Christendom voor de Instagram-generatie

Religie Christelijke jongeren mijden meer en meer de traditionele kerk. Op christelijk onlineplatform MOVE wordt hun een eigentijdser podium geboden.

Jantine (22) kreeg op jonge leeftijd een burn-out. Door te schilderen leerde ze hier beter mee omgaan – maar het was voor haar meer dan een hobby. „Ik kon hiermee uitstralen wie God is”, vertelt ze in een korte video op het Instagram-account van MOVE, een onlineplatform voor christelijke jongeren tussen de 18 en 30 jaar.

Schilderen maakte haar bewust „van de unieke talenten” die ze van God gekregen had, daarom was het belangrijk voor haar zelfvertrouwen. In een ander filmpje vertelt Mariam (22) over hoe ze als adoptiekind haar weg in het leven moest vinden. „Het was een struggle met God, maar hij kon uiteindelijk rust geven over de onbeantwoorde vragen die ik had.” Op de Instagram-pagina van MOVE vertellen jonge christenen over levenskeuzes en persoonlijke worstelingen, en hoe ze daarbij kracht en inspiratie uit hun geloof haalden.

Eén van de video’s van MOVE.

In 2018 waren er volgens het statistiekbureau CBS voor het eerst minder religieuze Nederlanders dan niet-religieuze – eind jaren 90 was nog 60 procent van de bevolking gelovig. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat het aantal 17- tot 30-jarigen onder de mensen die minstens één keer per maand naar de kerk gaan, sinds de jaren 80 is gehalveerd: van iets meer dan 20 procent naar iets meer dan 10 in 2016. „Onze samenleving is in rap tempo geseculariseerd”, zegt filmmaker Felix Govers (25) in het kantoor van Living Image, een christelijk filmproductiehuis. Samen met Henk-Jan van Maanen (33) nam hij het initiatief voor MOVE. „Tijdens de studie, op werk, of in onze eigen vriendengroepen is geloven niet meer vanzelfsprekend. Dat roept de vraag op: waarom geloof ik eigenlijk wel?”

Volwassen keuzes

Volgens Govers lukt het kerken vaak niet om jongeren betrokken te houden. „Van de tien vrienden met wie ik vroeger naar de kerk ging, gaat het overgrote deel nu niet meer.” Hij snapt het wel. Geloven wordt steeds minder vanzelfsprekend en daardoor wordt het telkens door anderen bevraagd. Zo wordt het volgens hem moeilijker om je eraan vast te houden. Tegelijkertijd vinden jongeren in de kerk niet altijd aansluiting met hun belevingswereld en de problemen en uitdagingen waarmee zij te maken hebben.

Toch vindt Govers het jammer. „We zitten in de levensfase waarin we volwassenen worden. We moeten op eigen benen gaan staan en keuzes maken voor de rest van ons leven. Het geloof kan daarbij heel waardevol zijn.”

Er was online geen plek waar zijn generatie terechtkon voor deze inspiratie. „Terwijl we constant actief zijn op sociale media.” Daarom werd MOVE vorig jaar opgericht. De portretten op Instagram, interviews en videoseries op YouTube moeten laten zien dat het christelijk geloof ook van toegevoegde waarde is voor wat jonge mensen in hun levensfase meemaken . MOVE heeft op Instagram inmiddels ruim zesduizend volgers. Van Maanen: „We willen dat het een brand voor het geloof wordt.”

De filmmakers van Living Image werkten al samen met christelijke (ontwikkelings)organisaties en bands. „Bijna allemaal vertelden ze dat onze doelgroep niet of niet goed wordt bereikt.” Soortgelijke initiatieven voor gelovige jongeren bereiken niet de groep die MOVE voor ogen heeft. BEAM bijvoorbeeld, het jongerenmerk van de EO, is volgens Govers vooral gericht op tieners. Website Lazarus richt zich meer op de hoogopgeleiden onder de jongeren, vindt Van Maanen. „Wij kunnen ons goed verplaatsen in onze doelgroep. We weten hoe het voelt om christen te zijn in een niet-christelijke omgeving.”

Lawrence (28) en Marieke (31) verloren beiden hun ouders toen ze nog maar net volwassen waren. Marieke gelooft niet, Lawrence wel. In een aflevering van de videoserie What’s the Difference op het YouTube-kanaal van MOVE vertellen ze over hun rouwproces. Govers: „We laten in deze serie een gelovige en een niet-gelovige jongere praten over een vergelijkbare ervaring. Om te zien of wel of niet geloven in God daarbij een verschil heeft gemaakt.”

De video van What’s the Difference over het verliezen van je ouders.

Het tonen van dit soort persoonlijke verhalen past volgens hem beter bij de manier waarop zijn generatie met het geloof bezig is. „Vaak koppelen mensen het geloof vooral aan het hebben van standpunten. In kerken is dat helaas ook zo.” Maar volgens Govers hebben leeftijdsgenoten meer behoefte om te horen wat het geloof kan betekenen in hun dagelijks leven. „Wij laten zien hoe veelzijdig het geloof is.”

Vrijblijvend geloven

Miranda Klaver, docente media- en religiestudies aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, ziet ook dat het kerken niet goed lukt jongeren bij zich te houden. MOVE vindt ze daarom een interessant initiatief. Als het doel is om jongeren aan zich, en dus aan het christelijk geloof, te binden, vraagt ze zich wel af of de betrokkenheid van jongeren bij MOVE niet te vrijblijvend is. „Kerken gebruiken sociale media al langer om jongeren te bereiken. Vooral evangelische en pinksterkerken zijn hier heel goed in.” Wat volgens haar goed werkt, is als er naast sociale media een fysieke plek is waar mensen naartoe kunnen – zo blijven ze betrokken.

Volgens Govers is het onafhankelijke karakter van MOVE juist een kracht: het is toegankelijk voor mensen die verder van de kerk afstaan, of het geloven zelfs al hebben opgegeven. Hij benadrukt dat MOVE er niet is om de kerk te vervangen. De bedoeling is dat het platform juist samenwerking gaat zoeken met kerken. Van Maanen: „We willen mensen enthousiast maken om zich uiteindelijk ook bij een gemeenschap aan te sluiten.”

Dit gevoel van gemeenschap is volgens Marieke ook het belangrijkste verschil met Lawrence dat ze zag, zo vertelt ze aan het einde van What’s the Difference. Lawrence vertelde dat hij zich dankzij de mensen om zich heen minder alleen had gevoeld na het verlies van zijn ouders. „Jij had een kerk, als een soort dorp dat om je heen stond en je hielp en ondersteunde”, zegt Marieke. Zij had die ervaring niet en kon zich soms eenzaam voelen. „Ik ben misschien meer een product van onze geïndividualiseerde maatschappij.”