Recensie

Recensie Muziek

Bij Chung groeit Mahler uit tot vader van het modernisme

Klassieke muziek Einde of nieuw begin: het Koninklijk Concertgebouworkest bewijst dat Mahlers ‘Negende Symfonie’ beide dimensies kan belichamen.

Dirigent Myung-Whun Chung.
Dirigent Myung-Whun Chung. Riccardo Musacchio

De ene doodstrijd is de andere niet. Zo’n anderhalf jaar geleden leek Bernard Haitink het Koninklijk Concertgebouworkest door alle stadia van de rouw te leiden in de Negende Symfonie van Gustav Mahler. Deze week vertolken de musici het opnieuw, maar gidst de Koreaan Myung-Whun Chung hen in een volstrekt andere richting.

In zijn Negende neemt Mahler afscheid van de traditionele symfonie, van de liefde en van het leven – een wereld brokkelt af en stort ineen. Als componist stond hij met zijn ene been ferm in de 19de-eeuwse romantiek, en tastte het andere rond in de ‘duisternis’ van het modernisme. Bij de vaderlijke Haitink keken we uiteindelijk ontroerd naar het leven dat voorbijgaat; in het verstilde slot van Chung ontvouwde zich daarentegen een nieuwe horizon.

Lees ook: Bernard Haitink roert de zaal tot tranen in Mahlers ‘Negende’

Voor beide benaderingen gold dat ze indrukwekkend waren – niet beter of slechter, maar gewoonweg anders. In Mahlers muziek vloeien nu eenmaal verleden, heden en toekomst samen in een brede tijdloze rivier met tal van vertakkingen, waar een verscheidenheid aan grillige flora en fauna groeit.

Heftige liefdesverklaring

Wie het orkest onder Chung hoorde, begreep plotseling waarom nieuwlichter Alban Berg zoveel bewondering voor deze Negende koesterde. Hij schreef dat de onvermijdelijke dood – die zich in alle symfonieën wel ergens in het orkest ophoudt – Mahler inspireert tot een heftige liefdesverklaring aan het leven. Hier en in zijn onvoltooide Tiende legt hij een fundament waarop anderen kunnen voortbouwen.

Is de verstilling aan het einde berusting in de dood of simpelweg ruimte maken voor iets nieuws? Chung koos voor het laatste. Hij liet de symfonie beginnen met muzikale brokstukken: een eenzame cello, een hoorn, een harp verkennen zoekend de stilte. En in de slotnoten sloot Chung de cirkel. Tussen die beide momenten sleepte hij het publiek mee in overwinningen en nederlagen, in liefelijkheid en geweld, in alles wat het bestaan aan tegenstellingen en paradoxen herbergt.