Opinie

Ari

In 010

Zondag, tijdens het staartje van het filmfestival, liep ik kunstenaar Ari Deelder tegen het lijf. Dat gebeurde in de Doelen Studio, waar Doorlopend Deelder werd gedraaid, een compilatie van optredens van Jules Deelder door de jaren heen. Ik vroeg Ari hoe het met haar ging, sinds het sterven van haar vader op 19 december.

„Ik mis Jules heel erg”, zei ze, „maar het is een troost dat hij niet ziek is geweest en geen pijn heeft geleden. Hij is in het harnas gestorven.” Drie dagen voor zijn dood voelde hij zich grieperig, vertelde Deelders dochter, maar dat dat de voorbode was van zijn overlijden had niemand gedacht. Deelder zelf al helemaal niet. Ari: „Jules keek die dagen veel tv en genoot van zijn platen. Heel blij was hij met een album van trompettist Tony Fruscella, dat hij 15 december uit de VS had ontvangen. Een maand eerder had hij in de Volkskrant gezegd dat juist díe plaat in zijn jazzcollectie ontbrak.”

Deelder stierf niet de zogeheten ‘romantische kunstenaarsdood’, zoals werd gefluisterd in het roddelcircuit. Geen drank of drugs, maar simpelweg de griep. „Zolang ik leef, 34 jaar nu, was Jules een gematigde gebruiker, hoewel hij natuurlijk wel altijd dé reclame is geweest tegen het eten van groenten.” Bevreesd voor de dood was de dichter niet, wist film- en theatermaker Ari. Haar vader citerend: „Waarom zou je bang zijn voor iets waarvan je je geen voorstelling kunt maken?”

De familie Deelder (Jules, Ari en Annemarie) op het Boekenbal 2009 Foto Vincent Mentzel

Naast de compilatie, die Ari maakte samen met Nina Gantz, dochter van Loes Luca, staat een film over Deelder op stapel. „Ik ga met allerlei mensen praten die hem hebben gekend of met hem hebben gewerkt. Tijdens de herdenking op oudejaarsmiddag in de Doelen merkte ik dat heel veel mensen Jules’ gedichten uit het hoofd kennen. Ze weten waarom ze hem missen. Niet vanwege zijn Robijn-reclame – ‘wat zwart is, moet zwart blijven’ – , maar vanwege zijn poëzie.”

Zijn oeuvre stáát, als een stad vol wolkenkrabbers

Deelder voelde zich voldoende gewaardeerd, zei Ari. „Jules werd erkend door een groot publiek, en onder gevangenen was hij de meest gelezen auteur. Maar, laat ik eerlijk zijn, hij had graag de P.C. Hooft-prijs gewonnen, al was het maar om de poen.”

„Ik heb een goede vriend verloren”, besloot Ari, „Jules was al onsterfelijk vóór hij stierf.”