn vaste telefoonlijn voor anderhalf uur uit het stopcontact. Zo, zegt hij dan bij zichzelf. Tijd voor FC Utrecht.

Achterstand

Steeds meer kwetsbare mensen wonen bij elkaar in zwakke wijken, meldde corporatiekoepel Aedes begin februari na onderzoek . Dat geldt ook voor de L-flat. Sterker, de sociale problematiek achter de voordeuren is aangekaart in nagenoeg alle SCP-rapporten van de voorbije vijf jaar. Armoede: een kwart van de huishoudens in de L-flat leeft van de bijstand; tientallen bewoners lopen bij de voedselbank, die tot voor kort een eigen uitgiftepunt had in de flat. Taalachterstand bij migranten: bewoners nemen geregeld hun kinderen als vertaler mee naar instanties – ook als wordt gesproken over gevoelige zaken als schulden. De vastgelopen woningmarkt: flatbewoners moeten ruim twaalf jaar wachten op een eengezinswoning in Zeist. Eenzaamheid: aan de orde van de dag, zegt flatbewoner Jan Drenth, die blind is. „Ik hóór soms de eenzaamheid letterlijk doorklinken in stemmen van medebewoners.” Integratie: de gemeente plaatste in 2017 bijna een kwart van alle te huisvesten statushouders in de L-flat. Eritrese jongeren die elkaar nauwelijks kenden, belandden als drietallen in één woning – geen succesformule, zo bleek.

Lees ook: een nieuwe reeks van verhalen, toegespitst op de invloed van corona op het flatleven.

Ronduit ruig is het flatleven soms. De man die zich ruim drie jaar geleden van het dak wierp en neerkwam op het ketelhuis achter portiek zeven. De prostituees die open huis hielden in portiek vijf. De wekenlange pesterijen van vijf buurtjochies afgelopen zomer aan het adres van één man: ze bekogelden zijn ramen met eieren en besmeurden ze met jam en yoghurt. De man durfde zijn huis niet meer uit. De jochies waren negen tot twaalf jaar oud. Sommige ouders ontkenden de betrokkenheid van hun kind zelfs toen de politie met bewijs voor de deur stond.

Foto Daniel Niessen

Solidariteit

Maar louter praten over problemen doet de L-flat tekort. Veel mensen deugen – voor die wijsheid hoef je geen boek te lezen. Je kunt ook langs in het inloophuis van Ina Duit naast portiek zeven. Geïnspireerd door het verhaal van de barmhartige Samaritaan maakt zij het flatleven leuker met taallessen en bewonerslunches. Zelfs de voedselbankmiddagen waren er gezellig, elke vrijdag elf jaar lang, met koffie voor de wachtende bewoners en, als het meezat, gedoneerde taartjes van Top’s Edelgebak. Flatbewoner Harisa Fetahovic verbouwde de voormalige vuilopslagplaats naast portiek zes ondanks haar astma van stofnest tot buurthuis voor tienermeisjes. Julia Ement zaait in het voorjaar altijd gras in het lapje grond langs de zijkant van de flat, zodat er een mooier gazon is voor iedereen.

Vooral blijkt de flat, als je er een tijdje rondloopt, meer dan een optelsom van eenlingen. De lijnen van sociale relaties lopen kriskras door het gebouw, van portiek één diagonaal omhoog naar portiek vier, van dertienhoog loodrecht naar de tweede. De dochter van de Russische Nadia had een snee in haar hand, de Syrische buurman bracht haar naar het ziekenhuis. De gehandicapte jongen van eenhoog werd uitgescholden, tiener Suus van verdieping vijf nam het voor hem op. De gepeste man met de besmeurde ramen heeft nu een webcam naast de voordeur, geschonken door een vrouw van dertienhoog.

De flat, kortom, is toonbeeld van anonimiteit én solidariteit.

Maar het imago is slecht. Veel buitenlanders. Veel springers. Afval achter de flat.

Dat beeld is deels op feiten gebaseerd. Zo’n 60 procent van de flatbewoners is van niet-westerse komaf – of dat erg is hangt af van je mensbeeld en maatschappijvisie. Er zijn inderdaad mensen van de flat gesprongen – maar niet alleen bewoners. Hoeveel precies, is onbekend. Volgens de huismeester zes in de laatste vijftien jaar. Elke dodensprong werkt jarenlang door in het lokale collectief geheugen.

De tijd van vallende bankstellen en kasten is voorbij. Maar troep rondom de flat blijft voor iedereen zichtbaar. Aangetroffen op het veld aan de achterkant: volle vuilniszakken, scherven van bierflesjes, luiers, de resten van een watermeloen, uien, heel veel brood. In een boom hangt een step. „Voor veel Zeistenaren”, zegt bestuurslid van het Zeist Historisch Genootschap Willem de Bruin, „is de L-flat dé plek waar je niet wil wonen.”

Doorgangsstation

Het begin was hoopvol, zoals bij alle grote flats die in de jaren zestig en zeventig de woningnood lenigden, van Immerloo in Arnhem tot de Bijlmer in Amsterdam. In Zeist verrees flatwijk Vollenhove. Magnum opus was de L-flat. Modern wooncomfort, ruime vertrekken, centrale verwarming, een douchecabine. Leraren vestigden zich er, agenten, ambtenaren.

Maar al in dat eerste decennium, de jaren zeventig, verdween de L-flat van de verlanglijst van Zeister woningzoekenden. De gemeente bleef maar bijbouwen, hele buurten. Nijenheim, Couwenhoven, Brugakker, Crosestein. L-flatbewoners konden een eengezinswoning met tuin krijgen voor een vriendelijke prijs. Van een woonbestemming werd de L-flat een doorgangsstation. In de vrijgekomen flatwoningen vestigden zich gastarbeiders, en mensen met een uitkering.

Iedereen kon de L-flat in het eerste anderhalf decennium zo binnenlopen, via draaideuren. Een gastvrij en slecht idee. Drugsverslaafden daalden dankbaar af naar de ellenlange keldergangen, waar ze ongezien konden spuiten en slikken. De wanden van de kelderboxen bestonden uit gaas en houten latten, inbraken waren aan de orde van de dag.

In 1979 noemde de lokale nieuwsbode de L-flat voor het eerst een ‘getto’. Kinderen die opgroeiden in het Zeist van de jaren tachtig hoorden van hun ouders dat ze de wijk Vollenhove moesten mijden, de L-flat al helemaal.

De L-flat werd de ‘gribusflat’.

Aan het eind van de jaren nul liep het imago van de flat een nieuwe dreun op toen een man keer op keer de elektrische bedrading van de liften saboteerde. Hij sloeg toe in alle zestien liften van de flat, 48 keer in totaal. Bewoners moesten wekenlang met de trap, inclusief ouderen op twaalf- en dertienhoog. De mysterieuze dader kreeg van bewoners de bijnaam ‘Jack the Knipper’. Mediagenieker wordt misdaad zelden; de L-flat werd landelijk nieuws. De dader, een flatbewoner met persoonlijke problemen, kreeg zes maanden cel en tbs met dwangverpleging.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
De L-flat bleef

De flat had de aandacht van de woningcorporatie. In de loop der jaren kwamen verschillende plannen op tafel om iets te doen aan de massaliteit van het gebouw. Het opdelen van de flat, door scheidingsmuren te plaatsen tussen de portieken. Gedeeltelijke sloop, zodat een reeks kleinere flats zou ontstaan. Ook volledige sloop werd besproken. Maar het bleef bij plannen.

De L-flat, die liggende wolkenkrabber, is blijven bestaan. Groot onderhoud staat gepland vanaf komend najaar. De corporatie, Woongoed, zal alle 728 doucheruimtes, toiletten en keukens vernieuwen. En Zeist gaat een nieuw meerjarenplan uitvoeren getiteld ‘Vollenhove Vooruit’.

Intussen leven de ongeveer tweeduizend bewoners hun levens in de flat. Omdat ze er niet weg kunnen. Of omdat ze er domweg graag wonen. „Ik wil hier niet weg”, zegt Grada Lammers van twaalfhoog. Ze is 88 jaar en woont in de flat sinds 1972.

In de flatvertelling komen ze voorbij. In elke aflevering staat een persoon of gezin centraal, en dikwijls zal de volgende hoofdpersoon een bekende zijn van de vorige.

Aflevering 1

‘De L-flat is mijn home-town’

Alend voelt zich thuis in de flat. Hij voetbalt in de voetbalkooi, vist in de vijver, bezorgt friet voor de snackbar.

Als kind in de Utrechtse wijk Overvecht floot Maxim Februari melodieën van Bach, vertelde hij in Zomergasten. Bach was zijn reddingsboei: hij had schoonheid nodig in wat hij zag als een zee van lelijkheid. „Schoonheid”, zei hij, „is een mensenrecht.”

En je thuisvoelen – is dat ook een mensenrecht?

Alend, geboren in 2005, leerling op het vmbo, voelt zich op zijn gemak in de L-flat in Zeist. Hij vist in de nabijgelegen plas die bekendstaat als ‘strontvijver’, hij voetbalt in de voetbalkooi naast portiek acht en heeft vrienden in de hele flat. DaniëlAtnayYousefAjoubJoostTomTeunDinio. Zoals Alend het zelf zegt: „De flat is soort van mijn home town.”

Foto Daniel Niessen

Hij bezorgt ook friet voor de snackbar tegenover de flat. Weg sjeest hij, echt snel, elektrisch, met op de bagagedrager van zijn fiets een oranje kubus met daarin één patat speciaal, één kaassouflé, één kroket met mayo en één coca cola. Langs portiek één, waar hij woont met zijn moeder en broertje. Langs de stoep voor portiek drie, waar de nieuwjaarsbrand ditmaal het hoogst oplaaide. Langs het inloophuis dat hij heeft leren kennen als voedselbank. Tot bij de voetbalkooi waar hij in 2018 op drie plaatsen zijn been brak. In dat portiek rekent hij af. 11 euro 15.

Alsjeblieft, dankjewel.

Moes van de appelbomen

Op een dag in augustus, het is snikheet, heeft hij meer tijd. Kent hij alle kinderen in de flat van gezicht? „De meesten wel”, zegt Alend. „Van mijn leeftijd dan”, nuanceert hij. „Qua baby’s en zo niet.”

Ja hoor, zegt hij, hij wil de journalist wel om de flat gidsen.

Twee flatvriendjes sjokken mee, Daniël en Suus. We lopen langs de autoweg aan de achterkant van de flat. „Het mooie is”, zegt Alend, „hier zijn appelbomen. Ik heb er een keer appelmoes van gemaakt.” „Gátver”, zegt Suus met gefronste blik. „Appels met uitlaatgassen.”

„Zie je dat bestek in de gevels zitten?”, zegt Alend onverstoorbaar bij de aanpalende flat, de Gero. Hij wijst op de gele gevelplaten – er zitten uitsparingen in, ornamenten in de vorm van messen, lepels en vorken. „Dat is omdat hier vroeger een bestekfabriek zat.”

Een paar portieken verder zag Alend vorig jaar maart een dode man. Daniël en hij kwamen aan het begin van de avond langsgefietst. Naast portiek vier van de Gero zagen ze mensen staan.

Zij kijken.

„Zagen we in één keer een lichaam liggen”, zegt Alend. De man was net van de flat gesprongen. „Het jammere was, die meneer lag daar gewoon. Niet afgedekt met een muurtje ofzo. Alleen zijn hoofd was afgedekt. Het bloed dreef hier gewoon tussen de tegels.”

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Koude wang

In 2014 maakte Alend de dood van nog dichterbij mee. Zijn vader Dilshad was aan het barbecuen bij vrienden en kreeg een hartinfarct. Toen Alend in het ziekenhuis aankwam, was zijn vader al overleden. Alend was acht. Hij gaf zijn vader een kus op zijn wang, dat voelde koud. Hij dacht: ze hebben mijn vader in een ijsje veranderd.

Dilshad, van oorsprong Koerdisch-Irakees, was de kostwinner geweest. Na zijn dood kwamen de geldzorgen. Een bewindvoerder werd aangesteld wegens schulden. Het gezin kon terecht in de voedselbank van de flat.

De schulden zijn weg, de voedselbank is verleden tijd. Maar veel geld hebben ze niet. Alends moeder kan niet werken door gezondheidsproblemen. Ze heeft een zenuw-afwijking in haar benen en voelt aanhoudend pijnscheuten. Ze loopt met een kruk, is al een paar keer gevallen. Loopt ze de galerij op om Alend te roepen voor het eten, roept hij met schrik in zijn stem: „Ga terug naar binnen!”

Alend werkt en spaart. Vindt eigen geld belangrijk.

Wil hij met zijn oom naar pretpark Walibi? Já!!! Op één voorwaarde: het kaartje betaalt hij zelf.

Alend
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Teenchirurg

Alend heeft zijn rondleiding onderbroken. Hij zit in de volle zon op de stenen tafeltennistafel achter de Weggeefwinkel.
Daniël en Suus nemen naast hem plaats.
„Ik ben aan het sparen voor een Playstation”, zegt Alend.
„Wauw oké”, zegt Suus. „Heb je ook andere dingen gekocht?”
„Ja iets voor mijn broertje voor zijn verjaardag. En ik doe geld op mijn spaarrekening, voor mijn studie later.”
„Wat ga je studeren”, vraagt Suus, „weet je dat al?”
„Chirurgie”, zegt Alend.
„Wat voor chirurg dan? Hartchirurg?”
„Ik word….teenchirurg”.
Hij is klaar met de ernst. Steekt zijn wijsvinger de lucht in. „Kijk daar! Een vliegende loempia!”
Daniël volgde zijn vinger.
„Haha!”, roept Alend uit. „Je keek!”

Hierna Suus, een flatvriendin van Alend

Aflevering 2

‘Spelen achter de flat is heel gevaarlijk’

Vwo-leerling Suus speelde als kleiner meisje nooit achter de flat. „Er liggen smerige etensresten te verrotten.”

Hoog in de boom bungelen gympen. De aan elkaar geknoopte veters zijn om een tak blijven hangen. Suus kijkt ernaar door haar woonkamerraam op vijfhoog. „Mensen hebben er een hele kunst van gemaakt om dingen in bomen te gooien. In de boom hiernaast hangen vaak volle luiers. Dat is ook altijd heel erg fris.”

Suus is dertien. Ze heeft blauwe ogen en oranje haar met een lichte slag. In haar spijkerbroek zitten bedoelde scheuren. Ze zit in 2-vwo, op rugby en op schaken. In de L-flat woont ze sinds ze twee is, samen met haar moeder.

Het gazon waarboven de gympen bungelen, aan de achterkant van de flat, had een mooie speelplek voor kinderen kunnen zijn, denkt Suus. Een lange strook gras, erachter bomen en struiken. Maar Suus heeft hier als klein meisje nooit gespeeld. „Omdat het niet mocht van mijn moeder. En omdat het er te ranzig was voor woorden.” Te ranzig ís, zegt ze. „Er liggen etensresten te verrotten.” En mensen gooien dus dingen naar beneden. „Laatst nog tijdschriften, en een volle vuilniszak. Daar spelen is gewoon heel erg gevaarlijk.”

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Pak vla

Toen ze kleiner was zat Suus ’s zomers graag in een boom achter het grote parkeerdek. „Het was de enige plek waar ik een beetje rustig kon zitten. Dat vind ik altijd heel erg fijn.”

De L-flat heeft acht portieken. Maar de flatvrienden van Suus – Alend, Daniël en Joost – wonen allemaal in portiek één. „De flat is zo groot. Je kúnt andere mensen niet echt leren kennen.” De sfeer bij de portieken „verderop” is bovendien niet leuk, vertelt ze. „Ze gooien daar ook dingen aan de vóórkant naar beneden. Mijn moeder werd een keer bijna geraakt door een pak vla.”

Ze ging afgelopen zomer met haar moeder en een vriendje uit portiek een keer basketballen bij de basisschool achter de L-flat. Kwamen er ineens jongens aan die het veld claimden. „Kinderen die alles verzieken. Het heeft geen zin daarop in te gaan. We zijn uiteindelijk ook weggegaan.”

Suus verbaast zich vaker over het gedrag van flatbewoners. In portiek twee was er een pestkop, vertelt ze. Die schold een verstandelijk gehandicapte jongen uit, Julian, van éénhoog. Julian staat vaak voor zijn raam naar buiten te kijken, vanaf de stoep is hij dan goed te zien. „Die pestjongen schold Julian uit voor ‘mongool’”, zegt Suus. Ze sprak de jongen er op aan. ‘Je gaat nu stoppen’, zei ze, ‘want het slaat nergens op wat je aan het doen bent en hij kan heus alles horen ook al is het dubbel glas.’ De jongen hield op met schelden, zegt Suus. „Of in elk geval niet meer met zo’n harde stem.”

Foto Daniel Niessen

Geen plek in de zorg

Er wonen ook mensen met psychische problemen in de flat, zegt ze. „Mensen voor wie in de zorg geen plek is”. Ze vindt dat sneu. „Dan lijkt het net alsof iedereen zegt: zoek het zelf maar uit want wij gaan je niet meer helpen.” Toen Suus kleiner was, was er een man die riep dat hij de flat wilde opblazen. Een andere bewoner knipte keer op keer de kabels door van liften in de L-flat. Die kreeg als bijnaam ‘Jack the Knipper’.

Een paar jaar geleden was er een man, geen bewoner, die Suus en anderen wel eens om kleingeld vroeg. „Hij had altijd een smerige lucht om zich heen hangen”, zegt ze. „Eén keer kwam hij veel te dichtbij. Toen heb ik hem gewoon aan de kant geduwd.” Een vroegere buurman van Suus belde ’s nachts bij mensen aan en raakte ook een keer verzeild in een gevecht op de galerij. Suus was toen klein. „Ik zag dat hij bloed had op zijn hoofd.” Nu heeft ze normale buren.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Suus wil minder buren

Wat vindt ze wél leuk aan de flat? Het appartement, zegt ze. Dat is groot. „Verder heb ik niet echt positieve punten.” Ja, het uitzicht vindt ze mooi – „als je tussen de troep doorkijkt.”

Suus en haar moeder willen verhuizen. „We staan al een hele tijd ingeschreven. Maar de wachtlijst is lang.” Het liefst wil ze een huis met een tuin. „Het hoeft niet groot te zijn. Maar wel dat je minder buren hebt, zodat je elkaar beter kent. Dan is de kans op troep ook minder groot.”

Hierna Julia en Julian, de jongen voor wie Suus opkwam

Aflevering 3

Julian kijkt graag naar buiten, naar katten

Julia (54) is blij met zoveel buren. Als zoon Julian een epileptische aanval krijgt, dan kunnen flatbewoners snel helpen.

Julia Ement (54) opent de deur met een gespannen blik in haar ogen. De ochtend was zwaar, vertelt ze. Haar zoon Julian van twintig had een „explosie”. Zijn computer startte niet op. Iets met een updateprobleem. Julian raakte in paniek.

De computer is belangrijk in zijn leven – hij zit er elke dag uren achter. Filmpjes monteren, muziek programmeren.

Nu slaapt Julian. Zijn moeder kon hem kalmeren.

Haar leven, vertelt ze, draait om haar zoon. Hij heeft een verstandelijke beperking, autisme en, sinds een paar jaar, epileptische aanvallen die soms zo zwaar zijn dat hulpverleners per ambulance te hulp moeten schieten.

Maar ze treurt niet. Julian is bijna altijd blij”, zegt ze. „Mensen op de dagbesteding glimlachen meteen als ze hem zien.” Julian gaat er een paar keer per week heen. Dan heeft Julia een paar uur voor zichzelf. Ze schetst graag met potlood en speelt klassieke muziek op de glanzende piano in de woonkamer.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Shrek

Julia, geboren in Rusland, emigreerde in 1993 naar Nederland. Sinds 1999 woont ze in de L-flat. Julian was toen zes maanden. Van zijn vader is ze gescheiden.

Ze wonen op éénhoog. Julian staat vaak voor het raam op de uitkijk. Hij speurt graag naar katten, zijn lievelingsdieren. Passanten kunnen hem zien vanaf de stoep voor de flat. Soms fladdert Julian voor het raam met zijn handen. Of hij gaat zó op in de filmrol die hij zichzelf ziet spelen, dat hij grimast. Shrek is zijn favoriet.

Suus, een tienermeisje van vijfhoog, vertelde dat een jongen uit de flat Julian uitschold voor „mongool”. „Tsja”, zucht Julia. „Veel kinderen begrijpen zijn gedrag niet.”

Anderhalf jaar geleden begon een groepje meisjes Julian vanaf de stoep te filmen, vertelt ze. Eén keer, twee keer, drie keer. Als ze Julia zagen, stoven ze weg, de anonimiteit van de L-flat in. Op een dag was Julia de meisjes te slim af. Terwijl ze haar zoon filmden, legde Julia hén vast op de camera. „Dat mag niet!” riepen de meisjes. Precies, antwoordde Julia.

Probleem opgelost.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Politie! Voor hém!

Ze wil niet te negatief doen over de flat. Ze heeft veel buren, dat is fijn. Julia Ement groet de bewoners die ze kent. Met haar Marokkaanse bovenburen heeft ze, zo vertelt ze, „perfect contact”. Veel mensen kennen Julian, en begroeten hem hartelijk. Als hij een epileptische aanval krijgt, dan belt Julia een medeflatbewoner. Nadia, ook een Russische, is er vaak meteen want ze woont maar een paar deuren verder. Of ze belt een andere flatbewoner, een Tsjetsjeense.

Soms is burenhulp extra fijn. Op een dag was Julian in zijn eentje op het gras achter de flat. Plots stond hij stil voor een van de vele balkons en keek met een speurende blik door een raam naar binnen. „Waarschijnlijk had hij een kat gezien”, zegt zijn moeder. Een meisje in de woning voelde zich onveilig toen ze de grote, vreemde jongen stokstijf voor haar balkon zag staan. Was hij een inbreker? Of keek hij nou naar háár? Haar moeder belde de politie.

Even later zag Julian drie agenten op hem afrennen. Blij sprong hij op en neer. Politie! Voor hém! Een flatbewoner herkende Julian en riep de agenten toe. „Blijf van hem af! Niet aanraken!” Het kwartje viel bij de agenten. Ze begeleidden Julian rustig terug naar zijn moeder.

„We hebben in Rusland een uitdrukking”, zegt Julia Ement. „Een andere man of vrouw kun je makkelijk krijgen. Maar je buren, die zijn jouw lot.”

Hierna David, die vuil ruimt achter de flat

Aflevering 4

Het brood laat de vuilruimer liggen

David heeft letterlijk een eigen werkveld: het flatgazon. Maar volgens de overheid heeft hij een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’.

Kwart over acht ’s ochtends. David (24) doet wat hij elke maandag, dinsdag, woensdag en donderdag rond deze tijd doet. Het gras betreden achter de L-flat. Aan zijn voeten: stalen neuzen. In zijn handen: twee vuilniszakken en een grijptang. Om zijn romp: een fel oranje jack met de naam van zijn werkgever erop. Biga Groep. Het sociaal werkbedrijf dat in opdracht van de gemeente Zeist de wijken schoonhoudt. Davids collega’s, Eddie, Dave en twee Henken, schonen de voorkant van de flat op – de stoep voor de portieken en de groenstrook achter het parkeerdek. Ze vinden er, zo vertellen ze, geregeld weggegooide wieldoppen en afgedankte accu’s.

David, lang, slank en bebrild, heeft zijn eigen werkveld. De lap groen aan de achterkant van de flat is een paar honderd meter lang en zo’n tien meter breed. David kijkt uit over de eerste tientallen meters. Er liggen blikjes fris, plastic supermarktzakken, hompen stokbrood, een pompoen. „Dit valt me mee”, zegt hij. Een poosje geleden lagen er veel volle luiers, vertelt hij. „Die waren een hot item.” Vorige week zag hij een gebruikte condoom, en gebruikt maandverband.

Al verrichten David en zijn collega’s dagelijks en ijverig arbeid, volgens de overheid hebben ze een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’. Die afstand wordt in Davids geval veroorzaakt door een combinatie van mentale en fysieke problemen. Zo heeft hij beperkt zicht, 30 tot 40 procent. Pogingen een gewone baan te krijgen – bij de Albert Heijn, als fietsenmaker, als facilitair medewerker in de jeugdzorg – mislukten, vertelt hij. Met zijn tang laat hij een plastic zakje los in zijn vuilniszak.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Risico van het vak

Kinderen van de L-flat durven niet te spelen op het gazon uit vrees dat er dingen op hun hoofd vallen. David loopt hier al twee jaar lang vier dagen per week. „Het is een risico, ja”, zegt hij. Tien meter van hem vandaan landde een keer een plastic zak vol blikjes.

Biga Groep overwoog enkele jaren geleden zijn vuilruimers uit te rusten met helmen. Het bleef bij de overweging. Wat Biga wel doet, vertelt Davids teamleider Peter Spanjers: het werk tijdelijk stilleggen zodra de vuilruimers gevaar lopen. In 2019 hoefde dat niet. Wel in 2018, toen waren er flatbewoners die de vuilruimers bekogelden met waterzakjes en eieren. De wijkagent en woningcorporatie, Woongoed, spraken bewoners erop aan. Pas toen hervatte Biga het werk.

David is aangekomen bij de hompen stokbrood. Een stuk of tien stukken zijn het. Er ligt altijd veel brood op het gazon, vertelt hij. Er wonen veel moslims in de L-flat, en sommige volgen het voorschrift uit de islam dat onbedorven eten de vuilnisbak niet in mag. Zij gooien het brood op het gazon als voer voor de vogels.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Wendbare chihuahua

Het opvallende is: Dave ruimt het brood niet op. Hij laat het liggen. „Instructies van hogerhand”, zegt hij. De uitleg later van teamleider Spanjers: „Brood valt vaak uit elkaar als je het beetpakt met een grijptang. Dus moet je werken met hark en schep.” Dat kost meer tijd – en er ligt veel brood. „Dus er hangt”, zegt Spanjers, „een kostenplaatje aan vast”. Voor dat ‘kostenplaatje’ schrikt Zeist kennelijk terug. Navraag bij de gemeente en Woongoed leidt opvallend genoeg tot verbaasde reacties: „Ruimen ze dat brood niet op nee?”

Politieke verwarring en religie: het recept voor boterhammen achter een flat.

Vogels pikken hun graantje mee. Die hebben, zoals iemand het formuleerde, „zowat obesitas”. Ook andere dieren groeien ervan, blijkt uit het verhaal van een andere flatbewoonster. Ze keek uit haar raam en zag een hond loslopen. Een chihuahua, dacht ze. Tot ze dat „hele wendbare” zag, „dichtbij de grond”.

Een rat. Er zijn ook muizen, vertelt iedereen, tot aan dertienhoog. Maar van een echte plaag is geen sprake, tot verbazing van David. „Alle ingrediënten zijn letterlijk en figuurlijk aanwezig.”

Hierna Nadia, die doodsbang is voor muizen

Aflevering 5

Ze was de troep beu en verstopte een camera in de struik

De vuilruimer laat het brood liggen. Gevolg: meer muizen. Tot afschuw van Nadia.

Het flat-interieur van Nadia (44) ziet eruit alsof de fotoshoot van VT-wonen zo kan beginnen. Op de hoekbank in het gelid kussentjes in Louis Vuittonhoezen, een kroonluchter boven de ovalen tafel, aan haakjes in de keuken bloemrijke snijplankjes. Ook haar balkon oogt verzorgd, met een rieten zithoek afgeschermd door een klimop over de volle hoogte.

Planten op het balkon besprenkelt Nadia met een wondermiddeltje. Muntolie. „Tegen de muizen”, zegt ze.

Haar balkon grenst aan het gras achter de flat. Op het gras liggen altijd etensresten. Veel brood vooral – de vuilruimer laat het liggen. Uit angst voor muizen houdt ze de deur tussen haar balkon en woonkamer altijd dicht.

Wat als er toch een muis naar binnen tippelt? Zou ze op een stoel gaan staan?

„Ben je gek”, zegt ze met lachende ogen. „Dan ben ik allang weggerend!”

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Wandelen met Julian

Nadia komt uit Rusland en is sinds twintig jaar in Nederland. Ze is behoorlijk tevreden in de L-flat, vertelt ze. Ze houdt van het groen, de bossen op loopafstand. Op het grote parkeerdek is altijd plek, het winkelcentrum is dichtbij.

En ze heeft vrienden in de flat gemaakt. Zoals Julia, een Russische van een paar deuren verder. Met Julia’s gehandicapte zoon maakt ze geregeld een wandelingetje. Ze drinkt ook wel eens thee met de buren uit Syrië. Politiek en media gebruikten het woord ‘vluchtelingencrisis’ een paar jaar geleden. Maar Nadia heeft sindsdien gewoon prettige mensen naast zich wonen. Toen Nadia’s dochter op een dag haar hand verwondde, reed de Syrische buurman haar naar het ziekenhuis.

De troep op het gazon vindt ze erg. Niet alleen omdat er ongedierte op af komt, het ontsiert ook haar uitzicht. De bessenstruik náást haar klimop zag er volgens Nadia geregeld uit als een „slecht versierde kerstboom” – vellen gekleurd papier, neergedwarreld vanaf hoger gelegen balkons, bleven aan de takken hangen.

Meer flatbewoners klagen over de troep, en steevast gaan die klachten gepaard met uitingen van machteloosheid. „De flat is zo groot”, verzuchtte een bewoner bij wie een plastic hobbelpaard op het balkon landde. „Je kunt ‘idioot!’ naar boven roepen, maar waarschijnlijk horen ze je niet eens.”

Nadia Foto Daniel Niessen

Schone bessenstruik

Nadia wilde niet machteloos toekijken. Ze was de troep in haar bessenstruik zo beu dat ze tot actie overging. Ze schafte een camera aan, verstopte die in haar struik en richtte de lens opwaarts.

Alle balkons boven het hare had ze in het vizier. Ze lacht als ze erover vertelt. „Hahaha! Dit is echt Russisch misschien.” De camera was gekoppeld aan haar mobiel. Zo kon ze met haar vingers op het schermje natellen waar de troep vandaan kwam – vier, vijf, nee zes hoog! Ja zes!

Ze nam de lift naar boven. Bang voor een agressieve reactie was ze niet. „Ik was zélf heel boos.” De man die opendeed moet de ernst in haar ogen hebben gezien, en ontkende schuld. Ze moest bij zijn bovenbuurman zijn, zei hij. Die ontkende ook. Nadia rapporteerde dat weer bij haar eerste verdachte. Ze bleef vriendelijk. Ja, vervelend die troep en tot ziens maar weer. Sindsdien is haar bessenstruik clean.

Hierna: Nadia’s Syrische buren

Aflevering 6

‘Zo’n grote flat heb je niet in Aleppo’

Syriër Naeim Rabbat bereikte de EU per opblaasboot. Nu woont hij in de L-flat met zijn vrouw en dochters.

Na zijn werkdag was kok Naeim Rabbat net de galerij van de flat opgelopen toen hij merkte dat er iets mis was bij de buren van twee deuren verder. De voordeur van de Russische buurvrouw Nadia stond open, glas uit haar deurraampje lag op de grond. Nadia’s dochter van zeventien had het er per ongeluk uitgestoten. Haar duim bloedde erg, pleisters hielpen niet genoeg. „Kan ik helpen”, vroeg Naeim Rabbat, en vlak erna zat hij alweer achter het stuur van zijn auto, met naast zich zijn bloedende buurmeisje.

En wie bent u, vroegen de dokters in Utrecht. „Haar buurman”, antwoordde Rabbat.

Het bilaterale contact tussen Syrië en Rusland draait doorgaans om bommen en oorlog, maar op éénhoog in de L-flat draait het sinds die avond om gezelligheid en thee.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Matje in de sporthal

Naeim Rabbat, uit 1968, was kok in een lunchroom in Aleppo. Hij woonde er met zijn vrouw Rowaida en hun dochters Naya en Nancy. Na ruim vier jaar oorlog maakte Rabbat de vlucht voorwaarts. Via Libanon en Turkije waagde hij de overtocht naar de Griekse kust in een opblaasboot met 45 anderen, onder wie twee kinderen jonger dan twee. Via Macedonië en Oostenrijk, per auto, per trein en te voet, bereikte hij Nederland.

Lees ook: Abu George is de belangrijkste kok van Crailo

En na Ter Apel, en na nachten op een matje in een sporthal in Laren en nachten op een matje in een sporthal in Kortenhoef belandde Rabbat in de asielopvang in Crailo, het Gooi. Daar kookte Rabbat, alias Abu George, in de grote gaarkeuken voor de andere asielzoekers - honderd Syriërs, een tiental Eritreërs en een enkele Afghaan.

Een asielprocedure in Doetinchem volgde, en na een verblijf als statushouder in een azc in Musselkanaal keerde hij kort terug naar Crailo voordat hij een huis kreeg toegewezen in het centrum van Zeist. Dat werd te krap toen hij in 2017 werd herenigd met zijn vrouw en dochters.

Zo kwamen Naeim Rabbat, Rowaida, Naya en Nancy te wonen op één hoog van de L-flat.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Schrikreactie

„Zo’n grote flat heb je niet in Aleppo of Damascus”, zegt Rabbat. Het praten gaat via Naya (15) en Nancy (13), die in een internationale schakelklas zitten in Utrecht. Naeim Rabbat verstaat Nederlands, maar met spreken heeft hij moeite. De flat is zo groot, zegt hij, dat het lijkt of hij naar voren kiepert als je met je hoofd in je nek opkijkt naar de top. Hij is bang dat de flat instort, vertelt hij. In Aleppo zag hij gebouwen instorten.

De oorlog zit nog in hem. „Oooh much”, zegt hij op de vraag of hij veel nachtmerries heeft gehad.

Alle L-flatbewoners schrikken van de harde klappen van neersuizende objecten op het plastic afdak van hun balkon, maar de schrikreactie bij Naeim Rabbat en zijn vrouw en dochters gaat net iets dieper. „Elke dag!”, antwoorden de dochters, gevraagd naar de frequentie van vallend spul. Flesjes raken hun afdak, stukken brood. Een kinderfietsje stortte neer pal voor hun balkon. Rowaida vlucht soms de slaapkamer in, die ligt aan de rustiger voorkant van de flat.

Foto Daniel Niessen

Het liefst zou Naeim Rabbat uit de flat vertrekken. Vanwege het neerkomend afval, maar ook omdat hij dichter bij zijn Syrische vrienden uit de Crailo-tijd zou willen wonen – in Hilversum of Bussum. Hij bladert soms door een woningruilpagina op Facebook, maar ziet zelden huizen die ook maar in de buurt van de Randstad liggen.

Dus maken de Rabbats het naar hun zin in de L-flat. In hun huiskamer staat een grijze hoekbank die zitplaats biedt aan tien. Naya en Nancy voelen zich thuis in Zeist, ze hebben er vrienden gemaakt via school. Rowaida heeft de kans benut die de flat biedt: het volgen van Nederlandse les in het inloophuis, een ruimte naast portiek zeven. Rabbats eigen samenvatting van zijn burencontact in de flat is bondig. „Very nice.”

Onprettige buren zijn zij zelf evenmin. Zo valt gastvrijheid hen niet te ontzeggen. Die kondigt zich vóór hun voordeur al aan, op een van de weinige deurmatten van de galerij. ‘Welcome’, staat erop.

Hierna: Harisa Fetahovic van het Meidenhuis

Aflevering 7

Een Meidenhuis tegen de verveling

De L-flat heeft sinds kort een buurthuis voor meisjes. Dankzij Harisa Fetahovic. „Er was gewoon nergens plek voor ze.”

Grijze lucht, grijze stoep – tijd voor feest bij het oude afvalhok.

Statafels met borrelnootjes. Taart. Prik in plastic bekertjes.

„…en ja…”, besluit de 12-jarige Sejla haar fluister-toespraak op de drempel van het hok, „…dit is de opening”.

Applaus en gejoel van flatbewoners en welzijnswerkers. Twee confettikannonnen knallen – iedereen schrikt zich een ongeluk.

Het Meidenhuis is open.

Sejla en haar vriendinnen glimlachen. Meisjes met zwarte haren. Eén draagt een hoofddoek. Zonet, kort voor de opening, deden ze wat meiden in een Meidenhuis geacht worden te doen.

Niks bijzonders.

Chillen op de bank. Op hun schoot dekentjes tegen de kou.

Het Meidenhuis is er gekomen na overleg tussen bewoners, de gemeente en welzijnsorganisatie Meander Omnium. Flatbewoner Harisa Fetahovic (35), moeder van Sejla, wil met het Meidenhuis de verveling verdrijven die de vriendinnengroep van haar dochter parten speelde. Omdat ze niets te doen hadden, zegt ze, gingen die meiden voorbijgangers treiteren. „Dingen naar mensen gooien. Blikjes en zo.” De vriendinnen onder hun dekentjes ontkennen het niet. Ja, ze „klootten” zo af en toe.

„Er was in de flat gewoon nergens plek voor ze”, zegt Harisa.

Foto Daniel Niessen

Grijs van het lak

Nu weten ze: op donderdag en zaterdag kunnen ze hier na school de hele middag terecht. Bordspelletjes spelen. Samen naar de Jumbo om eten te halen, iedereen met geld legt een euro in, en anders lege flessen van thuis.

Harisa Fetahovic legde de vloer in het Meidenhuis en schilderde. „Mijn haren waren grijs van het lak.” Stof dat omhoogkwam bij het klussen prikkelde haar longen – ze heeft astma. Ze had er zo’n last van dat het werk maanden stil lag.

Er staat een kast met spelletjes, tafels, stoelen, een elektrische kachel. Spullen die komen van de Weggeefwinkel van Jantje Paasman. Een bekendheid in de wijk. Net als Ina Duit van het inloophuis. Zij regelde de taart voor de opening.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Woningruil? Ja doei

Het Meidenhuis bevindt zich vlakbij de beruchte ‘knik’ van de flat. Daar waar de L zijn hoek maakt, tussen portiek 6 en 7. Het is de ruigste plek van de flat, zeggen velen. In de knik zit de enige onderdoorgang van de flat – de enige hangplek, een snelle vluchtroute ook. De eerste gepubliceerde overlastklachten van flatbewoners, uit de jaren zeventig, gingen al over de knik. Mensen die thuiskwamen na een avond uit maakten er lawaai.

Harisa Fetahovic en haar drie kinderen wonen er zelf naast. Gevraagd naar overlast begint ze een monoloog. „Ik slaap niet aan de straatkant, maar op een slaapbank in de woonkamer. Weet je hoe vaak mensen met scooters crossen beneden? Vooral in de zomer is het erg. Ze hebben camera’s opgehangen, maar ze doen er niets mee. Ze slopen ook fietsen. Mijn fiets staat niet buiten. Het is gewoon een achterstandsbuurt. Je ziet de verwaarlozing. Ik heb wel tienduizend keer woningruil geprobeerd te doen. Mooi ruim huis heb je, zeggen mensen dan. Maar als ze doorhebben dat het de L-Flat is dan zeggen ze ‘ja doei’. Buurtjochies en meiden schelden mensen uit op straat. Gewoon jochies die hier wonen hè! Marokkaans, Joegoslavisch, Surinaams, Turks. Ze hebben een grote bek. Je moet een grote bek teruggeven. Anders pákken ze je. Zoals de Chinees.”

De Chinees: een man in portiek zes. Hij was gevallen en zat in het najaar hele dagen binnen. Buurtjochies van negen, tien, elf jaar pestten hem. Ze bekogelden zijn ramen met eieren en besmeurden ze met yoghurt en jam. „Hun ouders deden er niets tegen”, zegt Harisa Fetahovic. „Die man durfde niet meer naar búíten man. Ik ga regelmatig bij hem langs.”

Harisa Fetahovic vindt dat corporatie Woongoed en de politie niet snel genoeg optraden. Woongoed zegt in een reactie dat de wijkagent de jongeren thuis heeft bezocht en ook de ouders heeft gewaarschuwd. Met een andere flatbewoner plaatste Harisa een webcam voor het raam van de man. „Het gaat nu beter”, zegt Harisa. „Hij fietst weer. Hij komt weer buiten.”

Hierna: Ina Duit en het inloophuis

Aflevering 8

Ina Duit ziet bewoners op hun kwetsbaarst

Kort haar, montuurloze bril: Ina Duit is niet van de poespas. Ze is van het helpen van de medemens, in het inloophuis van de flat.

Jan Terlouw is hier niet nodig. Uit de brievenbus van het inloophuis hangt al jaren een touwtje. En als je aan dat touwtje trekt en je het gangetje in bent gestapt, passeer je de keuken en loop je zo een vertrek in dat bedoeld is als huiskamer – en die sfeer ook heeft. Links de zithoek met rieten stoelen rond een lage salontafel, rechts een lange houten eettafel.

Aan die tafel nemen sinds voorjaar 2019 elke eerste donderdag van de maand bewoners plaats voor een lunch – een FC Utrecht-supporter met een „moeilijke voet” (portiek zes) naast een blinde radiomaker met een hond (portiek zeven), tegenover een fluisterende Soedanees (portiek zes) en een Iraanse inloophuisvrijwilliger (portiek vier).

En iedereen kent Ina. Ze is 62, heeft kort bruingrijs haar en draagt een montuurloze bril. Geen uiterlijke poespas. Het leven draait niet om haar. Het draait om de medemens.

Foto Daniel Niessen

Ontcijferen van de post

Ina Duit ís het inloophuis. Functienaam: coördinator van het ‘Wijkinloophuis Vollenhove’ namens Stichting Kerk en Samenleving Zeist. Sinds 2003. Het inloophuis kwam in de flat in samenspraak met de wooncorporatie, om ontmoetingen tussen bewoners te stimuleren. Het huis, met dertig vrijwilligers, biedt taalles, naailes, computerhulp, hulp ook bij het ontcijferen van overheidspost.

De helft van de mensen die naar het inloophuis komt, is van niet-westerse komaf, schat Ina Duit. Marokkanen, Soedanezen, Iraniërs, Syriërs, Afghanen.
Het huis was tot 2020 ook het grootste uitgiftepunt voor Zeister voedselhulp: in de huiskamer van het inloophuis deelden vrijwilligers van Voedselbank Zeist elke vrijdagmiddag dik vijftig pakketten uit. De klanten, vaak bewoners van de L-flat, wachtten in de zithoek op hun beurt met een nummertje in de hand en een kop koffie op de salontafel. Sinds november 2019 is de Zeister voedselhulp overgegaan van vijf uitgiftepunten naar één - een supermarktachtige voedselbank die in zwang is in de etenshulpbranche. Hij ligt op drie kilometer van de L-flat.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Vergeten voedselpakket

Ina Duit ziet de L-flatbewoners op hun kwetsbaarst. Zij die zich aanmelden voor voedselhulp, komen op beoordeling, en het is aan Ina Duit en collega’s de mate van geldnood vast te stellen.

De wijsheid dat problematische schulden leiden tot grote stress en onverstandig gedrag, hoeft Ina Duit niet te vernemen uit krant of ombudsmanrapporten. Ze ziet het zelf. „Mensen komen hun afspraken niet na. Ze vergeten het. Ze vergaten soms zelfs hun voedselpakket op te halen.” Naar beoordelingsgesprekken voor voedselhulp komen kinderen mee als vertaler. Kinderen in de basisschoolleeftijd, of begin middelbare school. „Die moeten dan de schulden noemen. Ik probeer duidelijk te maken dat ik in gesprek ben met papa en mama. Maar vaak krijgen de kinderen alles mee.”

Schulden, drankproblemen, drugs, huiselijk geweld? „Ja, het komt allemaal voorbij”, zegt Ina Duit, die haar antwoord hier opzettelijk kort houdt. Nee, ze vertelt geen anekdotes. Ze is niet van het rondbazuinen. Ze is van de oplossingen.

Foto Daniel Niessen

Knalgele brief

Ze doet veel. Ze belt aan bij flatbewoners van wie al een poos niets is vernomen. Ze verwijst mensen met problemen door naar het sociaal team, de verslavingszorg, de kledingbank. Ze regelde taart voor de feestelijke opening van het Meidenhuis naast portiek zes.

In 2012 stopte ze met een dozijn vrijwilligers een knalgele brief in alle 728 brievenbussen van de L-flat, voor een gesprek over inspiratie. „Geen evangelisatie”, benadrukt ze. „Gewoon een poging contact te maken van mens tot mens.” Het leidde tot „fantastische gesprekken”, zegt ze. „Maar sjónge”, voegt ze toe, „wát een werk”.
Ze zegt vaak: „Het zou mooi zijn als…”. Gevolgd door een van haar wensen. Nóg meer betrokken zijn bij gezinnen in de flat, nóg meer gesprekken over opvoeden, de rol van vaders, het maken van een goede schoolkeus voor het kind.

Nog een wens. Voor bewoners van portiek één en twee is het inloophuis ver. „Het zou mooi zijn als daar een tweede inloopplek zou komen.”
Het hart van de flat, dat is het inloophuis. Maar het lijf is te groot.

Hierna: een Marokkaans-Nederlandse flatbewoonster

Aflevering 9

Ze wast en kookt, en soms leert ze Nederlands

Een Marokkaans-Nederlandse flatbewoonster vertelt anoniem over haar leven. Over het huishouden en fietsangst.

Dit stukje gaat over een Marokkaans-Nederlandse anonyma, die woont in de L-flat. Haar naam, bekend bij de redactie, wil ze bij nader inzien niet in de krant.

Voor elke geïnterviewde, altijd, is publicatie spannend. Ook voor L-flatbewoners. Een Hollandse vrouw die pepperspray bij zich draagt als ze om de flat wandelt, trok haar artikel terug uit vrees voor onveiligheid.

Het komen tot een interview alleen is vaak al lastig. Vooral, zo blijkt na maanden flat-ervaring, bij bewoners van niet-westerse komaf. Pogingen bij circa tien bewoners liepen tot dusver op niets uit. Een flatbewoner van Soedanese komaf zei ja en heeft het sindsdien te druk. Een enthousiaste Marokkaanse Nederlander beantwoordt verzoeken niet meer. Een Eritreeër, aangedragen door Vluchtelingenwerk, appte: „ik heb taal probleem”, gevolgd door stilte in alle talen.

Zestig procent van de mensen in de L-flat is van niet-westerse komaf. Een portret van de flat is in disbalans als hun stemmen er te weinig in doorklinken.

De journalistieke vreugde was dan ook groot toen een Marokkaans-Nederlandse flatbewoonster na een goed gesprek instemde met publicatie onder voorwaarden. Die scherpte ze later aan. Ook haar voornaam niet. Ook niet hoeveel kinderen ze heeft. En nee, zelfs geen onherkenbare foto. De fotograaf heeft gepraat als Brugman.

Ze spreekt af in het inloophuis van de flat want thuis, nee, dat wil ze niet. Ze draagt een djellaba en een hoofddoek die breed uitloopt onder haar hals. Haar tienerdochter, in spijkerbroek en sneakers, is mee als vertaler. Anonyma spreekt Nederlands maar noemt haar niveau „slecht”. Ze zat in Marokko een aantal jaar op school en toen moest ze eraf. Eenmaal getrouwd volgde ze haar man naar Nederland.

Ze heeft een kinderrijk gezin. Haar dochter vertelt dat ze haar huiswerk noodgedwongen in de woonkamer maakt, met oortjes in. ‘Havana, ooh na-na’, hoort ze, blokkend op wiskunde en grammatica. ‘Half of my heart is in Havana, ooh na-na.’

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen

De vrouw maakt ontbijt voor iedereen, elke ochtend. Brood met kaas of abrikozenjam, of Marokkaanse pannenkoeken. Dan brengt ze haar kinderen naar school. Vervolgens gaat ze terug naar huis en ruimt ze op. Nee, ze heeft geen afwasmachine. In de middag bereidt ze lunch en avondeten voor haar man en kinderen. Haar man is ziek – meer vertelt ze niet.

Anonyma haalt de kinderen op uit school. Ze gaat met hen naar de tandarts. Naar de oudergesprekken op school. Naar de supermarkt. Naar de voedselbank.

Tussendoor volgt ze in de wijk lessen Nederlands. Als het past. Eerst het huis aan kant, dan haar uitdrukkingsvermogen.

Ze heeft geen auto en geen fiets. Ze kan niet fietsen, vertelt ze. Kan ze niet leren fietsen? Jawel, zegt ze. Sterker, dat wil ze ook. Ze weet precies waar ze les kan krijgen. Maar ze is al een keer onderuit gegaan, zegt ze, wrijvend over een zere plek. Ze vreest voor een echt harde val. Voor gebroken botten. „Wie”, zegt ze, „helpt dan mijn kinderen?”

Dan is het gesprek klaar . Moeder en kind verlaten het inloophuis. Tijd voor het hervatten van de dagelijkse, anonieme vlijt.

Hierna: Grada Lammers (88), flatbewoner sinds 1972

Aflevering 10

Ze woont hier sinds ’72 en wil niet weg

Grada Lammers (88) woonde vroeger in bij een hospita. Dat hoorde zo. De flat bood een bijzondere kans: op zichzelf wonen.

Zo oud zo hoog wonen gaat best, zegt Grada Lammers, 88 jaar. Ze woont op twaalf hoog. „Het is bij wijze van spreken begane grond want traplopen hoef ik niet. De lift brengt me zo ver als ik moet.” Wat zou ze moeten, in een huis op de grond? „Ik kan toch geen tuin meer onderhouden.”

Niet dat ze een tuin heeft gehad, de afgelopen halve eeuw. Grada Lammers woont in de L-flat sinds 1972. Joop den Uyl moest nog premier worden. Cruijffs Oranje was er nog niet ingetuind. En alleenstaande vrouwen woonden zelden zelfstandig. Ze hospiteerden. Lammers bij een echtpaar in Zeist.

Toen verrees de L-flat. Die had plek voor vrouwen als zij. Wijkverpleegkundigen, onderwijzeressen en, in haar geval, een administratieve kracht op het landelijk orgaan voor het leerlingwezen, in Utrecht.

Ze kwam terecht op de allerhoogste verdieping, de dertiende, waar de tweekamerappartementen zijn. „Een vierkamerflat kreeg je niet, als alleenstaande.”

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Hoogtevrees

„De L-flat, dat was de nieuwste, grootste flat van Europa”, zegt ze. „Zo hoog, dat was je in deze omgeving helemaal niet gewend.” In de beginjaren schuurde Lammers langs de muren van de galerij. Haar hoogtevrees is nu beheersbaar.

Iedereen kon zo de flat inlopen die eerste jaren, vertelt ze. Er kwamen „drugsvriendjes”. „Die kwamen stelen, en spul afleveren. En er was een groepje uit Utrecht, als het koud was kwamen die met de laatste bus. Ze sliepen in een kelderbox helemaal in de hoek, bij de verwarming.”

Grada Lammers heeft er „nooit echt last van gehad”. Zoals ze nog steeds niet wakker ligt van het slechte imago van de L-flat. „Er zouden hier soms ruzies zijn, zeggen anderen. Ik heb nergens last van. Mensen willen hier niet wonen, zeggen ze. Nou, er zijn ook wel wijken waar ík niet wil wonen. En in de L-flat wil ik wel blijven ook.”

Ze verhuisde één keer binnen de flat, in 2001. Zakte ze een verdieping af. Had ze haar vier kamers alsnog, als alleenstaande.

Foto Daniel Niessen

Slappe spieren

Ze wil, oud als ze is, niet nóg slappere spieren. Daarom bewandelt ze achter haar rollator elke dag de lange gangen van de flatgalerij. Hoog en droog. „Ideaal, zo’n galerij.” Ze heeft een slechte rug en is een paar keer gevallen. Zo’n twee jaar geleden in haar keuken. Ze kwam zelf niet meer overeind. Schuivend over haar laagpolig tapijt bereikte ze de telefoon. Ze belde Ineke, de buurvrouw. Die waarschuwde de schoonmaker van de flat, die net over de galerij liep. „Hij tilde me van de grond en zette me op de bank.”

Ineke, ook gepensioneerd, heeft Grada’s sleutel, en Grada die van Ineke. Ze zien elkaar regelmatig. Het contact met andere buren is afstandelijker. „In een flat zijn mensen een beetje voorzichtig”, zegt Grada. „Je woont zo bovenop elkaar.”

Ze kan best twee, drie dagen zonder contact. „Niet meer dan dat. Dan moet ik weer iemand spreken.” Van drie broers en drie zussen is nog één zus over. „Het kringetje wordt zo klein, hè.”

Haar sociale leven speelt zich af in het inloophuis van de L-flat. Grada geeft er dinsdagochtend naailes en ze beheert op woensdagavond de kas voor het bewonersdiner. Op de vrijdagen, in alle elf jaren dat het inloophuis dienst deed als voedselbank, schonk ze koffie en thee aan de wachtenden in de zithoek. „Eerst was er één groep per dag maar dat werd tjok- en tjokvol. Toen is die groep verdeeld over twee verschillende tijden op de vrijdag.”

De voedselbank verdween afgelopen december uit de flat en zit nu in een pand op drie kilometer afstand. Grada vindt het jammer. „Het was geen straf erheen te gaan.” Ze was in het begin bang geweest dat bewoners zich bekeken zouden voelen. „Maar we waren samen gewoon een gezellige club mensen.” Groeten ging zonder ongemak, als ze in de lift op weg naar de voedselbank bewoners tegenkwam die er hun eten haalden. „Het was van: ‘ha buurman, halló’!”

Hierna: Hoe is in virustijd het leven in de L-flat in Zeist?

Flatpost

 

Herinneringen uit ’68

De melkboer kwam zelfs langs

Wat een feest der herkenning, dat stuk over de L- flat (Proloog, nrc.nl/deflat). Ik was een eerste bewoonster, van zo’n tweekamerflatje achter de stortkoker. April 1968: ik was eindelijk van de hospita verlost. Het was duimen of ik er in mocht, want de toenmalige wethouder (PvdA) vond het maar niets, al die vrijgezelle vrouwen zonder toezicht in die appartementjes – dat zou wel eens bandeloosheid kunnen betekenen. Gelukkig had ik het respectabele beroep van onderwijzeres en mocht ik er één betrekken. 129 gulden was de huurprijs.

Wat u beschrijft was toen ook al aanwezig: iemand die van de flat sprong – nota bene op woensdagmiddag, vlak voor de voeten van een jongetje van onze school. Dat kind heeft tijden bij een psychiater gelopen.

Rotzooi van boven naar beneden was er ook toen al.

Een vervelende bijkomstigheid van de L-flat was het feit dat er geen onderdoorgang was. Mijn vriendin daar had een klein jongetje dat het heerlijk vond dingen naar beneden te gooien aan de achterkant – speelgoed maar ook een suikerpot, een bh, en vele autootjes. Zij moest dan haar kind in de wandelwagen zetten, een fel gekleurde handdoek over het balkonhek hangen, naar beneden met de lift, om de flat heen lopen , naar boven kijken waar haar handdoek hing zodat ze tussen de struikjes onder haar handdoek kon gaan zoeken. Al met al was ze dan een half uur later weer thuis.

Dat dorpse was er toen ook wel. Ik kende de buren, de melkboer kwam zelfs langs over de galerij. Verder herinner ik me het zachte wiegen van het gebouw bij storm, de angst op de gezichten van langsschuivende visite, die vanuit de lift opeens met die open ruimte aan de andere kant van het balkonhek werd geconfronteerd.

Maar vooral herinner ik me het prachtige uitzicht, ik kon elke dag weer genieten van de zonsopkomst aan de ene kant en van de avondzon aan de andere kant van die flat. Ik heb er met veel plezier gewoond.

Alvast dank voor de serie artikelen die nog gaat komen, ik zal die graag lezen!

Tineke Hiemstra – Broekman, oud-L-flatbewoonster, Alphen aan den Rijn


 

Woon-onderzoek

Ongekend veel verhuisplannen

Met genoegen heb ik het artikel Het leven achter 728 voordeuren gelezen (NRC, 8-9 februari 2020) (op nrc.nl/deflat heet dit artikel Proloog, red.).
Toen ik mijn carrière in het woononderzoek begon, heb ik een uitvoerige enquête gehouden in het toen juist opgeleverde plan-Vollenhove (de L-flat).
Op 23 april 2016 leverde ik een bijdrage aan aflevering 6 ‘Our House’ van de tv-reeks (VPRO-NTR) Ondersteboven. Nederland in de jaren zestig, presentatie: Kees van Kooten. Hierin zijn opnamen van de L-flat verwerkt, waarin ik met bewoners praat (zie vanaf 25min40sec, red.).

In 1968 bleek er een algemene tevredenheid bij de bewoners te zijn, maar tegelijkertijd een ongekend hoog niveau van verhuisplannen. Sinds de start is de samenstelling van de bewonerspopulatie drastisch veranderd. Het aandeel bewoners met verschillende migratie-achtergronden is sterk toegenomen. In grote lijnen vervult de L-flat nog steeds een moeilijk misbare volkshuisvestingsfunctie.

Ik ben benieuwd naar volgende afleveringen. over de L-flat.

Hugo Priemus, oud-hoogleraar aan de TU Delft (1977-2007), o.a. van volkshuisvesting, Leiden


 

Frame

Mag het objectiever?

Allereerst: compliment voor het initiatief! Maar het kan met meer objectiviteit? Hebben jullie de geweldige renovatie van een aantal jaar geleden meegenomen? Een hemd in de boom, achter de flat: dat kan zo naar het Stedelijk. Achter duct-tape! (het hemd in de boom stond op een foto in de papieren NRC, 8/9 feb, red.)

Vorige maand was er mooie bruiloftmuziek in het portaal.

Deze serie hadden jullie beter bij de Telegraaf kunnen aanbieden. Verkeerd framen wat in andere steden actueler en écht ernstig(er) is.
Hier: nu camera’s, lik op stuk, nauwelijks nog vuilniszakken naar beneden: 75 euro boete! Dagelijks schoonmaakbedrijf, iedereen groet elkaar of maakt praatje, bij lift op elkaar wachten. Heb je de kelders gezien? Alles wit geschilderd, meer verlichting, camera’s. Gebeurt nooit meer wat – voorzover ik waarneem.

Ja: in november ruitje van mijn bus getikt, niks gestolen. Dat zal in duurdere wijken honderden procenten meer zijn: complete dashboards worden er daar uitgesloopt.

Wilco Machielse, L-flatbewoner, Zeist

Wilco Machielse cc’de zijn brief aan een „buurvrouw die ook al tig jaren ergens hierboven woont”. Zij reageert als volgt (anoniem, haar naam is bij de redactie bekend):

Dank voor je echte, onvervalst wilde ‘Wilco’-reactie. Ik ben het deels met je eens, er is best wel wat verbeterd. Maar waarom vind je het verhaal in NRC niet objectief genoeg? Er gebeuren best nog wel veel vervelende dingen. Ik heb pas nog aangifte moeten doen vanwege mishandeling en dergelijke, zomaar op de galerij, out of the blue. Wellicht een reactie op het feit dat ik een tijdje daarvoor een (psychiatrische) dame – die naar haar buurvrouw toe serieus met een mes aan de gang wilde – naar haar huis had begeleid.

Daarvoor een paar keer een potloodventer, die minder onschuldig bleek dan de politie aanvankelijk dacht.

Over de rest zwijg ik nu maar even, en ook maar even over de insteek van de verhuurder, bijvoorbeeld met betrekking tot de bestrijding van kakkerlakken.
Maar ik vind het hier óók prachtig wonen, licht, in het groen – met steeds toenemende geluidsoverlast sinds begin 1996(!) – en dicht bij het bos.

Hartelijke groet, het ga je goed!


 

Politiesocioloog

Men ruilde huis-met-tuin voor de flat

Bijzonder zo’n reportage! Ik heb met onderbrekingen vele jaren in Zeist gewoond. Heb de L-flat gebouwd zien worden. En dat vele Zeistenaren met een middeninkomen hun twee-onder-één-kap-woning met tuin graag inruilden voor een woning in de L-flat. Hetzelfde zag je in het begin bij de Bijlmer. Het was de nieuwe manier van wonen. Het sloeg echter al snel om. De vraag is waarom.

Als politiesocioloog stelde ik in de jaren tachtig vast dat grote wijken vaker negatief in het nieuws komen. Want in grote wijken gebeurt nominaal meer dan in kleine wijken dat de aandacht van de pers genereert. En die aandacht leidt weer tot een hoger (subjectief) onveiligheidsgevoel bij de bewoners en elders in de gemeente. Gevolg is dat als je kunt, je er weg wil. Getto’s zijn het gevolg.

De L-flat is denk ik een perfect voorbeeld van dit proces.

Hans van der Schaaf, Kreta


 

Overvecht

Mixen is nodig

Voor mij zijn de verhalen heel herkenbaar. In mijn jeugd heb ik op de Hanoidreef in Overvecht gewoond met mijn broertje en mijn bijstandsmoeder. Het verschil zat hem toch wel in buren die in mijn ogen in goeden doen waren. Er waren buren met een BMW en een buurjongen die op ijshockey zat, een dure sport. Met de huidige regels over scheefwonen en passende toewijzing komt dat helaas minder voor. Mijn stelling is dat het mixen van bewoners uit alle sociale lagen nodig is om maatschappelijk kansen te zien en krijgen.

Zelf ben ik ontsnapt aan de armoede uit mijn jeugd. Na een niet zo geslaagde middelbare schooltijd ben ik als matroos bij de marine gegaan en heb ik mij daarna omhoog gewerkt in de ICT. Thans woon ik in een koopappartement in het centrum van Amsterdam en geniet ik met mijn vrouw een inkomen van 2,5 keer modaal. De vraag is: is er voor de jonge bewoners van de L-flat ook licht aan de horizon?

René Schröder, Amsterdam


 

Post uit een dorp

Wat een diversiteit

Post uit een dorp

Wij wonen in een dorp en kunnen ons geen voorstelling maken van de problematiek en diversiteit van de mensen zoals zij die in de L-flat wonen. Door de persoonlijke verhalen kregen deze problemen voor mij meer een gezicht. Ga vooral door met het schrijven van zulke persoonlijke verhalen.

Jessica de Geus, Schagerbrug


 

Ook reageren? Stuur dan een mailtje naar deflat@nrc.nl

Foto Daniel Niessen

Over deze flatvertelling

nrc.nl/deflat is een vertelling over de mensen die wonen en werken in de L-flat in Zeist.

Online zijn te lezen, naast de proloog, afleveringen 1 t/m 10. In elke aflevering staat één persoon of huishouden centraal. Ook zijn er lezersreacties, onder de kop ‘Flatpost’, en een extra aflevering, over de L-flat in virustijd.

NRC bezoekt de L-flat sinds het voorjaar van 2019, vanuit het idee dat het bivakkeren op één interessante plek leidt tot een journalistiek waardevolle vertelling: door te schrijven over mensen die je pas ontmoet als je blijft langskomen. Hoe ervaren bewoners het leven in zo’n grote flat?

De keus voor een grote flat, met uitsluitend sociale huur, is niet toevallig. Er wonen veel mensen, elk met een eigen verhaal. En zoals corporatiekoepel Aedes begin februari onderstreepte: buurten met veel corporatiewoningen verzwakken door een groeiende instroom van mensen met lage inkomens. Achter de voordeuren spelen tal van problemen die beleidsmakers, wetenschappers en media bezighouden, van eenzaamheid tot taalachterstand. Deze flatvertelling poogt die leefwereld dichterbij te brengen.

Waarom juist de L-flat? Fotograaf Daniël Niessen, tevens NRC-fotoredacteur, bleek een webdocumentaire te hebben gemaakt over mensen in deze flat. Sterker, Daniël had in zijn jeugd acht jaar in de L-flat gewoond. Wilde een redacteur daar iets mee? Redacteur Ingmar Vriesema ging met Daniël op pad. Sindsdien is de L-flat in Zeist een standplaats van NRC.
 

Heeft u vragen over de L-flat of aan redacteur Ingmar Vriesema?
Stel ze dan via dit formulier! Uw vraag wordt per mail naar de redactie gestuurd.
  1. Stel hieronder uw vraag


Tekst Ingmar Vriesema
Foto’s Daniël Niessen
Eindredactie Merel Thie, Joke Mat
Fotoredactie Pauke van den Heuvel
Ontwerp en techniek Janko Bosch, Ruud Puylaert, Miriam Vieveen